Wilt u ons werk financieel ondersteunen? Doe een kleine donatie en klik hier

De laatste updates in uw mail!

U hoeft niets te missen. leder weekend krijgt u de hoogtepunten van Maurice van afgelopen week in uw mail. Met opmerkelijke artikelen, meer achtergrond en toelichtingen.

Home » COVID-19 » Men doet alles om ons bang te houden

Men doet alles om ons bang te houden

Ja, ik geef het toe. Ik ben lang te naïef geweest. Ik dacht dat de slechte dataverzameling door de GGD’s en het niet verzamelen van echt relevante informatie, lag aan het feit dat men niet gewend was om goed met data om te gaan. Vele keren maakte ik me daar op deze plek druk om, zoals in dit blog. Maar er veranderde niets.

Tot voor kort dacht ik dat het onvermogen was, maar inmiddels ben ik tot een andere conclusie gekomen. Men is helemaal niet geïnteresseerd in goede additionele informatie, omdat men anders de bevolking, de bestuurders en politici niet meer kan manipuleren. Want door als RIVM en GGD’s de angst erin te houden en met regelmaat de term “wetenschappelijk”  te hanteren, eten de bestuurders uit hun hand en kunnen onze nieuwe BN-ers, zoals Van Dissel, Koopmans, Bruijning, Kuipers, Gommers e.a. hun hoofdrollen in de media blijven vervullen met amper enig tegengeluid.

Het is een combinatie van factoren, waardoor ik tot deze trieste conclusie ben gekomen. Sommige wist ik al een tijdje. Maar in combinatie met elkaar werd het een patroon.

Aan de hand van drie hoofdstukken zal ik dit onderbouwen:

 

Dubieuze rol van GGD en RIVM

Juist om bij zo’n ingrijpende crisis als de huidige de best mogelijke beslissingen te nemen, is goede data heel belangrijk en dat geldt zeker ook voor de kwaliteit van de conclusies die je daar dan uit trekt. Daarbij is transparantie ten aanzien van die data een belangrijke voorwaarde, want anders kun je niet beoordelen of het terechte conclusies zijn.

Twee recente voorbeelden hebben mijn vertrouwen in GGD en RIVM volledig weggeslagen. Namelijk dat wat er gebeurd is rondom het besmettingscluster in Dokkum en rondom de uitbraak in de zorginstelling in Maassluis.

Dokkum

Opeens was er in het nieuws dat 14 jongeren op een terras in Dokkum waren besmet. En volgens de GGD Fryslan was dat een bewijs van hoe voorzichtig we ook in de buitenlucht moesten zijn.

Dit was een sensationele vaststelling, want wereldwijd wordt gedacht dat de kans om buiten besmet te raken heel klein is.

Media in Nederland namen dit vrijwel klakkeloos over zonder om het harde bewijs te vragen. Toen er echter door sceptici, die mijn site bezoeken, echt werd doorgevraagd aan het hoofd van de GGD Fryslan, verviel de hele basis van het verhaal. Die groep jongeren had op het terras gezeten, maar ook samen binnen in de kroeg. De GGD had gewoon de -op zichzelf onlogische- keuze gemaakt dat het buiten gebeurd moest zijn. Kortom: de conclusie was boterzacht, maar werd gebruikt om hiermee de mensen toch maar op het hart te drukken om 1,5 meter afstand ook buiten aan te houden.

En zelfs toen er, ook via dit blog was beschreven hoe ongefundeerd die conclusie van de GGD was zei Van Dissel dinsdag bij de toelichting aan de Tweede Kamer letterlijk dat het in Dokkum EVIDENT buiten was gebeurd. En dat zegt dan iemand die te pas en te onpas het woord “wetenschappelijk” laat vallen.

Maassluis

Ook hoe RIVM en GGD zijn opgetrokken rondom de uitbraak in het zorgcentrum in Maassluis met een belangrijke rol voor het ventilatiesysteem, laat zien dat ze niet in de waarheid zijn geïnteresseerd. Zeker als de waarheid de grote invloed van aerosolen laat zien en verspreiding via ventilaties. Want dat staat haaks op de opvattingen van RIVM en WHO.

Maar het moet en zal gedownplayed worden. Waarbij ook opvalt dat terwijl dit belangwekkende onderzoek al meer dan een maand geleden is uitgevoerd, er geen onderzoeksrapport is met de uitslagen, zodat mensen als Marion Koopmans kunnen blijven beweren dat het niet via het ventilatiesysteem is gegaan. Met heel zwakke argumenten trouwens, die de onderzoeker Peter de Man al heeft weerlegd. Maar anderen niet kunnen beoordelen, omdat het onderzoek niet beschikbaar is gekomen.

 

Ik kan me een rits aan onderzoeksvragen voorstellen, die beantwoord zouden kunnen en moeten worden met betrekking tot de stijging van het aantal geconstateerde positieve uitslagen van de PCR-tests. Ik heb die al eerder geformuleerd en anderen ook. Zo zou men bij een steekproef van mensen met een positieve uitslag direct daarna nog een keer die test kunnen uitvoeren om vast te stellen of de uitslag echt positief is. En men zou kunnen vaststellen en rapporteren hoe het zit met de symptomen van degenen met een positieve uitslag. Plus dat men uitgebreide statistische informatie kan geven van degenen die in het ziekenhuis zijn opgenomen, op de IC’s terecht zijn gekomen en zijn overleden. Met name het verloop ervan. Waar komen de clusters met name vandaan? Zijn dat in de grote steden met name specifieke bevolkingsgroepen, zoals ik achter de schermen gehoord heb?

Maar inmiddels besef ik goed waarom we die informatie niet krijgen. Door alleen die bruto cijfers te geven kunnen de usual suspects op televisie hun eigen conclusies blijven trekken en daarmee vooral de rol vervullen om ons weer bang te (blijven) maken.

En dus zagen we aan het eind van de afgelopen week Kuipers en Gommers ons weer angst aanjagen omdat als de cijfers blijven verdubbelen, we eind september het weer zo erg zouden kunnen krijgen als in maart…… (De laatste 5 dagen zien we cijfers die gemiddeld zo rond ruim 600 schommelen en geen exponentiële groei indiceren).

Door toch weer die angstkaart te spelen wordt de ruimte gemaakt voor Rutte, De Jonge en Bruls om strengere maatregelen in te voeren.  Zoals “je moet verplicht in quarantaine als je iemand hebt ontmoet die besmettelijk is”…..

Maar als je echt naar de data kijkt, dan zie je toch een veel rustiger beeld.

 

Het grote verschil met maart

De patronen van de toename van het aantal geconstateerde positieve testen zijn behoorlijk overeenkomstig tussen Spanje, Frankrijk, België en Nederland. In Spanje zien we dat de stijgingen ruim een week eerder werden geconstateerd dan in België en Nederland.

Elke 10 dagen verdubbelde het aantal geconstateerde besmettingen sinds 1 juli. Maar als je naar de ontwikkelingen van het aantal sterftegevallen kijkt, zie je echter niet het patroon van maart terug. Deze grafiek laat het heel goed zien. In blauw het aantal positieve uitslagen van de tests en in rood het aantal sterfgevallen.

Vergelijkbare grafieken kunnen gemaakt worden van een aantal andere landen, hoewel daar de stijgingen van positieve tests later zijn gekomen.

Even als illustratie: de afgelopen 7 dagen zijn er in totaal in Nederland gemiddeld  2 overlijdensgevallen per dag gemeld, terwijl 10 dagen daarvoor het gemiddelde aantal positieve tests ruim 300 was.  Dus de verhouding is 1 op 150. Half april hadden we gemiddeld 140 doden per dag in die week, terwijl 10 dagen ervoor dagelijks ongeveer 900 tests positief waren. Een verhouding van 1 op 6. Als we corrigeren voor het aantal uitgevoerde tests (nu 3 keer zoveel dan toen), dan zou dat toen 1 dode op 20 positieve tests zijn en nu is dat 1 op 150. Een heel groot verschil dus.

En omdat Spanje in de tijd ongeveer 10 dagen op ons vooruitloopt, zie je dat je ook niet hoeft te verwachten dat de komende weken we exorbitante stijgingen krijgen van ziekenhuisopnames en overlijdensgevallen. Zelfs niet, zoals ik van mensen achter de schermen heb doorgekregen, terwijl men nu veel eerder tot ziekenhuisopnames overgaat dan eind maart, omdat er nu een behoorlijke leegstand is, terwijl de ziekenhuizen eind maart overvol waren!

Dus de spookverhalen dat we als het zo doorgaat eind september weer overvolle ziekenhuizen en IC’s hebben, is pure bangmakerij.

Helaas wordt dat amper in de media doorgeprikt.

En daarbij speelt de WHO ook een bedenkelijke rol. Ontkennen dat er seizoenspatronen zijn (zoals eerder gezegd) dan heb je echt “poep in je ogen”. Maar ook keer op keer de angst aanwakkeren voor de gevolgen van het virus. En helemaal blind zijn voor de reusachtige gevolgen voor economie, maatschappij en andere componenten van de volksgezondheid dan het bestrijden van dit virus. Het is helaas een standaardpatroon geworden van dit soort instanties.

 

Wat zegt die PCR-test nu eigenlijk?

In de afgelopen maanden ben ik met regelmaat informatie tegengekomen die me erg geholpen heeft bij de verdere kennis over wat zich aan het afspelen is. Deze video valt onder die categorie. Het is een korte weergave van het gesprek van 45 minuten in Café Weltschmerz met Mario Ortiz, een biochemicus. Hij weet veel van de testvorm waarmee de GGD’s nu werken, en als je die video bekeken hebt snap je in feite hoe weinig de positieve uitslagen van de tests de laatste twee maanden betekenen.  Dit is de volledige versie.

Ik wist er al wel wat van, maar als je het hele interview bekijkt dan blijf je vol verbijstering achter.

Toen we in maart/begin april veel mensen hadden met symptomen van COVID-19 was de PCR test een goede manier om snel te bevestigen dat het ook COVID-19 betrof (en dat was in 30% van de gevallen ook zo). Maar als je in een fase bent waar er maar weinig besmette mensen zijn, is het blijkbaar een zeer grove test. Met grote kansen dat je daardoor de verkeerde conclusies trekt. Nu begrijp ik ook beter dat men geen hertest doet na een positieve uitslag, want de kans is te groot dat dan blijkt dat de test minder robuust is als men ons wil doen geloven.

Maar door deze informatie ben ik me wat meer gaan verdiepen in een andere interessante bron over de ontwikkeling van ziekten van de luchtwegen. Nivel doet al sinds 1970 een wekelijkse surveillance bij een groot aantal huisartsen naar de ontwikkeling van ziektes in Nederland. Met 330 huisartsenposten voor de meer algemene statistieken en circa 30 als zogenaamde peilstations. Per week nemen die laatsten van 2 patiënten met griepachtige verschijnselen neus- en keelmonsters af. Die worden door het RIVM onderzocht en bekeken welke virus(sen) aangetroffen worden.

Die informatie is dus over vele jaren bekend en kan hier teruggevonden worden.

Op twee componenten hiervan wil ik inzoomen. Allereerst de vergelijking tussen de totaalcijfers en vervolgens op het onderzoek naar het virus zelf.

Dit is de schatting van Nivel hoeveel mensen in Nederland in afzonderlijke weken contact opnamen met hun huisarts met klachten die lijken op die van COVID-19:

Besef hierbij dat niet iedereen met klachten naar de huisarts gaat. (En vermoedelijk gingen er in maart/april relatief meer niet, wegens de bij de huisartsen gevolgde procedures en de angst om besmet te raken).

In de tweede plaats hoeft het dus geen COVID-19 te zijn, want het kunnen ook daarop lijkende symptomen zijn geweest.

Ook als je naar leeftijd of regio kijkt in dat rapport zie je geen toename in de laatste drie weken.

De ontwikkeling van patiënten met koorts over 5 verschillende jaren in 330 huisartsenstations laat ook een patroon zien dat nu heel normaal is. Donkerblauw is dit jaar. Rond week 16 (half april) waren de cijfers identiek aan de drie jaren hiervoor.

Als ik het uitgebreide weekrapport bekijk (o.a. naar leeftijd en provincie) dan valt er eigenlijk ook niets op als we deze zomerweken vergelijken met die van de vorige 3 jaar!

Besef daarbij dat het RIVM op 11 augustus schatte dat het aantal besmettelijke personen met COVID-19 op dat moment rond de 30.000 lag en eind maart op zijn hoogtepunt op 275.000. Laten we gemakshalve stellen dat het er nu 10% zouden zijn van dat hoogtepunt in maart. Maar dan is het toch wel heel vreemd dat bij de overzichten van de huisartsen de cijfers voor alle leeftijdsgroepen nu, vrijwel niets verschillen van die van de vorige drie zomers. Zou dit niet ook vallen onder de categorie “bangmakerij”?

 

Wellicht kan aanvullende informatie verkregen worden uit de onderzoeken van de peilstations van de huisartsen? Daar is wel onderzocht welk virus men kon vinden. Nu zijn er dus maar 32 peilstations, die steeds 2 patiënten per week selecteren. En als ze geen patiënten hebben met griepachtige verschijnselen, dan sturen ze geen testen in. Dus per week is het niet veel. Maar die info is wel gedurende vele jaren beschikbaar.

Ik heb eerst de griepperiode genomen van 2017-2018. Dat was er één met totaal een oversterfte van 10.000. Die peilstations gaven dit beeld. Het gaat steeds om weinig tests per week (ieder van de maximaal 32 peilstations stuurden maar 2 in). Op het hoogtepunt vond men in 45% van de tests die men deed het influenzavirus.

Van de zomermaanden vond ik geen overzichten.

Voor dit jaar is er wel een overzicht dat tot en met deze week loopt.

Eerst alleen het overzicht van het aantal testen en bij welk percentage men COVID-19 vond:

Tussen week 11 en week 14 vond men gemidddeld in 16% van de tests die men deed het COVID-19 virus.

Het aantal testen dat men sinds week 23 doet is dus 20 of kleiner. (Dat houdt in dat er weinig mensen bij die huisartsen komen met griepachtige verschijnselen). En als men test heeft men bij niemand COVID-19 gevonden.

Aan de ene kant zijn het per week natuurlijk wel (erg) weinig testen, maar het zijn wel patiënten waarvan de huisarts vermoedt dat het griep of COVID-19 is. En vanaf week 11 tot en met 18 was in 14% van de monsters wel COVID-19 gevonden. Nu al wekenlang niet.

Dit is dezelfde grafiek, maar dan met een verdere uitsplitsing:

Sinds eind mei vindt men, als men überhaupt wat vindt, vooral het rhinovirus.

Vanuit deze overzichten is geen ultieme conclusie te trekken. Maar als de geschatte aantallen van het RIVM op basis van de PCL-test juist zijn (circa 30.000 Nederlanders zijn besmettelijk en dat is ongeveer 10% van de getallen die we eind maart hadden), dan zou je toch ergens in de afgelopen weken bij de tests van de huisartsen één of meer keer COVID-19 moeten hebben aangetroffen!

Conclusies

Deze drie onderwerpen komen uiteindelijk op hetzelfde neer. De informatie die er is, kan op een aantal manieren geïnterpreteerd worden. Via aanvullend onderzoek en dataverzameling kunnen er steviger onderbouwingen komen van die conclusies en sommige ervan wellicht uitgesloten.

Maar dat gebeurt helemaal niet. Men trekt altijd de conclusie die hen het best uitkomt om ons bang te maken en te houden, en ons het gedrag te laten vertonen dat men blijkbaar wil. Relativeringen worden amper aangebracht, laat staan dat men aanvullende informatie verzamelt waarmee de conclusies waarmee ons angst wordt aangejaagd, sterk kunnen worden afgezwakt.  En de media zijn daarbij vooral hun outlet geworden om die angsten te verkopen en vervullen, maar vervullen heel weinig een kritische rol daarbij.

Ondanks dat het ons nu niet grote zorgen zou hoeven te baren wordt er, evenals in veel andere landen waar eigenlijk dezelfde ontwikkelingen zijn, met een WHO die voor en achter de schermen iedereen blijft opjutten, vooral weer angst gekweekt. Met als gevolg onnodige maatregelen en negatieve effecten op economie en samenleving.

Mocht u ons werk ook met een kleine donatie financieel willen ondersteunen klik dan hier .

Deel dit artikel: Twitter Facebook Linkedin WhatsApp
REACTIES
Reageer hier, maar met respect.

We verwelkomen respectvolle en relevante opmerkingen. Off-topic commentaren worden verwijderd. Als je illegale dingen doet, zullen we het verbieden.

BEKIJK OOK