Wilt u ons werk financieel ondersteunen? Doe een kleine donatie en klik hier

De laatste updates in uw mail!

U hoeft niets te missen. leder weekend krijgt u de hoogtepunten van Maurice van afgelopen week in uw mail. Met opmerkelijke artikelen, meer achtergrond en toelichtingen.

Home » De Cijfers » De strategie van angst zaaien

De strategie van angst zaaien

Samenvatting van het artikel

Keer op keer worden voorspellingen van het RIVM op inhoud geanalyseerd en blijken de onderliggende aannames twijfelachtig of zelfs compleet fout. In dit artikel laten we zien, hoe het vasthouden aan verspreiding via grote druppels in plaats van aerosolen kan leiden tot een beleid van doelbewust angst zaaien om het virus onder controle te houden.
Auteur: Eildert Slim

Lees volledig artikel
Leestijd: 4 minuten

Vaste lezers van deze site zijn ongetwijfeld bekend met de langlopende discussie over verspreiding van COVID-19, via grote druppels of aerosolen. Het RIVM en OMT houden vast aan het primaire belang van de grote druppels, die binnen anderhalve meter op de grond vallen. Vandaar de anderhalve meter regel. Maurice wijst op het belang van aerosolen, die zich over veel grotere afstand kunnen verplaatsen. Vandaar zijn advies om vooral goed te ventileren en te zorgen voor het juiste luchtvochtigheidsniveau. Inmiddels is een groot deel van de wereld, inclusief Duitsland en de VS, ‘om’, evenals inmiddels veel Nederlanders.

Maar dit verschil van inzicht heeft, naast al dan niet stimuleren van goede ventilatie, een belangrijk tweede gevolg voor het Nederlandse corona beleid.

Luchtvochtigheid

Voor aerosolen speelt de luchtvochtigheid een belangrijke rol. Bij lage luchtvochtigheid verdampt het water in de aerosol, waardoor deze langer rondzweeft. Omdat de hoeveelheid water in de lucht hoger is in de zomer en lager in de winter, komt een virus dat zich via aerosolen verplaatst ’s winters meer voor. Die seizoensafhankelijkheid geldt niet voor een virus dat zich via grote druppels verplaatst, omdat deze in relatief korte tijd op de grond vallen. Dit leidt tot twee verschillende perspectieven:

  1. Als COVID-19 primair wordt overgedragen via grote druppels, wordt de verspreiding ervan bepaald door de interacties tussen mensen. Elke interactie is een risico op besmetting, dus hoe minder interacties, hoe minder besmettingen.
  2. Als aerosolen de primaire vorm van overdracht zijn, wordt de verspreiding van het virus bepaald door een combinatie van menselijke interactie en weersomstandigheden. Bovendien kan het risico beperkt worden door slim te ventileren.

Perspectief 1

Hieronder ter illustratie het verloop van de 1e golf, in termen van IC opnames. Te zien is een snelle daling in april, gevolgd door relatief weinig opnames gedurende de zomer. Vanuit perspectief 1 is deze curve een functie van de interacties tussen mensen:

  • begin maart een exponentiële stijging, omdat mensen veel interacties hadden;
  • in april een snelle daling, omdat mensen zich door een combinatie van maatregelen en angst isoleerden;
  • gedurende de zomer een evenwicht in de verspreiding van COVID-19; het aantal interacties was te veel toegenomen ten opzichte van april om het virus uit te doven, maar bleef voldoende laag om een grote nieuwe uitbraak te voorkomen.

Dus ons sociale gedrag stuurt het virus.

Perspectief 2

Vanuit perspectief 2 is de curve anders opgebouwd: De daling in april/mei werd veroorzaakt door een combinatie van isolatie en het aanbreken van warm lenteweer met hoge luchtvochtigheid. Die laatste factor gaf het virus gedurende de zomermaanden geen kans opnieuw op grote schaal uit te breken.

Dus hoewel ons sociale gedrag invloed heeft, wordt het virus voor een belangrijk deel gestuurd door de weersomstandigheden, die we bovendien binnenshuis kunnen beïnvloeden door middel van o.a. ventilatie en CO2 meters.

Maar als ons sociale gedrag het virus stuurt, zoals het RIVM en OMT zeggen, zal een beleidsmaker die het virus onder controle wil houden logischerwijs dit gedrag proberen te sturen.

Dat kan op verschillende manieren: Corona maatregelen helpen de sociale interacties te verminderen, maar kunnen slechts beperkt afgedwongen worden. Een andere methode is angst te creëren, omdat angstige mensen zelf gemotiveerd zijn hun interacties te minimaliseren. Daarvoor hoeft de angst inhoudelijk niet goed onderbouwd te zijn, zolang mensen maar overtuigd worden.

Dat klinkt bijna als een samenzweringstheorie, maar op 9 februari kopte het NOS ‘Duits ministerie schakelde wetenschappers in om corona-angst op te wekken‘. Volgens dit artikel leverden wetenschappers voorstellen om “angst en volgzaamheid bij de bevolking” op de agenda te zetten.

Opvallend was ook de “onderhandeling” tussen wetenschappers over het mogelijke dodental dat genoemd moest worden. Het RKI, het Duitse RIVM, stelde voor te werken met hun inschatting van een sterfte percentage van 0,56%. Maar het RWI, een economisch instituut, pleitte voor 1,2%, omdat ze “vanuit het doel van het model moesten denken”, door de cijfers “beter slechter dan te goed” voor te stellen zou “een grote druk om te handelen” gecreëerd worden.

Die 1,2% was dus niet de wetenschappelijk best onderbouwde inschatting, maar bepleit omdat ze geschikt was om angst te creëren.

En Nederland?

In Nederland is dergelijke communicatie (nog) niet uitgelekt, maar zolang onze beleidsmakers de theorie van de ‘grote druppels’ aanhangen is goed mogelijk, dat doelbewust angstzaaien een fundamenteel onderdeel van het Nederlandse corona beleid is. Immers, angst stuurt ons gedrag en ons gedrag stuurt het virus.
Goed voorbeeld van angstzaaien is dit artikel: RIVM: ‘De storm komt, we moeten ons niet in slaap laten sussen door daling’. Enkele citaten:

  • De epidemioloog zegt niet te weten “hoe groot de storm is, maar we weten dat die eraan komt”.
  • Ook twee Braziliaanse varianten en de Zuid-Afrikaanse variant van het Coronavirus krijgen steeds meer voet aan de grond in Nederland.

Enige wetenschappelijke onderbouwing voor een nieuwe golf ontbreekt volledig. Feit is, dat het aantal positieve tests wereldwijd sinds 11 januari gedaald is van 745K naar 440K op 8 februari. Een dergelijk snelle daling rijmt niet met een snel om zich heen grijpende nieuwe buitenlandse variant.

Een ander voorbeeld is de prognose van het RIVM voor het heel grote aantal bezette IC-bedden in maart/april/mei, die gebruikt werd als argument om de avondklok in te voeren. In dit scenario ontbreekt niet alleen de invloed van het weer, maar is ook het effect van de vaccinatiecampagne niet meegenomen. Volgens van Dissel was dit moeilijk op korte termijn te modelleren, maar het effect is een onterecht negatieve voorspelling.

Conclusie

Vooropgesteld: In Duitsland werd deze campagne geïnitieerd met de bedoeling om het virus terug te dringen. Vóordat het belang van aerosole verspreiding duidelijk was. En in tegenstelling tot Duitsland is in Nederland geen hard bewijs dat doelbewust angst zaaien onderdeel was of is van het Nederlandse corona beleid.

Maar omdat het RIVM halsstarrig blijft vasthouden aan verspreiding via grote druppels, zou dit wel een logische strategie zijn, die herkenbaar is in de berichtgeving. Het verklaart ook, waarom op prognoses van het RIVM inhoudelijk zoveel is af te dingen – het hoofddoel is angst zaaien, correctheid is secundair.

Helaas is angst een slechte raadgever die mensen ervan weerhoudt constructief te handelen en rationele afwegingen te maken. Gevolg daarvan is onvoldoende aandacht voor ventilatie in o.a. zorginstellingen waardoor  mensen onnodig ziek worden en anderen uit angst voor een virus wegkwijnen in eenzaamheid.

Ondertussen is het aantal positieve tests per dag wereldwijd met 40% gedaald. Dat is niet eerder gebeurd in deze pandemie, waardoor het lijkt dat het einde in zicht is. Het is tijd over de angst heen te stappen en de maatregelen af te bouwen.

Deel dit artikel: Twitter Facebook Linkedin WhatsApp
REACTIES
Reageer hier, maar met respect.

We verwelkomen respectvolle en relevante opmerkingen. Off-topic commentaren worden verwijderd. Als je illegale dingen doet, zullen we het verbieden.

  • MEER OVER
BEKIJK OOK