Abonnement: Abonnee ()

De laatste updates in uw mail!

U hoeft niets te missen. leder weekend krijgt u de hoogtepunten van Maurice van afgelopen week in uw mail. Met opmerkelijke artikelen, meer achtergrond en toelichtingen.

Weinig verschuivingen; rechts in kaart gebracht incl. Keijzer

Weinig verschuivingen; rechts in kaart gebracht incl. Keijzer - 119218
Samenvatting van het artikel

In de peiling van deze week zien we weinig verschuivingen. Mede door de aankondiging van Mona Keijzer wordt dieper ingegaan op de 7 partijen rechts van het midden en hoe de kiezer over die partijen denkt.

Lees volledig artikel: Weinig verschuivingen; rechts in kaart gebracht incl. Keijzer

Leestijd: 8 minuten

Zetelpeiling

In de maand augustus is er amper iets veranderd in de zetelverdeling. Alleen is PRO weer gestegen naar 26 en is daarmee 8 zetels groter dan PVV en D66.  De regeringspartijen verliezen nog steeds 19 zetels.

Weinig verschuivingen; rechts in kaart gebracht incl. Keijzer - 119225

Naast het bepalen van de potentie van de partij van Mona Keijzer en de krachtsverhoudingen op rechts, is er ook een apart onderzoek naar aanleiding van de stikstofbrief van minister Van Essen.  Hier treft u dat onderzoek aan.

Nieuwe beweging van Mona Keijzer

Rechts van het CDA scoort bijna de helft: 73 zetels. Links van het CDA 58 zetels. Donderdag kondigde Mona Keijzer haar plannen aan met project 2029, wat kan leiden tot een nieuwe partij aan de rechterkant van het spectrum. Aan de ene kant zijn er vragen gesteld over de potentie van een nieuwe partij van Mona Keijzer en aan de andere kant wordt er geprobeerd de kiezers aan de rechterkant te plaatsen t.o.v. de verschillende partijen.

Eerst een aantal stellingen over Mona Keijzer en haar nieuwe beweging.

Op de vraag of men op de partij van Mona Keijzer zou stemmen als ze aan de verkiezingen mee zou doen dan is dit het antwoord.

Weinig verschuivingen; rechts in kaart gebracht incl. Keijzer - 119206

Op basis van deze uitslag wordt deze partij op 6 tot 8 zetels geschat met een potentie van in totaal 25 zetels. Maar het zal afhangen van de uitvoering hoeveel van de potentie verzilverd zal gaan worden.  Om zetels in de Eerste Kamer te halen in maart 2027 is het nodig dat die nieuwe beweging in alle provincies meedoet. Maar als dat wel gebeurt is dit de electorale concurrentie.

  • JA21 ervaart de grootste concurrentie van deze nieuwe beweging. Ruim 40% geeft de nieuwe beweging een goede kans.
  • Rond een derde van de kiezers van PVV, BBB en 50PLUS geven de nieuwe beweging een goede kans.
  • Bij FVD is dat percentage rond een kwart.
  • De score van de VVD-kiezers is al weer beduidend lager (slechts 1% zegt die partij dan te zullen stemmen)
  • Bij het CDA zijn de socres het laag. (9% geeft die partij een kans, maar niemand een grote kans).

Het electorale krachtenveld op rechts

De volgende tabel laat zien hoe concurrentieverhoudingen zijn tussen de 7 partijen op rechts.

De kolommen betreffen de kiezers die nu  aan die partij de voorkeur geven. De rijen betreffen de kiezers die deze partij een duidelijke kans geeft op een stem. Dus van degenen die nu de voorkeur geven aan de VVD geeft 8% het CDA een goede kans. En van degenen die nu de voorkeur geven een het CDA geeft 14% aan de VVD een goede kans te geven.

Weinig verschuivingen; rechts in kaart gebracht incl. Keijzer - 119220

Stemargumentatie per partij

Aan kiezers van de zeven partijen is in eigen woorden gevraagd waarom zij op die partij zouden stemmen. Hieronder per partij de drie meest genoemde redenen, en daarna een overkoepelend beeld: wat deze electoraten delen en waar ze uit elkaar lopen. De antwoorden zijn open gegeven en achteraf gegroepeerd naar motief.

Per partij

PVV

  1. Asiel en immigratie — veruit het grootste motief, en meestal in telegramstijl opgeschreven: één woord of een korte eis. Grenzen dicht, stoppen, terugsturen. Opvallend vaak wordt het gepresenteerd als hét probleem waar alle andere problemen — wonen, criminaliteit, zorgkosten — vanzelf uit voortkomen.
  2. De islam — een aparte reden náást migratie, vaak kaal opgeschreven als ‘anti-islam’ of ‘de-islamisering’. Het argument dat terugkeert is dat de PVV de enige partij is die dit hardop durft te zeggen.
  3. De Nederlander eerst — een verdelingsargument: de eigen bevolking vóór asielzoekers, vóór Brussel, vóór Oekraïne. Niet zozeer een cultuurbetoog als wel het gevoel dat de eigen mensen achteraan staan.

Wat deze partij onderscheidt: de PVV is de enige partij waar kiezers zichzelf sociaal-economisch links noemen: AOW, eigen risico, boodschappen en koopkracht komen hier terug, vaak als bewuste combinatie — rechts op asiel, links op de portemonnee. Even opvallend is wat ontbreekt: het wantrouwen in het systeem, de media en internationale organisaties dat bij FvD het gesprek beheerst, speelt hier vrijwel geen rol. Deze kiezers beredeneren geen wereldbeeld, ze hebben één grief. De antwoorden zijn kort en boos, vaak in hoofdletters.

FvD

  1. Immigratie én remigratie — ook hier het grootste motief, maar anders geformuleerd dan bij de PVV. Waar de PVV-kiezer ‘stop’ zegt, zegt de FvD-kiezer ‘terug’: het gaat niet alleen om de instroom sluiten maar om mensen laten terugkeren, vaak in één adem met het opzeggen van verdragen.
  2. Uit de EU — Nexit is het herkenningspunt, meestal als los kernwoord neergezet en soms uitgebreid naar de NAVO, de WHO en de euro. Het motief is zeggenschap: weer baas in eigen land.
  3. Wantrouwen in het systeem — deze kiezers stemmen niet op een programma maar tegen een bestel. Kartel, gevestigde orde, media, internationale netwerken. FvD is in hun woorden de enige echte oppositie, en dat de partij wordt buitengesloten geldt daarbij als bewijs dat ze gelijk heeft.

Wat deze partij onderscheidt: de islam speelt bij FvD-kiezers nauwelijks een rol — het scherpste contrast met de PVV in dit hele onderzoek, en sommige FvD-kiezers noemen dat zelf een tekortkoming. Corona leeft hier nog door als bewijs van gelijk, Oekraïne en vrede zijn een eigen thema, en er is een uitgesproken intellectueel zelfbeeld: kennis, feiten en onderbouwing worden als reden genoemd. Kiezers spreken over een beweging, niet over een partij. Israël is hier omstreden waar het bij de PVV vanzelfsprekend is, en de lijsttrekker wordt vaker genoemd dan de oprichter — Baudet komt eerder voor als risico dan als reden.

JA21

  1. Migratie en asiel — het grootste inhoudelijke motief, meestal in één woord. Waar het wordt uitgewerkt gaat het om een asielstop, het Deense model en het uitzetten van veiligelanders.
  2. Een echt rechtse koers — ‘rechts’ is hier een reden op zichzelf, en dan nadrukkelijk rechtser dan de VVD. Die partij wordt er vaak bij gehaald als verwijt: te links geworden, levert niet. JA21 wordt herhaaldelijk omschreven als de oude VVD.
  3. De standpunten passen bij mij — een veelgebruikte formulering zonder verdere inhoud, vaak met een verwijzing naar de stemwijzer. Het zegt meer over hoe deze kiezers hun keuze verwoorden dan over wat ze willen.

Wat deze partij onderscheidt: het handelsmerk is rechts zónder gedoe. Fatsoenlijk, gematigd, beschaafd, netjes — die woorden worden direct aan de rechtse positie geplakt, en het contrast met PVV en FvD wordt expliciet getrokken: de nette variant, het normale geluid in plaats van het geschreeuw. Daarbij hoort een tweede eigen motief: bestuurbaarheid. JA21 wordt niet uitgesloten, zit aan tafel en kan meeregeren. Anders dan bij de VVD is dat geen noodgreep maar een positieve keuze — ‘minst slechte’-taal komt hier nauwelijks voor.

BBB

  1. Opkomen voor de boeren — het dominante motief, en vaak het enige woord dat wordt opgeschreven. Het gaat om een beroepsgroep die deze kiezers onterecht aangevallen zien, en opvallend vaak ook om voedselzekerheid.
  2. Nuchterheid en boerenverstand — een houding, geen standpunt. BBB is voor deze kiezers de normale, niet-elitaire partij die praat zoals zij praten.
  3. Eerlijk en oprecht — meestal in één of twee woorden. Het gaat om karakter en consistentie: de partij houdt haar woord en doet zich niet anders voor dan ze is.

Wat deze partij onderscheidt: BBB is de enige partij in dit onderzoek met een werkelijk smalle basis: boeren, platteland en stikstof samen beslaan meer dan de helft van alle antwoorden. Asiel speelt hier nauwelijks, klimaat en criminaliteit vrijwel niet. Uniek is het geografische motief: het platteland tegenover de Randstad, met een bijna emancipatoire ondertoon. En anders dan het imago doet vermoeden speelt de partijleider hier juist nauwelijks een rol — het spiegelbeeld van de partij van Mona Keijzer. De toon is niet boos maar beschermend en loyaal, met trots op ‘onze’ boeren.

CDA

  1. Een partij van het midden — kiezers noemen letterlijk het midden en waarderen expliciet dat de partij met iedereen kan samenwerken en de flanken afwijst. Het vermogen tot compromis wordt hier als deugd gepresenteerd, niet als slapte.
  2. Betrouwbaar en integer — meestal in één woord opgeschreven. De verwachting is dat de partij doet wat ze zegt en zich niet laat verleiden tot politiek spel.
  3. Stabiel en degelijk — voorspelbaarheid en rust in een als rommelig ervaren landschap. Niet meegaan in de waan van de dag.

Wat deze partij onderscheidt: de meest opvallende bevinding is wat er níet staat: beleidsinhoud ontbreekt vrijwel volledig. Migratie, zorg, economie en klimaat komen nauwelijks voor. Alles gaat over proces, karakter en stijl. Anti-populisme wordt zelfs als zelfstandige reden genoemd — geen grote beloften, geen schreeuwers. De christelijke identiteit leeft nog, compleet met partijjargon dat je nergens anders tegenkomt, en er is een vorm van erfelijke partijtrouw die bij de nieuwere partijen volledig ontbreekt: mensen die schrijven dat hun moeder ook al CDA stemde. De toon is kalm, abstract en vrijwel zonder woede.

VVD

  1. Een partij die kan besturen — met afstand het grootste motief: stabiel, degelijk, ervaren, met kundige bewindslieden en een kader. Het gaat uitdrukkelijk over besturen kúnnen, niet over standpunten. Geen eendagsvlieg.
  2. De economie en de portemonnee — gezonde overheidsfinanciën, lagere belastingen, ruimte voor ondernemers en de middenklasse. Eerst verdienen, dan uitgeven.
  3. Gematigd rechts en liberaal — ‘rechts’ komt hier vrijwel altijd met een matiging erbij: gematigd, redelijk, niet te rechts en zeker niet links. Daarnaast wordt het liberalisme zelf als reden genoemd — vrijheid, eigen verantwoordelijkheid, geen betutteling.

Wat deze partij onderscheidt: de VVD is de enige partij waar kiezers een ideologie bij naam noemen. Ze is ook de enige waar migratie nauwelijks een rol speelt, en waar het wél genoemd wordt is het meestal als klacht dat de eigen partij te slap is. Verder valt op: een uitgesproken afkeer van nieuwe partijen — splinters, hypes, partijen die na verloop van tijd uiteenvallen — en openlijke twijfel over de eigen partij, instemming mét een min. De ‘minst slechte’-houding komt hier het vaakst voor van alle zeven. De toon is zakelijk en behoudend: geen verandering, geen risico, geen avontuur.

De partij van Mona Keijzer

  1. De persoon zelf — verreweg het grootste motief, en niet een standpunt maar een oordeel over haar: betrouwbaar, ervaren, deskundig, houdt haar rug recht, spreekt zonder meel in de mond. Een groot deel van de antwoorden noemt uitsluitend haar en geen enkel onderwerp.
  2. De standpunten spreken mij aan — zelden met vermelding van wélk standpunt. Het gaat om het geheel: het klopt, het past bij hoe ik denk.
  3. Fatsoenlijk rechts-conservatief — rechts, conservatief, sociaal-conservatief, maar nadrukkelijk niet extreem. Het grootste concrete dossier daarachter is asiel en migratie.

Wat deze partij onderscheidt: nergens weegt de persoon zo zwaar ten opzichte van het programma — het spiegelbeeld van BBB, waar de leider juist geen rol speelt. Kiezers noemen haar spontaan als toekomstig premier en markeren haar expliciet als vrouw. Eigen aan deze partij is verder het motief om rechts te verenigen: mensen stemmen op haar juist om de versplintering op rechts te beëindigen. Haar opstelling tijdens corona wordt aangehaald als bewijs van karakter, niet als coronastandpunt. De toon is hoopvol en waarderend in plaats van boos, maar er is ook een afwachtende groep: eerst zien wie er om haar heen komt te staan, met de eerdere nieuwe partijen als waarschuwing.

Wat deze kiezers delen

Bij alle zeven partijen keert hetzelfde woord terug: betrouwbaar. Het is de gemeenschappelijke munt van dit hele onderzoek. Maar het betekent overal iets anders. Bij CDA en VVD gaat het over degelijk besturen en je afspraken nakomen. Bij PVV en FvD gaat het over durven zeggen wat anderen niet zeggen. Bij BBB gaat het over oprecht zijn, bij Mona Keijzer over je rug recht houden onder druk. Dezelfde deugd, vier verschillende invullingen.

Het tweede gedeelde element is een stijlargument: gezond verstand, nuchterheid, realisme. Bij BBB, JA21, FvD en Mona Keijzer wordt dat als reden opgeschreven — niet wat de partij wil, maar hoe ze denkt. Het is de tegenhanger van wat deze kiezers als abstract, wereldvreemd of ideologisch ervaren.

En bij alle partijen is er een flinke groep die de keuze verantwoordt met ‘de standpunten’ of ‘het programma’, zonder te zeggen welke. Dat is minder leeg dan het lijkt: het betekent dat mensen hun stem ervaren als een totaalpakket dat bij hen past, niet als de optelsom van losse dossiers.

Waar ze uit elkaar lopen

Migratie is de grote scheidslijn, maar niet zoals je zou verwachten. Bij PVV, FvD, JA21 en de partij van Mona Keijzer is het het grootste inhoudelijke motief. Bij BBB, CDA en VVD speelt het vrijwel geen rol — en bij de VVD komt het vooral voorbij als klacht over de eigen partij. Rechts is op dit punt dus geen blok maar twee groepen die naast elkaar bestaan.

Binnen de migratiepartijen loopt het bovendien uiteen. De PVV-kiezer wil de deur dicht; de FvD-kiezer wil mensen laten terugkeren en het verdrag opzeggen dat dat in de weg staat. En de islam, bij de PVV een zelfstandige hoofdreden, speelt bij FvD-kiezers nauwelijks. Dat twee partijen die als naaste concurrenten gelden op hun kernthema zo verschillen, is de scherpste bevinding uit dit onderzoek.

De tweede breuklijn is de toon, en die loopt dwars door rechts heen. Aan de ene kant het felle rechts: kort, boos, in hoofdletters bij de PVV; uitgebreid, missionair en systeemkritisch bij FvD. Aan de andere kant het nette rechts, waar ‘fatsoenlijk’ en ‘gematigd’ geen verontschuldiging zijn maar de reden zelf: JA21 en Mona Keijzer worden gekozen omdat ze rechts zijn zónder het geschreeuw. Daar weer naast staat het bestuurdersrechts van VVD en CDA, waar het helemaal niet over standpunten gaat maar over rust, ervaring en degelijkheid.

De derde breuklijn is persoon tegenover partij. Bij Mona Keijzer is de persoon vrijwel de hele reden — veel kiezers noemen niets anders dan haar naam. Bij BBB gebeurt precies het omgekeerde: de partijleider komt er nauwelijks in voor, terwijl dat toch als personenpartij bekendstaat. Bij FvD wordt de lijsttrekker vaker genoemd dan de oprichter, en die oprichter figureert vaker als risico dan als reden.

Ten slotte verschilt de mate van overtuiging. Bij BBB, PVV en Mona Keijzer stemmen mensen uitgesproken vóór iets. Bij de VVD komt de keuze het vaakst voort uit gebrek aan alternatief, compleet met openlijke kritiek op de eigen partij in hetzelfde antwoord. En alleen bij CDA en VVD bestaat nog de erfelijke partijtrouw — mensen die schrijven dat ze al hun leven lang zo stemmen, en hun ouders ook. Bij de nieuwere partijen op rechts is dat volledig verdwenen.

 

Deel dit artikel: Twitter Facebook Linkedin WhatsApp
REACTIES
Reageer hier, maar met respect.

We verwelkomen respectvolle en relevante opmerkingen. Off-topic commentaren worden verwijderd. Als je illegale dingen doet, zullen we het verbieden.

 
Mijn overgrootmoeder Branca - 63597
Dankzij de snelheid van het licht in het kwadraat - 119006