Wilt u ons werk financieel ondersteunen? Doe een kleine donatie en klik hier

De laatste updates in uw mail!

U hoeft niets te missen. leder weekend krijgt u de hoogtepunten van Maurice van afgelopen week in uw mail. Met opmerkelijke artikelen, meer achtergrond en toelichtingen.

Home » COVID-19 » Tweederde deel van ziekenhuisopnames in VK dubbel gevaccineerd

Tweederde deel van ziekenhuisopnames in VK dubbel gevaccineerd

Samenvatting van het artikel

66% van alle ziekenhuisopnames onder volwassenen in het Verenigd Koninkrijk wegens COVID-19 is op dit moment ten minste dubbel gevaccineerd, tegenover 29% ongevaccineerden, en 4% onvolledig gevaccineerden. Wat is hier aan de hand? En wat zegt dit over de situatie in Nederland? Aan de hand van recente statistieken gepubliceerd door de UK Health Security Agency probeert Tom Berdowski hier licht op te werpen.

Lees volledig artikel
Leestijd: 9 minuten

In het Verenigd Koninkrijk komt wekelijks op vrijdag veel goede data beschikbaar, zodat er uitgebreide analyses op kunnen worden uitgevoerd. Tom Berdowski heeft dat voor ons gedaan met de cijfers van afgelopen vrijdag.

De wekelijkse cijfers

66% van alle ziekenhuisopnames onder volwassenen in het Verenigd Koninkrijk wegens COVID-19 is op dit moment ten minste dubbel gevaccineerd, tegenover 29% ongevaccineerden, en 4% onvolledig gevaccineerden (bij 1% was de vaccinatiestatus onbekend). Wat is hier aan de hand? En wat zegt dit over de situatie in Nederland? Aan de hand van recente statistieken gepubliceerd door de UK Health Security Agency probeer ik hier licht op te werpen.

Uit de cijfers blijkt dat de bescherming die gevaccineerden genieten tegen besmetting met COVID-19 inmiddels niet alleen steeds meer afneemt, maar ook dat gevaccineerden inmiddels significant vaker positief testen dan ongevaccineerden. Bij de bescherming tegen ziekenhuisopnames en sterfte zien we vergelijkbare verontrustende trends, waardoor het aandeel gevaccineerden in het ziekenhuis veel sneller oploopt dan je zou kunnen verklaren door een toenemende vaccinatiegraad alleen. Het Verenigd Koninkrijk loopt met de vaccinatiecampagne een maand of twee à drie voor op Nederland. Is dit dan een voorbode van wat ons ook te wachten staat?

Het UK Health Security Agency (voorheen: Public Health England) is een Brits overheidsinstituut dat zich voornamelijk bezighoudt met het bevorderen van de volksgezondheid en het bestrijden van pandemieën; enigszins vergelijkbaar met de rol van het RIVM. Elke vrijdag publiceert dit instituut een COVID-19 vaccine surveillance report (te vinden via www.gov.uk), waarin cijfers staan vermeld aangaande de vaccinatiestatus van de bevolking en statistieken over de positieve testen, ziekenhuisopnames, en sterfgevallen van de afgelopen vier weken, uitgesplitst naar vaccinatiestatus en leeftijd.

Vanwege de frequentie van uitgifte, de gedetailleerdheid van resultaten, en vanwege het feit dat de vaccinatiecampagne in het Verenigd Koninkrijk eerder van start is gegaan dan in de meeste andere landen, is dit voor ons waardevolle informatie die ons kan helpen begrijpen hoe de effectiviteit van de vaccins wellicht zal evolueren de komende tijd.

Van alle rapporten die er inmiddels zijn uitgekomen, zijn die van de afgelopen zeven weken het meest bruikbaar, aangezien daarin naast de gebruikelijke grafieken ook uitgebreide tabellen met de achterliggende cijfers staan vermeld. Het gaat hier om de uitgaves van week 36 tot en met week 42, waarin respectievelijk de statistieken staan vermeld van week 32 tot en met 35, week 33 tot en met 36, enzovoorts, tot aan het laatste rapport met de cijfers van week 38 tot en met 41. Elke periode van vier weken verschuift dus telkens met een week en heeft overlap met de drie voorgaande en opvolgende periodes. Het betreft hier grofweg de tijdspanne van begin augustus tot aan halverwege oktober 2021. In het vervolg zal ik naar de opvolgende periodes refereren als periode 1 tot en met 7.

Om een beeld te krijgen van de demografie en vaccinatiestatus: het Verenigd Koninkrijk is een land met 67,9 miljoen inwoners. 79% is volwassen en 21% kind en de mediane leeftijd ligt op een kleine 41 jaar. Laten we dus stellen dat ongeveer de helft van de bevolking ouder is dan 40 jaar. Van deze oudste helft is op dit moment 86% dubbel gevaccineerd. Tussen de 18 en 40 jaar is 59% dubbel gevaccineerd, en onder de 18 jaar ligt dit percentage op 2%.

45% van alle toegediende vaccinaties betrof die van Pfizer, 52% die van AstraZeneca, en 3% die van Moderna. Ter vergelijking: Nederland heeft nu zo’n 17,6 miljoen inwoners, waarvan bij de bevolking van 40 jaar en ouder 87% dubbel is gevaccineerd, tussen de 18 en 40 jaar 69% dubbel is ingeënt, en onder de 18 jaar oud ligt dit percentage op 15%. Het betrof hier 76% aan vaccinaties van Pfizer, 12% AstraZeneca, 8% Moderna, en 3% Janssen. De vaccinatiegraad onder de oudste helft van de bevolking is dus vergelijkbaar tussen beide landen, alhoewel de vaccinatiegraad bij kinderen en jongvolwassenen in Nederland wel beduidend hoger ligt. Bovendien wordt er in Nederland vooral met Pfizer geprikt, terwijl in het Verenigd Koninkrijk zowel Pfizer als AstraZeneca een groot aandeel hebben.

Afnemende bescherming

In de volgende figuur staat de relatieve bescherming vermeld die een dubbele vaccinatie in de praktijk biedt in het voorkomen van positieve testen, ziekenhuisopnames, en sterfgevallen onder volwassenen voor elk van de zeven periodes en uitgesplitst naar leeftijdsgroep. Let op dat de verticale as logaritmisch is. Vanwege de zeer lage vaccinatiegraad wordt de groep kinderen verder buiten beschouwing gelaten.

Als voorbeeld: stel dat de bescherming tegen het positief testen een factor 2 bedraagt, dan betekent dat, dat de kans voor een willekeurig gekozen gevaccineerde om positief te testen twee keer zo klein is als voor een willekeurig gekozen ongevaccineerde. En in absolute termen: als dan in een populatie de verhouding ongevaccineerd ten opzichte van gevaccineerd 1 op 10 bedraagt, dan kun je verwachten dat er voor elke positieve test onder ongevaccineerden er 5 gevaccineerden positief testen. Stel nu echter dat de bescherming een factor ½ zou bedragen, dus dat een gevaccineerde juist een twee keer zo grote kans heeft om positief te testen, dan zouden in dit voorbeeld 20 gevaccineerden positief testen ten opzichte van elke ongevaccineerde.

Als we nu kijken naar de positieve testen, dan vallen drie zaken op. Ten eerste laten alle leeftijdsgroepen consistent een daling in bescherming door vaccinatie zien. Ten tweede wordt er na verloop van tijd een omslagpunt bereikt waarna gevaccineerden zelfs vatbaarder lijken te zijn voor besmetting dan ongevaccineerden, en als laatste punt presteren de  leeftijdsgroepen van middelbare leeftijd (40-49 tot en met 70-79) significant slechter qua bescherming door vaccinatie dan de jongvolwassenen (18-29 en 30-39) en de oudste groep van 80+. De gemiddelde gevaccineerde was aan het begin van de onderzochte tijdspanne nog net iets beter beschermd dan de ongevaccineerde met een verschil van ongeveer 10%. Ter hoogte van periode 2 en 3 volgt dan een omslagpunt (omstreeks begin september), waarna gevaccineerden juist vaker positief testen dan ongevaccineerden. Dit verschil groeit en bij de meest recente meting is de kans om als gevaccineerde positief te testen al 60% groter dan bij ongevaccineerden, een afname in bescherming van ruim 10 procentpunt per week.

De bescherming van jongvolwassenen blijft langer relatief hoog, wat logisch is aangezien de vaccinatiecampagne daar later op gang is gekomen. De groep van 18-29 jaar oud is ten tijde van de meest recente meting (begin oktober) de enige die nog een bescherming van zo’n 30% in het voordeel van gevaccineerden laat zien. Bij alle andere leeftijdsgroepen hebben gevaccineerden juist een grotere kans om positief te testen. Voor de groepen van 40-49 tot en met 70-79 jaar oud hebben gevaccineerden zelfs een (ruim) twee keer zo grote kans om positief te testen als ongevaccineerden.

Een vergelijkbare dalende trend was zichtbaar bij de ziekenhuisopnames en sterfgevallen, alhoewel de bescherming van vaccinatie hiervoor dusdanig hoog was (veel hoger dan bescherming voor infectie an sich) dat in alle gevallen gevaccineerden beter beschermd bleven dan ongevaccineerden.

Initieel belandde een gemiddelde volwassen gevaccineerde nog 5 keer minder vaak in het ziekenhuis dan een ongevaccineerde, maar deze verhouding nam over de zes opvolgende weken af tot een factor 3, een afname van zo’n factor 0,3 per week. Ook bij de sterfgevallen zien we een afname van initieel zo’n een factor 5 tot uiteindelijk een factor 3. De groep 80+, de vatbaarste groep, genoot ook de minste bescherming door vaccinatie. Bij de recentste meting was hierbij de bescherming tegen ziekenhuisopname en sterfte teruggelopen tot respectievelijk een factor 2,0 en 2,6, alhoewel er bij de bescherming aangaande ziekenhuisopnames wel een stabilisatie valt waar te nemen. Dit betekent trouwens niet dat er voor elke gevaccineerde bejaarde twee ongevaccineerde bejaarden in het ziekenhuis zullen belanden; immers zijn er veel meer gevaccineerden dan ongevaccineerden binnen deze groep. Het gaat om de relatieve bescherming die een willekeurig gevaccineerd individu geniet tegenover een willekeurig ongevaccineerd individu.

De best beschermde groep voor ziekenhuisopname ten tijde van de laatste meting was de groep van 50-59 jaar oud, met een bescherming van respectievelijk een factor 4,8 en 6,5. Merk hierbij op dat ik qua sterfgevallen het resultaat van de groep van 30-39 jaar oud buiten beschouwing laat, aangezien sterfgevallen onder jongvolwassenen dusdanig zeldzaam zijn dat de resultaten onderhevig zijn aan sterk fluctuerend gedrag bij kleine wijzigingen in aantallen sterfgevallen tussen de ene of andere groep en de uitkomst dus statistisch minder significant is.

Zouden we deze resultaten uitdrukken in termen van ‘effectiviteit van vaccinatie’ (vaccine efficacy), een begrip dat je vaak tegenkomt, dan zou de effectiviteit (preventie van ziekenhuisopname en sterfte) zijn afgenomen van initieel zo’n 80% naar minder dan 70% in zes weken tijd. Het is hier belangrijk om te vermelden dat ik met effectiviteit niet de medische effectiviteit van het vaccin an sich bedoel, maar de mate van bescherming van de groep gevaccineerden ten opzichte van de groep ongevaccineerden onder de omstandigheden zoals ze zijn in de praktijk.

Te behalen winst

Er zijn legio hypotheses te verzinnen die de afname van bescherming (mede) zouden kunnen verklaren: wellicht worden ongevaccineerden buitengesloten van locaties die een verhoogd risico op besmetting vormen, verschilt het gedragspatroon en samenstelling van de overgebleven groep ongevaccineerden significant, is het virus harder rondgegaan onder de populatie ongevaccineerden en zijn ze daardoor nu (tijdelijk) beter beschermd, of wellicht neemt de effectiviteit van vaccinatie gewoon daadwerkelijk zo snel af als we waarnemen. Wat de redenen mogen zijn laat ik in het midden; ik beperk mij in dit artikel slechts tot het delen van de statistieken. En die zijn opvallend, aangezien er in het meest recente rapport effectiviteiten voor de Pfizer-, AstraZeneca-, en Modernavaccins worden vermeld in de orde van 90 tot 99%, en dat deze bescherming zeker 3 à 4 maanden stand zou moeten houden.

Nu is er inmiddels voor een groot deel van de bevolking meer tijd verstreken sinds het zetten van de tweede vaccinatie, maar men moet zich realiseren dat er een wereld van verschil is tussen een effectiviteit van bijvoorbeeld 99% (een bescherming met een factor 100), 90% (factor 10), 80% (factor 5), en 70% (een ruime factor 3). Voor de volledigheid zijn voor de eerste en laatste periode, en voor de gemiddelde en de hoogst- en laagstgenoteerde effectiviteit van vaccinatie de waardes vermeld in de volgende tabel.

Het zou interessant zijn om nader te onderzoeken wat de specifieke bescherming van vaccinatie per leeftijdsgroep in de praktijk betekent. De volgende figuur geeft hier een beeld van, waarbij de potentiële reductie in ziekenhuisopnames is weergegeven per leeftijdsgroep. De linker grafiek laat de situatie zien als nog niemand in de bevolking gevaccineerd zou zijn en de rechter grafiek de situatie bij de werkelijke vaccinatiegraad per onderzochte periode. In het grijs wordt het aandeel in ziekenhuisopnames getoond dat ondanks dubbele vaccinatie toch zal plaatsvinden. Het witte gedeelte geeft tenslotte de verworven reductie aan in ziekenhuisopnames. Een vergelijking tussen beide figuren geeft dus enerzijds een indicatie van de winst die er al is geboekt met de vaccinatiecampagne in het voorkomen van ziekenhuisopnames, maar ook de potentiële winst die er nog te behalen valt.

Als we kijken naar het grijze gebied van de linker grafiek, dan zien we dat ten tijde van de eerste periode bij volledige vaccinatie 21% van de opnames alsnog niet te voorkomen zou zijn. Zes weken later is dit aandeel gestegen naar 33%. Dit correspondeert met de eerder verkregen beschermingsratio’s van zo’n 5 en 3 of met de effectiviteit van vaccinaties van zo’n 80% teruglopend naar 70%. Van de overige 67% aan ziekenhuisopnames die volgens de meest recente meting dus nog wel te voorkomen zou moeten zijn, is in aflopende volgorde de grootste reductie te halen bij de groep 50-59 (-15%), de groep 70-79 (-13%), de groep 60-69 (-12%), de groep 40-49 (-10%), en de groep 80+ (-9%). Met enige afstand volgen dan nog de jongvolwassenen, met de groepen 30-39 (-5%) en 18-29 (-2%). Zoals eerder vermeld is de groep kinderen vanwege de zeer lage vaccinatiegraad buiten de analyse gehouden, maar je kunt verwachten dat de potentiële reductie vergelijkbaar is met die van de groep 18-29 en dus klein ten opzichte van het geheel (zo’n -2%).

Echter, als we nu kijken naar de rechter grafiek, dan zien we dat verreweg de meeste winst al behaald is. Immers, de vaccinatiegraad in de grootste risicogroepen is hoog en mensen die nog niet zijn gevaccineerd zijn veelal jong. In potentie kan er nu nog een winst van 9 procentpunt behaald worden in reductie van ziekenhuisopnames ten opzichte van de oorspronkelijke situatie. Van alle ziekenhuisopnames is dan ook inmiddels 66% dubbel gevaccineerd en 29% ongevaccineerd (van 5% is de status enkelvoudig gevaccineerd of onbekend), waar de verhoudingen zes weken eerder nog op 52% dubbel gevaccineerd en 40% ongevaccineerd lagen (en 7% overig), een stijging van ruim 2 procentpunt per week in dubbel gevaccineerde opnames. Let wel, het groeiende aandeel aan dubbel gevaccineerde opnames is dus maar zeer ten dele toe te schrijven aan de toenemende vaccinatiegraad, want die stijgt nauwelijks nog voor het grootste gedeelte van de volwassenen, zeker wat de kwetsbare leeftijdsgroepen betreft.

En hoe nu verder?

Het is relevant om te begrijpen hoe deze situatie zich verder zal ontwikkelen. Als de trend van afnemende bescherming zich met dezelfde snelheid zou voortzetten, dan is de effectiviteit in de praktijk tegen ziekenhuisopname aan het eind van de herfst gereduceerd tot minder dan 30% en zal ruim 80% van alle ziekenhuisopnames dubbel gevaccineerden betreffen. Dit is zorgwekkend, aangezien het totaal aantal vermelde ziekenhuisopnames volgens het laatste rapport gemiddelde genomen over de afgelopen vier weken 264 opnames per dag betrof, wat zich zou vertalen naar 68 opnames per dag voor Nederland. Dit is ook precies het gemiddeld aantal opnames in Nederland over de afgelopen zeven dagen op moment van schrijven, en dit terwijl in het Verenigd Koninkrijk, net als in Nederland en op veel andere plekken in Europa, de besmettingscijfers weer snel oplopen. Het Verenigd Koninkrijk is onlangs wel met een boostercampagne begonnen. Wellicht dat de stabilisatie van de voorheen afnemende bescherming tegen ziekenhuisopname bij de groep 80+ een voorbode van de effectiviteit hiervan is.

Gaan wij dit soort statistieken – met enige vertraging – ook voor Nederland voorbij zien komen? Of zijn toch de epidemiologische verschillen te groot? Immers, wij hebben voornamelijk met Pfizer geprikt, terwijl in het Verenigd Koninkrijk AstraZeneca ook een groot aandeel heeft. Wellicht zijn er ook significante verschillen in de opbouw van de bevolking, de staat van de volksgezondheid in het algemeen (denk aan obesitas), of bijvoorbeeld in richtlijnen voor ziekenhuisopname.

Wat deze cijfers in elk geval laten zien is dat we niet blind kunnen varen op het idee dat de ziekenhuiscapaciteit van een land afdoende is als daar maar een zeer hoge vaccinatiegraad wordt bereikt.

Deel dit artikel: Twitter Facebook Linkedin WhatsApp
REACTIES
Reageer hier, maar met respect.

We verwelkomen respectvolle en relevante opmerkingen. Off-topic commentaren worden verwijderd. Als je illegale dingen doet, zullen we het verbieden.

  • MEER OVER
BEKIJK OOK
 
Wat betekent lichamelijke integriteit?
De psychologie van virologische incompetentie