Abonnement: Abonnee ()

De laatste updates in uw mail!

U hoeft niets te missen. leder weekend krijgt u de hoogtepunten van Maurice van afgelopen week in uw mail. Met opmerkelijke artikelen, meer achtergrond en toelichtingen.

In april 2020 wisten we het al WEL

In april 2020 wisten we het al WEL - 117132
Samenvatting van het artikel

Ook bij de Parlementaire Enquête wordt gezegd door de getuigen (bestuurders en wetenschappers) dat men in de eerste helft van 2020 nog zo weinig wist. Maar als men had willen zien en luisteren dan we in de loop van april 2020 al heel veel bekend.

Lees volledig artikel: In april 2020 wisten we het al WEL

Leestijd: 4 minuten

Onwil

Wat we al diverse keren bij de Parlementaire Enquête Corona gehoord hebben en de komende tijd nog veel zullen horen: maar toen wisten we nog maar weinig.

Maar dat is dus niet waar. Men wilde het niet weten. Want veel was al heel vroeg duidelijk.

Een hele belangrijke rol speelde het onderzoek van prof. Hendrik Streeck uit Bonn naar de grote uitbraak in Gangelt, vlak over de grens bij Sittard. Ik heb er ook al in april en mei 2020 veel over geschreven.

Dat onderzoek kwam dus direct met de cruciale informatie over het verloop van de ziekte, maar wilde men niet horen!!

Lees en huiver

Carnavaluitbraak in Gangelt

In maart 2020, toen het coronavirus net over Europa raasde en de onzekerheid groot was, trok viroloog professor Hendrik Streeck van de Universiteit van Bonn naar een klein Duits dorp om te doen wat op dat moment nauwelijks iemand deed: niet de paniek volgen, maar de feiten meten. Het dorp heette Gangelt en lag in de zwaar getroffen Landkreis Heinsberg, vlak bij de Nederlandse grens. Wat Streeck en zijn team daar vonden, stond op verschillende punten haaks op wat men toen dacht te weten.

Een dorp als laboratorium

Gangelt was geen toevallige keuze. Na een carnavalszitting half februari 2020 was het virus er ongeremd doorheen geraasd. De besmettingsbron — het carnaval — en het moment waren bekend, en het dorp van zo’n 12.500 inwoners was een betrekkelijk gesloten gemeenschap met weinig toerisme en reisverkeer. Daarmee vormde Gangelt een bijna ideaal natuurlijk laboratorium om te begrijpen hoe SARS-CoV-2 zich verspreidt, hoeveel besmette mensen ziek worden en hoe dodelijk het virus werkelijk is.

Tussen 31 maart en 6 april 2020, ongeveer zes weken na de uitbraak, onderzocht het team van Streeck 919 bewoners uit 405 huishoudens. Bij iedereen werden keelswabs voor PCR-tests afgenomen en bloedmonsters voor antistoftests. Juist die combinatie was vernieuwend: de PCR-test spoort een actieve infectie op, terwijl de antistoftest laat zien wie de infectie al had doorgemaakt. Daarmee kon men niet alleen de zieken van dat moment tellen, maar ook de stille meerderheid die het virus ongemerkt had gehad.

Wat men dacht versus wat men vond

Het meest besproken cijfer was de infectiesterfte, de IFR — de verhouding tussen het aantal doden en het werkelijke aantal besmette mensen. In de eerste maanden van de pandemie circuleerden veel hogere sterftecijfers, mede omdat die gebaseerd waren op het aantal bevestigde gevallen, de zogeheten case fatality rate. Streeck berekende voor het eerst ter wereld een IFR op basis van werkelijke besmettingen in een gemeenschap: 0,37 procent. Gecorrigeerd voor extra factoren lag dat tussen 0,24 en 0,43 procent. Dat was aanzienlijk lager dan veel van de schattingen die in maart 2020 de besluitvorming en de publieke angst bepaalden en die zaten tussen de 1,5% en 3%.

Dat lagere getal hing samen met een tweede bevinding. Volgens de officiële cijfers van de gezondheidsdiensten was ongeveer 3 procent van de inwoners van Gangelt besmet. De studie liet echter zien dat circa 15 procent van de geteste personen het virus had of had gehad — ongeveer 14 procent droeg antistoffen, en bij 2,4 procent werd het virus zelf nog aangetroffen. Met andere woorden: er waren vijf keer zo veel mensen besmet als de officiële tellingen suggereerden. De geregistreerde gevallen waren slechts het topje van de ijsberg.

Die ontdekking had grote gevolgen voor het landelijke beeld. Geëxtrapoleerd naar heel Duitsland, op basis van het toenmalige dodental, zou het werkelijke aantal infecties rond de 1,8 miljoen liggen — ongeveer tien keer hoger dan de toen officieel gemelde aantallen. Het virus circuleerde dus veel breder en stiller dan de geregistreerde besmettingscijfers deden vermoeden.

De stille besmetting

Een derde verrassing betrof de symptomen. Een aanzienlijk deel van de mensen die antistoffen bleek te dragen, had de hele periode van zes weken geen enkele klacht gehad. Volgens latere analyses ging het om ruim een vijfde van de besmette deelnemers, die volledig symptoomloos bleven. Dat zette de heersende aanname op losse schroeven dat besmetting vrijwel altijd samenging met herkenbare ziekteverschijnselen. Veel mensen droegen het virus zonder het te weten — en konden het dus ook onbewust doorgeven.

Besmetting binnen het huishouden

Misschien wel het meest tegenintuitieve resultaat ging over besmetting binnen het gezin. De algemene verwachting was dat een besmet persoon vrijwel onvermijdelijk de rest van het huishouden zou aansteken. De cijfers uit Gangelt waren genuanceerder: het risico om een huisgenoot te besmetten was verrassend laag. In een huishouden van drie personen, waar één persoon besmet was, nam het risico voor de anderen met ongeveer 20 procent toe — een verhoogd risico, maar bepaald niet de bijna zekere overdracht die velen vreesden.

Daarnaast bleek dat de kans op een nieuwe besmetting bij kinderen, volwassenen en ouderen sterk vergelijkbaar was en dus niet duidelijk samenhing met leeftijd. Ook tussen mannen en vrouwen waren er geen noemenswaardige verschillen. De grote uitbraak was vooral het gevolg van het superspreading-evenement van het carnaval, waar veel mensen urenlang in een slecht geventileerde ruimte waren geweest — niet van een onstuitbare verspreiding binnen elk afzonderlijk huishouden.

Uit een later gepubliceerd onderzoek bleek dat de duur van de aanwezigheid in de zaal (2 tot 4 uur) en de locatie t.o.v. de ventilatie (dicht bij de instroom of bij de uitstroom) ook een belangrijke invloed hebben gehad op de kans besmet te raken.

Ook stelde hij binnen de huishoudens vast dat de overdracht NIET via voorwerpen ging.

Een totaal ander beeld dan verwacht

De Heinsberg-studie tekende zo een beeld dat op meerdere punten sterk afweek van wat in maart 2020 als vaststaand gold: de infectiesterfte lag lager dan gevreesd, er waren veel meer besmette mensen dan geregistreerd, een opvallend deel van hen werd nooit ziek, en de overdracht binnen het huishouden was minder vanzelfsprekend dan gedacht. De grote uitbraak liet zich vooral verklaren door één gebeurtenis: het carnaval.

In Duitsland leidden de cijfers hooguit tot verdachtmakingen (want ze kwamen de beleidsmakers daar niet uit). In Nederland werden ze volledig genegeerd, hoezeer op maurice.nl ook aandacht voor het onderzoek werd gevraagd,

Zie deze links:

Deel dit artikel: Twitter Facebook Linkedin WhatsApp
REACTIES
Reageer hier, maar met respect.

We verwelkomen respectvolle en relevante opmerkingen. Off-topic commentaren worden verwijderd. Als je illegale dingen doet, zullen we het verbieden.

 
De waanbeelden van Maarten Keulemans, deel 1: De verspreidingswijze van het virus - 117090
In april 2020 wisten we het al WEL - 117132