Abonnement: Abonnee ()

De laatste updates in uw mail!

U hoeft niets te missen. leder weekend krijgt u de hoogtepunten van Maurice van afgelopen week in uw mail. Met opmerkelijke artikelen, meer achtergrond en toelichtingen.

Een huisarts, genezen patiënten en een overheid die ingreep

Een huisarts, genezen patiënten en een overheid die ingreep - 117548
Samenvatting van het artikel

Stuitend was wat Huisarts Rob Elens was overkomen en hij gisteren vertelde bij de Corona Enquête commissie. ZIjn verhaal in eigen woorden.

Lees volledig artikel: Een huisarts, genezen patiënten en een overheid die ingreep

Leestijd: 4 minuten

in november 2022 schreven wij ook al een artikel over deze situatie.

Scherp contrast

Het verhoor van huisarts Rob Elens bij de parlementaire enquêtecommissie Corona liet een scherp contrast zien tussen de dagelijkse praktijk van een huisarts en de manier waarop overheid, inspectie en politiek tijdens de coronacrisis omgingen met afwijkende behandelkeuzes.

Elens presenteerde zichzelf niet als iemand die uit was op provocatie, maar als een huisarts die in maart 2020 plotseling midden in een medische noodsituatie terechtkwam. In zijn dorp zag hij patiënten met lage zuurstofwaarden, ernstige verzwakking, benauwdheid en reuk- en smaakverlies.

Hij had in korte tijd 26 mensen ingestuurd naar het ziekenhuis en zag “13 mensen overleden in drie weken tijd”, terwijl hij normaal “één sterfgeval per maand” had. Toen het ziekenhuis opnamestop meldde, stelde hij zichzelf de vraag die voor hem het keerpunt werd: wat kunnen wij dan doen in de eerste lijn? De tekst van dit artikel is afgeleid van het transcript van zijn verhoor.

Off-label

Voor Elens was off-label voorschrijven op zichzelf niets bijzonders. Integendeel: hij benadrukte dat dit in de geneeskunde dagelijks gebeurt. “Elke arts schrijft off-label voor in het ziekenhuis en in de huisartsenpraktijk,” zei hij. Hij noemde voorbeelden uit de gewone huisartsenpraktijk en vatte het samen als “practice-based medicine”: de arts informeert de patiënt, volgt het effect en stuurt bij. Volgens Elens is dat geen afwijking van goede zorg, maar juist de kern ervan: “Je weet van tevoren niet of een molecuul dat je kiest effectief is in de patiënt die tegenover je zit.” Zijn werkwijze was daarom: behandelen, controleren, en de patiënt laten terugkomen als het niet beter ging.

Toen hij via een collega werd gewezen op de aanpak van de Amerikaanse huisarts Vladimir Zelenko, besloot Elens samen met zijn apotheker een lokaal protocol te maken met hydroxychloroquine, azitromycine en zink. Hij beschreef hoe hij een ernstig zieke patiënt behandelde die niet naar het ziekenhuis wilde. De eerste dag lag de man nog in bed, de tweede dag zat hij op de bank en de vierde dag zat hij aan het ontbijt. Daarna behandelde Elens naar eigen zeggen tien patiënten op rij, waarbij hij nierfunctie en ECG kende en de patiënten volgde. Zijn conclusie: “Tien mensen op rij waren dus binnen vier dagen beter. Ik dacht: dit kan toch geen toeval zijn?”

De kern van zijn boodschap was niet dat hij definitief wetenschappelijk bewijs had geleverd. Hij zei zelf: “Is dat dan wetenschap? Nee, het is geen wetenschap. Maar het is wel opvallend. Verdient verder onderzoek.” Juist dat onderzoek kwam er volgens hem niet. Zijn pleidooi was om de eerste lijn serieus in te zetten, in plaats van patiënten thuis paracetamol te laten nemen tot ze zo ziek waren dat de ambulance moest komen. “De eerste lijn is vergeten in de behandeling van corona,” zei hij. “We hebben te veel de focus gelegd op de tweede lijn.”

Ingreep van hogerhand

Het meest indringende deel van het verhoor ging over de reactie van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Op 8 april 2020 werd Elens gebeld. Hij beschreef dat gesprek als intimiderend: “Een beetje een snelle hartslag. Zweethandjes. Inspectie.” Volgens Elens kreeg hij te horen dat hij experimenteerde buiten onderzoeksverband en dat HCQ ernstige hartritmestoornissen kon geven. “Zo’n agressief gesprek. Dat ik daar helemaal nerveus van werd. Die sommeerde mij te stoppen met deze therapie.” Zijn reactie was verbazing: “Ik heb tien mensen genezen. Er is geen enkele bijwerking opgetreden. Hoezo belt u mij dan nu op?”

Daarna, zo verklaarde Elens, stopte hij aanvankelijk met voorschrijven, omdat de inspectie hem dat opdroeg. Maar dat leidde volgens hem tot een moreel onhoudbare situatie. Hij vertelde over “patiënt 11”: opnieuw corona, opnieuw de inspectie gebeld, en hij schreef het middel niet voor. “Die patiënten gingen dood. Dus ik deed wat de inspectie mij opdroeg. Niet meer voorschrijven.” Dat moment markeerde voor hem de grens. Hij zei: “Je kan jezelf alleen maar in de spiegel blijven aankijken als jij je eed volgt. Eed van Hippocrates. En jij zoekt de beste moleculen uit voor jouw patiënten.”

Rol Hugo de Jong

Ook de rol van minister Hugo de Jonge kwam uitvoerig aan bod. Elens zei dat hij aanvankelijk had gehoopt dat De Jonge zijn initiatief zou omarmen: “Dat we samen de pandemie zouden aanpakken. Dat was mijn hoop. Naïef misschien, maar dat is nog steeds een gemiste kans.” Later kreeg hij, mede door WOB-documenten, de indruk dat De Jonge juist wilde weten hoe de inspectie tegen hem kon optreden. Elens zei daarover: “Waarom is Hugo zo achter mij aangegaan? Waarom wilde hij dat ik moest stoppen met mijn praktijk?” Hij noemde het “traumatiserend” dat de minister van Volksgezondheid hem aanviel op zijn werk als dokter.

Het beeld dat uit zijn verhoor oprijst, is dat van een huisarts die zich van behandelaar veranderde in verdachte. Hij kreeg onaangekondigde inspectiebezoeken, schreef acht brieven aan de inspectie en twee aan het ministerie, en vroeg volgens eigen zeggen herhaaldelijk om onderzoek naar behandeling in de eerste lijn. Zijn samenvatting was hard: “Ik voelde mij opgejaagd wild.” En: “Ministerie van VWS wilde niet meewerken. Inspectie wilde niet meewerken. Dus ik heb een jaar lang gevoeld alsof ik werd tegengewerkt.”

Nog schrijnender vond hij de boetedreiging. Toen hij met circa dertig collega’s het effect van HCQ in de eerste lijn wilde onderzoeken, kwam volgens hem kort daarna de boodschap dat artsen die HCQ voorschreven een boete konden krijgen, met een maximum van 150.000 euro, en dat apothekers recepten moesten melden. “Toen is dat onderzoek niet meer doorgegaan. Niemand wilde het risico nemen op die boete.” Daarmee werd volgens Elens niet alleen zijn behandeling tegengewerkt, maar ook de mogelijkheid om die behandeling juist degelijk te onderzoeken.

Conclusie

Het verhoor van Rob Elens maakt duidelijk dat de coronacrisis niet alleen draaide om IC-capaciteit, lockdowns en vaccinaties, maar ook om een fundamentele vraag: hoeveel ruimte kreeg de arts aan het bed nog om, in onzekerheid en crisis, naar beste weten te handelen? Elens’ antwoord daarop is ondubbelzinnig: te weinig. Zijn ervaring was dat een huisarts die wilde behandelen, onderzoeken en leren, door inspectie en ministerie niet werd geholpen, maar afgeremd. Of zijn behandeling uiteindelijk medisch houdbaar was, is een aparte discussie. Maar zijn verhoor laat zien dat die discussie in Nederland nauwelijks open is gevoerd.

Morgen zullen wellicht een aantal vragen hierover beantwoord worden, bij het verhoor van Marina Eckenhausen, van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd.

Deel dit artikel: Twitter Facebook Linkedin WhatsApp
REACTIES
Reageer hier, maar met respect.

We verwelkomen respectvolle en relevante opmerkingen. Off-topic commentaren worden verwijderd. Als je illegale dingen doet, zullen we het verbieden.

 
Corona-enquête toont dat medici nog steeds niet snappen hoe het virus zich verspreidt (deel 1) - 117369
Jacco Wallinga, de modelleur, die Nederland op slot zette - 117332