Wilt u ons werk financieel ondersteunen? Doe een kleine donatie en klik hier

De laatste updates in uw mail!

U hoeft niets te missen. leder weekend krijgt u de hoogtepunten van Maurice van afgelopen week in uw mail. Met opmerkelijke artikelen, meer achtergrond en toelichtingen.

Home » COVID-19 » De cijfers dalen (nog) sneller dan u denkt

De cijfers dalen (nog) sneller dan u denkt

Samenvatting van het artikel

De cijfers dalen. Maar als je dieper inzoomt op de cijfers dan besef je dat het in de werkelijkheid nog sneller gaat dan men denkt. Dat wijzen de dagelijkse GGD-cijfers uit.

Lees volledig artikel
Leestijd: 7 minuten

Scherp dalende trends

Door de wijze waarop in Nederland de cijfers rondom Covid-19 worden verzameld en gepresenteerd, is er geen echt goed beeld te geven van hoe de ontwikkelingen verlopen. Dat betreft zowel de verspreiding van de besmetting van Covid-19 onder de bevolking als de cijfers rondom de ziekenhuizen.

Ik heb daar vaak over geschreven en er is na één jaar helaas weinig veranderd. De dagcijfers van het RIVM zeggen weinig, omdat ze erg afhankelijk zijn van de discipline van de aanlevering van de data (en de kwaliteit van de ICT-systemen bij GGD en/of RIVM). Belangrijke,  aanvullende informatie wordt niet verzameld. Door die slechte kwaliteit van de data werd en wordt de besluitvorming rondom het nemen van maatregelen en het besluiten van versoepelen vooral een machtsspel. Besef dat tot de beperkte versoepelingen, die 28 april zijn ingegaan (terrassen mochten open van 12 tot 18 uur en t.a.v. het winkelen werd een verruiming ingevoerd) besloten is, terwijl het OMT het nog niet wilde en in de media velen in de zorg het de regering erg kwalijk namen.

Inmiddels kunnen we vaststellen dat sinds het effect van het versoepelen in de cijfers terug te vinden zouden moeten zijn, er sprake is van scherpe dalingen. Het uitstel van de volgende stap van versoepelingen van 12 mei tot en met 19 mei was ook volstrekt onnodig.

Ook zien we -natuurlijk- verschillende interpretaties van de redenen van de dalingen. Natuurlijk claimt Van Dissel dat het conform het model loopt (een model dat o.a. geen rekening hield met het seizoenseffect). En stelt De Jonge dat dit te danken is aan de vaccinatie, nadat we na 28 april door hem geschoffeerd werden, omdat de versoepelingen blijkbaar verslonsingen waren geworden.

Juist omdat veel cijfers zo multi-interpretabel zijn, was het van groot belang geweest bij het laten testen bij de GGD om een uitgebreide vragenlijst af te nemen en bij het presenteren van de cijfers, relevante informatie mee te nemen. Met name gaat het erom of mensen die positief getest worden, nog echt besmettelijk zijn (en of ze nog symptomen hebben). Maar ook is het van belang een goede inschatting te maken van hoeveel mensen wel besmettelijk zijn, maar zich niet laten testen, hetzij omdat ze geen symptomen hebben, hetzij omdat ze zich niet willen laten testen.

Cijfers die wel te gebruiken zijn

Sinds een aantal maanden worden de dagcijfers van de GGD-teststraten gepubliceerd. Daaruit blijkt hoeveel mensen zich laten testen en hoeveel daarvan een positieve uitslag hebben gekregen. Die cijfers komen dus met twee dagen vertraging binnen. Zo komen de cijfers van vrijdag van de GGD op zondagmiddag beschikbaar. De dagcijfers van het RIVM bestaan voor meer dan 90% uit die GGD-cijfers. Maar doordat bij het doorgeven van die cijfers van de GGD aan het RIVM blijkbaar regelmatig wat mis gaat, zeggen de dagcijfers van het RIVM minder dan die van de GGD. Soms lopen ze achter, soms is er een inhaalslag.

Uit die GGD-cijfers is echt veel meer op te maken. Als er tenminste rekening wordt gehouden met het dagpatroon (in het weekend laten minder mensen zich testen).

De GGD-cijfers laten duidelijk zien dat rond 18 april in Nederland een kantelpunt is geweest. Op 29 april heb ik daar een artikel over geschreven. Die omslag was vanaf 23 april te zien bij de GGD-cijfers en vanaf 29 april bij de ziekenhuisopnames. Dat lijkt samen te hangen met de eerste mooie dagen van april (18-20 april) en wellicht ook de start van de schoolvakanties, waarbij minder mensen zich zijn gaan testen.

Omdat tegelijkertijd het percentage positieve getesten toenam, werd het, door degenen die het liefst geen versoepelingen wilden, gezien als een negatief signaal. De daling zou alleen liggen aan het feit dat minder mensen zich lieten testen. Maar inmiddels is duidelijk dat dit geen grote rol gespeeld kan hebben.

Dit is de grafiek van het aantal positief getesten per dag bij de GGD sinds Pasen.  U herkent ook het dagpatroon. In het weekend zijn de cijfers duidelijk lager dan door de week.

Door de cijfers per dag te vergelijken met exact een week ervoor, is goed te zien wat zich aan het voltrekken is. Dezelfde grafiek toon ik nu, maar dan met de percentuele stijging of daling ten opzichte van exact één week eerder.

(Bij deze grafiek is goed te zien dat op Koningsdag minder mensen zich hebben laten testen. Vermoedelijk had dat cijfer toen niet -20% moeten zijn maar rond de -10%. Het cijfer van 4 mei is daardoor wel te hoog, door dat te lage aantal positief getesten op Koningsdag).

Zagen we tot 10 mei bij de GGD de daling van het aantal positieven samenhangen met de daling van het aantal mensen dat zich bij de GGD liet testen, nu zien we dat de daling vooral komt door het lagere aantal positief getesten. Vrijdag lag dat percentage voor het eerst weer onder de 10%.

Maar de centrale vraag is niet “hoeveel mensen worden er per dag positief getest bij de GGD?”, maar hoeveel mensen worden er per dag nog echt besmet met Covid-19 in Nederland (en zijn vervolgens wellicht besmettelijk voor anderen).

En dan ziet dit plaatje er anders (en nog gunstiger) uit.

Meer false positives

Bij een PCR-test worden er ook mensen positief getest, die al niet meer besmettelijk zijn. Dat komt doordat men ook hele hoge Ct-waardes toepast (het aantal keren dat het virus gedupliceerd wordt, voordat het instrument positief uitwijst). Er wordt veel gediscussieerd over bij wele Ct-waarde je eigenlijk zou moeten stoppen, omdat bij hoge Ct-waarde de kans groot is dat de persoon wel besmet was, maar het niet meer is. Op sommige plekken wordt die Ct-waarde per getest persoon ook gecommuniceerd en dat geeft dan een beter beeld van het echte aantal dat besmettelijk is.

In Madrid houdt men die Ct-waardes al sinds augustus bij en uit de analyse sindsdien, is op te maken dat als er een duidelijke daling onder de bevolking is van het virus, het aandeel false positives fors toeneemt. In Madrid bleek dat bij een duidelijke stijgende trend de positieve PCR testen met een Ct-waarde boven de 30 rond een derde was. Maar bij een duidelijk dalende trend steeg dat percentage naar bijna 65%. Dus bij een sterke daling van het aantal besmettingen krijg je een extra overschatting van het aantal echte besmettingen.

Voorzichtigheidshalve schat ik nu in dat we in Nederland rond de 50% zitten. Dus als er bekend wordt dat er 3000 positief getesten zijn (en op die cijfers zitten we nu) dan denk ik dat niet meer dan 1500 personen van deze positief getesten op dat moment besmettelijk zijn.

Besef trouwens hierbij dat toen vorige maand het RIVM schatte dat 1% van de Nederlanders op dat moment besmettelijk waren bij 140.000 getesten voor toegang dit cijfer 0,21% was. (Nu is dat niet 1-op-1 te vergelijken, want als je je niet lekker voelt ga je niet naar een sneltest voor toegang). Maar deze uitslag gaf wel aan dat het aantal positief getesten via PCR een forse overschatting is van het aantal personen dat echt besmettelijk is.

Het grote effect van sneltesten

Doordat inmiddels mensen gemakkelijk thuis sneltesten kunnen doen, is er een forse verstoring van de GGD-cijfers aan de hand. Want je kan je aan de ene kant voorstellen dat door die sneltesten minder mensen naar de GGD toe komen om zich te laten testen (dat doen ze voor circa 6 euro thuis). Maar aan de andere kant zal een fors deel met een positieve uitslag zich alsnog laten testen. (En bij die sneltesten heb je veel minder last van false positives. Wel wat meer last van false negatives).

Het effect van die sneltesten was tot nu toe niet te berekenen, maar door een onderzoek van het RIVM zijn daar nu toch indicaties van. De Volkskrant publiceerde de kerncijfers van het onderzoek naar de sneltesten:

Dit geeft relevante informatie:

  • Circa 1 miljoen volwassen mensen geven aan een sneltest gedaan te hebben.
  • 12% meldt dat ze positief getest zijn. Maar het kan natuurlijk wel dat ze al meerdere testen hadden uitgevoerd en dat eentje ervan positief was.  Dus het zou kunnen dat deze 1 miljoen mensen bij voorbeeld 2 miljoen testen hebben uitgevoerd waarvan 6% positief was,
  • Het overgrote deel van degenen die positief getest zijn, hebben zich vervolgens ook bij de GGD laten testen (87%).

Een snelle berekening leert dat circa 100.000 personen zich bij de GGD hebben laten testen in de afgelopen 5 á 6 weken, die al wisten dat ze positief waren op basis van een sneltest. Conservatief berekend betekent dit per dag een kwart tot een derde van de positief getesten bij de GGD, die tot deze groep sneltesters behoort.

Dat heeft twee gevolgen:

  • Het percentage positief getesten neemt kunstmatig toe. Een simpel rekenvoorbeeld: Er komen 10.000 mensen zich laten testen zonder dat ze een sneltest hebben uitgevoerd. Er blijken 1000 testen positief. Er komen nog 500 mensen zich laten testen, die dankzij een sneltest weten dat ze positief zijn. Terwijl bij de eerste groep het percentage positieven 10% is, zal het percentage positieven bij de totale groep stijgen naar 1.500/10.500 = 14%.  Dus als we nu een percentage positief hebben van 10% in Nederland, dan zal dat in werkelijkheid dus ergens tussen de 6 en 8% liggen, schat ik in.
  • Er komen minder mensen zich laten testen, maar we weten niet in welke mate de sneltesten daarop invloed hebben. Vervangt de sneltest voor de mensen, die deze toepassen, de GGD-test? Of doen ze wel een sneltest, maar waren ze anders niet naar de GGD-gegaan? Afhankelijk van het antwoord, zouden we kunnen weten of het sneltesten per saldo zorgt dat we meer positieven in Nederland vinden dan zonder die sneltesten. (Wat we wel weten is dat degenen die positief getest zijn met de sneltesten, een veel lager percentage false positives zullen geven bij de PCR-test, omdat die sneltest een paar weken na infecte geen positief resultaat geeft).

Totaaleffect

Hoewel het door de onvolkomenheid van de data niet echt goed vast te stellen is, denk ik dat de twee bovenstaande effecten gecombineerd  voor een forse overschatting van het aantal mensen dat op dit moment nog besmettelijk is, zorgen. Ik schat in dat het cijfer van het RIVM van het aantal mensen dat nu besmettelijk is in heel Nederland, dat nu nog ruim boven de 100.000 ligt, een factor 3 tot 5 keer te groot is. Omdat de termijn waarin men meetelt als besmettelijk, 8 dagen is, denk ik dat de aanname van het RIVM dat op dit moment in Nederland per dag 14.000 worden besmet in werkelijkheid tussen de 2500 en 4500 ligt. (Dat is dus alle Nederlanders en niet de mensen die zich laten testen).

Met het dalingspercentage van 20% à 25%  per week zullen die cijfer in 2 weken nog halveren.

Juist omdat Texas op 2 maart besloot alles open te gooien met ongunstiger cijfers toen dan Nederland nu (en de cijfers zijn nu een stuk gunstiger), zou men dat nu ook in Nederland moeten en kunnen doen. Mijn fictief persbericht voor de Provincie Noord-Holland zou integraal voor Nederland nu toegepast kunnen en moeten worden!

Zolang we nog steeds aan de leiband lopen van het RIVM en OMT zijn dit soort analyses en artikelen nodig. Daarvoor vragen wij om een vrijwillige kleine financiële bijdrage. 

 

Deel dit artikel: Twitter Facebook Linkedin WhatsApp
REACTIES
Reageer hier, maar met respect.

We verwelkomen respectvolle en relevante opmerkingen. Off-topic commentaren worden verwijderd. Als je illegale dingen doet, zullen we het verbieden.

  • MEER OVER
BEKIJK OOK