Dit is deel 2 van de nota t.b.v. het verhoor van de Parl.Enquetecommissie van Maurice de Hond 8 juli 2026
Lees volledig artikel: Onderbouwing Corona-enquête #5 — Twee cruciale onderzoeken
Twee onderzoeken die een grote impact hadden moeten hebben
De kern van mijn kritiek in dit hoofdstuk is niet dat er onderzoek werd gedaan dat achteraf onvolledig bleek. Het is dat er twee onderzoeken lagen met bevindingen die de heersende aannames rechtstreeks tegenspraken — en dat die bevindingen in het ene geval werden genegeerd en in het andere geval actief werden afgezwakt. Ik behandel ze los, en ik houd daarbij steeds uit elkaar wat vaststaat en wat mijn conclusie is.
1. De carnavalsuitbraak in Gangelt
In Gangelt, vlak over de grens bij Sittard, ontstond eind februari 2020 een grote uitbraak na een carnavalsbijeenkomst op 15 februari; op 28 februari volgde een lokale lockdown. Prof. Hendrik Streeck deed er in maart met zijn team van de Universiteit van Bonn uitgebreid onderzoek: 900 mensen in 400 huishoudens, intensief onderzocht.
Wat het onderzoek vaststelde, meldde hij al in april 2020 en legde hij vast in zijn rapportage van begin mei.
- Er waren veel meer mensen besmet geraakt dan gedacht. Daarmee lag het sterftecijfer van de infectie ook veel lager dan werd aangenomen: waar aanvankelijk 3% en later 1% werd gehanteerd, kwam Streeck op ongeveer 0,35% (ter vergelijking: bij een strenge griepepidemie rond 0,20%).
- Virusdeeltjes die bij mensen thuis van voorwerpen waren afgenomen, bleken niet te kweken. Verspreiding via voorwerpen was daarmee onwaarschijnlijk.
- De besmetting verliep ernstiger bij wie besmet raakte op de carnavalsbijeenkomst dan bij wie besmet raakte door een huisgenoot.
Die derde bevinding is cruciaal, dus ik licht de logica ervan toe. Als het virus zich vooral via grote druppels en voorwerpen zou verspreiden, zou juist langdurig samenwonen met een besmet persoon het hoogste risico geven — huisgenoten zouden er het ernstigst aan toe moeten zijn. Het omgekeerde bleek het geval. Dat wijst op een verspreiding waarbij een gedeelde ruimte met veel mensen en rondzwevende deeltjes bepalender is dan nauw contact thuis. Het is precies wat je verwacht bij verspreiding door de lucht.
Dit is wat mij betreft het punt: deze bevindingen waren er al in april 2020, en ze spraken de kernaannames van dat moment tegen. Toch bleef het RIVM werken met een IFR boven de 1%, bleef de nadruk liggen op handen wassen, en bleef verspreiding door de lucht buiten beeld. Ik heb geen enkele aanwijzing gezien dat dit onderzoek het beleid heeft bijgesteld.
2. De uitbraak in De Tweemaster, Maassluis (juni 2020)
Bij het tweede onderzoek gaat mijn verwijt verder dan negeren. Hier is, blijkens later openbaar geworden documenten, actief ingegrepen om een onwelgevallige conclusie uit een rapport te houden. Ik bouw dit stap voor stap op, en ik onderscheid daarbij nadrukkelijk drie dingen: de feiten van de uitbraak, de conclusie van de onderzoeker, en wat de documenten laten zien. In dit artikel treft u alle bewijzen aan.
De feiten. Terwijl er nauwelijks nog besmettingen in Nederland waren, ontstond eind juni 2020 een grote uitbraak in één van de zeven afdelingen van verzorgingshuis De Tweemaster. Van de 22 bewoners raakten er 17 besmet (7 overleden); van de 34 personeelsleden 18. Die ene afdeling was als enige recent gerenoveerd en had daarbij een ventilatiesysteem met recirculatie gekregen: verwarmde lucht wordt dan niet afgevoerd maar hergebruikt. Dat een uitbraak van deze omvang zich juist dáár voordeed, in een periode met bijna geen besmettingen, is een feit dat om een verklaring vraagt.
De conclusie van de onderzoeker. Microbioloog Peter de Man en een team van het Franciscus Gasthuis & Vlietland-ziekenhuis onderzochten de uitbraak en vonden virusdeeltjes in het ventilatiesysteem. Zijn conclusie was dat deze uitbraak met grote waarschijnlijkheid was toe te schrijven aan het recirculeren van besmette lucht.
Wat er gebeurde. De Man wilde alle zorginstellingen waarschuwen. Eind juli 2020 kreeg ik een anonieme mail dat vanuit het RIVM werd gewerkt om zijn bevindingen onder tafel te werken. Ik lichtte De Volkskrant en EenVandaag in; De Man deelde zijn bevindingen op 11 augustus bij OP1 en vertelde daar ook dat hij was tegengewerkt vanuit het RIVM. Vlak daarvoor bracht het RIVM een persbericht uit dat de verspreiding níét via het ventilatiesysteem was verlopen. Op 27 augustus verscheen een GGD-rapport met dezelfde strekking, en ook Marion Koopmans concludeerde dat de verspreiding anders moest zijn verlopen.
Tot zover zou een buitenstaander kunnen denken: een onderzoeker met een sterke claim, drie instanties die het weerspreken — een normaal wetenschappelijk debat. Maar dat is het niet gebleken. De WOO-documenten die in 2022 vrijkwamen, laten zien wat er achter de schermen gebeurde. En dít is het harde deel van mijn betoog, want het zijn geen interpretaties van mij maar citaten uit interne stukken.
Zeven dagen vóór het GGD-rapport, interne mail RIVM:
“Het is kort dag, maar in dit definitieve rapport zijn andere dingen over ventilatie verwoord dan we eerder meelazen. XXX vindt dat er dingen in staan die niet goed zijn. Kunnen we overleggen wat het beste is om te doen?” (XXX is in het document zwartgemaakt.)
Eén dag later:
“Je zou volgens mij veel duidelijker kunnen duiden waarom het ventilatiesysteem niet voor de hand ligt.”
Eén dag vóór publicatie bevat een interne RIVM-mail een reeks opmerkingen bij het GGD-concept, met de mededeling dat het RIVM er niet mee akkoord gaat. Een passage over de ventilatie moest weg (dat deel is in het WOO-document zwartgemaakt), en men verzette zich tegen het beeld dat het ventilatiesysteem één van de drie mogelijke routes was:
“Nu ontstaat het beeld dat de ventilatie niet op orde is en dat het Bouwbesluit niet toereikend is.”
Een dag later verscheen het GGD-rapport, met onder meer:
“Hiermee is er op dit moment onvoldoende bewijs dat aerogene transmissie van SARS-CoV-2 relevant is in de verspreiding van SARS-CoV-2. Het RIVM geeft aan dat op basis van de huidige inzichten aanpassingen van ventilatiesystemen niet nodig zijn.”
Ik vraag uw commissie om de volgorde te wegen: een onderzoeker vindt virusdeeltjes in het ventilatiesysteem en wil waarschuwen; het RIVM dringt in de dagen vóór publicatie aan op het afzwakken van juist de ventilatie-passages en op aanpassing van het rapport; het rapport verschijnt met de conclusie dat aanpassing van ventilatiesystemen niet nodig is. Wat de uiteindelijke oorzaak van de uitbraak ook precies was — het proces waarlangs de onwelgevallige route uit het rapport werd geduwd, is gedocumenteerd.
Dat de lijn “het gaat niet door de lucht” ook daarna bleef gelden, bleek eind september 2020. Toen het ministerie van Onderwijs geld beschikbaar stelde om de ventilatie op scholen te verbeteren, schreef het in de Kamerbrief van 1 oktober 2020:
“Het RIVM laat ons weten dat het onduidelijk is of verspreiding via aerosolen een relevante rol speelt bij de verspreiding van het coronavirus. Er is geen onderzoek waaruit dit blijkt. En dus heeft het RIVM onvoldoende aanwijzingen om nu aanvullende maatregelen te adviseren ter voorkoming van aerogene transmissie.”Feitelijk kregen scholen dus geld om te ventileren, met de boodschap dat het RIVM geen bewijs zag dat het tegen Covid-19 zou helpen. Twee maanden later, op 31 oktober 2020, maakte de WHO een informatiefilmpje waarin juist het belang van ventilatie en het vermijden van recirculatie benadrukte.
Voor het complete verslag van de gebeurtenissen rond De Tweemaster verwijs ik naar “Kroniek van een aangekondigde doofpot”.
Wat het had kunnen betekenen
Ik vraag de commissie zich voor te stellen wat er was gebeurd als Van Dissel, het RIVM en het OMT op basis van Gangelt (april 2020) en Maassluis (augustus 2020) wél hadden onderkend hoe belangrijk de verspreiding door de lucht was. Als alle zorginstellingen waren gewaarschuwd en betere instructies hadden gekregen. Als er via gerichte ventilatie veilige ruimtes waren gecreëerd waar mensen langdurig en zonder groot risico bijeen konden zijn.
Het had veel schade kunnen voorkomen — in gezondheid, en economisch, sociaal en psychisch. Want ná die zomer volgden nog de lange lockdown met avondklok en scholensluiting tussen oktober 2020 en april 2021, en de derde lockdown eind 2021.
Juist daarom heb ik meegewerkt aan de documentaire “Dood door Schuld” over het langdurig ontkennen van de aerogene verspreiding, het belang van ventilatie, en het handelen van het RIVM en Van Dissel.
Deze gang van zaken staat niet op zichzelf. Zij ligt in het verlengde van het eerder beschreven wegredeneren van buitenbesmettingen (de voetbalwedstrijd Atalanta Bergamo, de Amazone-indianen), en van een breder patroon: gebeurtenissen die niet in het beeld pasten, werden met logisch gammele argumenten passend gemaakt, in plaats van dat het beeld zelf ter discussie werd gesteld. Kenmerkend was een reportage van EenVandaag voorafgaand aan het heropenen van stranden en terrassen, waar toch 1,5 meter moest worden gehouden — tot in de duinpaden aan toe, waar minister Grapperhaus problemen zag omdat passanten die afstand niet konden bewaren.
Relevante studies in relatie tot dit hoofdstuk:
- Streeck H, Schulte B, Kümmerer BM, Richter E, Höller T, Fuhrmann C, e.a., “Infection fatality rate of SARS-CoV2 in a super-spreading event in Germany”, Nature Communications, 2020, https://doi.org/10.1038/s41467-020-19509-y
Korte samenvatting: Dit is de peer-reviewed versie van de Gangelt/Heinsberg-studie. De auteurs vonden dat 15,5% van de onderzochte populatie besmet was geweest, ongeveer vijf keer zoveel als officieel geregistreerd. De geschatte IFR was 0,36%, en deelname aan carnaval hing samen met zowel hogere infectiekans als meer symptomen. - Mondelli MU, Colaneri M, Seminari EM, Baldanti F, Bruno R, “Low risk of SARS-CoV-2 transmission by fomites in real-life conditions”, The Lancet Infectious Diseases, 2021, https://doi.org/10.1016/S1473-3099(20)30678-2
Korte samenvatting: Deze publicatie ondersteunt het punt dat besmetting via oppervlakken in reële omstandigheden waarschijnlijk een beperkte rol speelde. Dat sluit aan bij de bevinding uit Gangelt dat virusmateriaal op voorwerpen niet automatisch betekent dat overdracht via die voorwerpen aannemelijk is.
- de Man P, Paltansing S, Ong DSY, Vaessen N, van Nielen G, Koeleman JGM, “Outbreak of Coronavirus Disease 2019 (COVID-19) in a Nursing Home Associated With Aerosol Transmission as a Result of Inadequate Ventilation”, Clinical Infectious Diseases, 2021, https://doi.org/10.1093/cid/ciaa1270
Korte samenvatting: Dit is de centrale peer-reviewed publicatie over de uitbraak in De Tweemaster. De auteurs beschrijven dat 17 van de 21 bewoners en 17 zorgmedewerkers op één afdeling besmet raakten, terwijl andere afdelingen gespaard bleven. Zij leggen een verband met een afwijkend ventilatiesysteem dat ongefilterde binnenlucht recirculeerde, en vonden SARS-CoV-2-RNA in filters. - Morawska L, Tang JW, Bahnfleth W, Bluyssen PM, Boerstra A, Buonanno G, e.a., “How can airborne transmission of COVID-19 indoors be minimised?”, Environment International, 2020, https://doi.org/10.1016/j.envint.2020.105832
Korte samenvatting: Deze publicatie stelt dat de aanwijzingen voor overdracht via kleine deeltjes in binnenruimtes sterk genoeg waren om bouwkundige maatregelen te nemen. De auteurs noemen expliciet voldoende ventilatie, filtratie, luchtontsmetting, het vermijden van recirculatie en het vermijden van overbezetting. - Li Y, Leung GM, Tang JW, Yang X, Chao CYH, Lin JZ, e.a., “Role of ventilation in airborne transmission of infectious agents in the built environment: a multidisciplinary systematic review”, Indoor Air, 2007, https://doi.org/10.1111/j.1600-0668.2006.00445.x
Korte samenvatting: Deze systematische review, al ruim vóór corona verschenen, laat zien dat ventilatie een rol kan spelen bij airborne transmissie van infectieuze agentia in gebouwen. Daarmee ondersteunt deze bron dat ventilatie geen nieuw of speculatief thema was in 2020. - Lu J, Gu J, Li K, Xu C, Su W, Lai Z, e.a., “COVID-19 Outbreak Associated with Air Conditioning in Restaurant, Guangzhou, China, 2020”, Emerging Infectious Diseases, 2020, https://doi.org/10.3201/eid2607.200764
Korte samenvatting: Deze studie beschrijft een restaurantuitbraak waarbij de richting van de luchtstroom door airconditioning sterk samenhing met wie besmet raakte. De auteurs adviseren onder meer betere ventilatie. Deze bron ondersteunt het algemene punt dat luchtstromen en ventilatiesystemen de verspreiding binnen kunnen beïnvloeden. - Qian H, Miao T, Liu L, Zheng X, Luo D, Li Y, “Indoor transmission of SARS-CoV-2”, Indoor Air, 2021, https://doi.org/10.1111/ina.12766
Korte samenvatting: Deze studie analyseert bekende uitbraken en concludeert dat SARS-CoV-2-transmissie vrijwel uitsluitend in binnenomgevingen plaatsvond. Dat ondersteunt de lijn in het hoofdstuk dat de grote risico’s zaten in gedeelde binnenruimtes, niet primair in oppervlakken of incidentele buitencontacten. - Bulfone TC, Malekinejad M, Rutherford GW, Razani N, “Outdoor Transmission of SARS-CoV-2 and Other Respiratory Viruses: A Systematic Review”, The Journal of Infectious Diseases, 2021, https://doi.org/10.1093/infdis/jiaa742
Korte samenvatting: Deze systematische review vond dat buitenbesmettingen relatief zeldzaam waren en dat binnenbesmetting veel waarschijnlijker was dan buitenbesmetting. De auteurs vonden onder meer dat de odds van transmissie binnen veel hoger waren dan in de open lucht.
…of lees/download de hele nota (PDF):



