Wilt u ons werk financieel ondersteunen? Doe een kleine donatie en klik hier

De laatste updates in uw mail!

U hoeft niets te missen. leder weekend krijgt u de hoogtepunten van Maurice van afgelopen week in uw mail. Met opmerkelijke artikelen, meer achtergrond en toelichtingen.

Home » COVID-19 » De giftige mix van wetenschappers met oogkleppen en kritiekloze journalisten

De giftige mix van wetenschappers met oogkleppen en kritiekloze journalisten

Samenvatting van het artikel

Deze week was duidelijk te zien wat het kernprobleem is van het Nederlandse COVID-19-beleid. Prominenten Nederlandse wetenschappers hebben oogkleppen op bij het duiden van hun eigen onderzoeken. Journalisten stellen geen kritische vragen.

Lees volledig artikel
Leestijd: 8 minuten

Deze week was duidelijk te zien wat het kernprobleem is van het Nederlandse COVID-19-beleid. Prominenten Nederlandse wetenschappers hebben oogkleppen op bij het duiden van hun eigen onderzoeken. Journalisten stellen geen kritische vragen. De onlogische verhalen van Nederlandse wetenschappers geven ze 1-op-1 door. Deze twee groepen bepalen voor een belangrijk deel het beleid in Nederland. Het is een giftige mix.

Professor Marion Koopmans speelt hierin een grote rol. Ze is betrokken bij twee studies van de afgelopen week waaruit belangwekkende en relevante conclusies kunnen worden getrokken. Maar dan moet je de uitkomsten wel in een breder kader willen plaatsen en bijvoorbeeld met andere onderzoeken vergelijken. Nu trekken wetenschappers verbazingwekkende conclusies uit eigen studies en ze rekenen erop dat journalisten die kritiekloos doorgeven. Blijkbaar wil men niet dat deze onderzoeken een rol gaan spelen bij het beleid. En wil men ook niet onderkennen dat we nu al lang blind zijn voor de dreiging van besmetting door de lucht.

Dit is een goed voorbeeld van een uitspraak van Marion Koopmans die een journalist in de NRC kritiekloos over: “De combinatie van maatregelen zoals die er nu zijn, houden rekening met het gegeven dat aerosoltransmissie onder specifieke omstandigheden een rol kan spelen.”
In dit blog leg ik uit hoe misleidend deze uitspraak van haar is.

 

Dit zijn die twee interessante onderzoeken, waaraan zij heeft meegwerkt:
1. Heterogeneity in transmissibility and shedding SARS-CoV-2 via droplets and aerosols
2. SARS-CoV and SARS-CoV-2 are transmitted through the air between ferrets over more than one meter distance

De eerste studie is heel interessant. De tweede studie is zowel interessant door de inhoud, maar misschien  nog wel meer hoe de onderzoekers met dat onderzoek naar buiten zijn gekomen.


Ad 1. Hoeveel virusdeeltjes scheiden we uit en hoe is de relatie met druppelgrootte?

Deze studie is van een aantal Canadese wetenschappers en Marion Koopmans. Via meta-analyse en modelering wordt beschreven hoe bij COVID-19 t.a.v. griep en Sars er sprake is van een veel grotere verscheidenheid tussen geïnfecteerde personen t.o.v. het uitstoten van de hoeveelheid van het virus. Ook is er een groot verschil gedurende het verloop van de infectie. (Tussen de eerste dagen en de latere). De belangrijkste periode van verspreiding van het virus is direct nadat de eerste symptomen zichtbaar zijn.

Zeker een belangwekkende bevinding.

Bij hun modellen gaan ze ook in op hoe die geïnfecteerde personen dat virus naar buiten brengen. En er wordt berekend hoeveel eenheden virus grote en kleine druppels bevatten.
Hoesten brengt veruit de meeste virusdeeltjes in de lucht, daarna zingen, spreken en het minst ademhalen.
Er zijn nogal wat mensen, die terwijl ze wel geïnfecteerd zijn, zelf amper nieuwe virusdeeltjes in de lucht brengen. Dat is in lijn met de bevindingen wereldwijd dat 70 procent van de geïnfecteerde niemand besmetten. Men schat dat circa 10% van de geinfecteerden veel virus uitscheidt (gedurende een relatief korte periode. Die kunnen superspreaders genoemd worden.


Dan komt dit cruciale deel uit het rapport (regel 208 tot en met 217). Belangrijk om te weten is dat “virions” virusdeeltjes zijn.
“… we modeled the likelihood of shedding SARS-CoV-2 via aerosols. Talking, singing and breathing shed SARS-CoV-2 at comparable rates through droplets and aerosols (up to tens to hundreds of virions/min). As airborne spread is recognized as a key mode of transmission for A(H1N1)pdm09 (MdH: Mexicaanse Griep) , our model estimates and comparative analyses support, particularly for highly infectious cases, airborne spread as a transmission mode for SARS-CoV-2.

While our models delineated aerosols from droplets at the classical threshold (da=5 µm), recent reports show that, based on emission vectors and environmental conditions, respiratory particles larger than 5 µm can also travel >2 m in air , further supporting the plausibility of the airborne transmission of SARS-CoV-2. However, with short durations of stay in well-ventilated areas, the concentration, and exposure risk, of aerosols remains correlated with proximity to infectious cases.”

En ook staat er (regel 241-243):
“Since highly infectious cases, regardless of age or symptomatology, can rapidly shed SARS-CoV-2 via both droplets and aerosols, airborne spread should also be recognized as a transmission risk, including for superspreading.”

Om goed te kunnen begrijpen wat het belang is van wat hierboven is gezet is het belangrijk om te weten:

1. Om aerosolen te definiëren werd lange tijd een grens van 5 micrometer (5µm) aangehouden. Alles boven die grens zouden dan grotere druppels zijn. Maar in dit artikel legt professor Jimenez uit dat 5µm een kunstmatige grens is en dat er forse rekenfouten zijn gemaakt in de berekening van het effect van de zwaartekracht. Druppels iets groter dan 5µm kunnen alleen snel op de grond vallen bij een zwaartekracht van 100 keer die van de aarde. Volgens Jimenez kunnen ook druppels tot 50 µm (lang) in de lucht blijven zweven. Als natuurkundigen het over aerogene microdruppels hebben dan gaat het dus zeker niet louter om druppels die kleiner zijn dan 5µm.

2. Het inademen van een virus dat in de lucht zweeft en de ademhalingsorganen kan aantasten, heeft veel grotere consequenties dan een virusdruppel die in je neus of mond komt. Dit werd al in 1955 door Wells vastgesteld, maar ook door het RIVM in 2011.

3. Vele onderzoeken over COVID-19 laten zien dat een klein deel van de besmette personen veel anderen besmet. Bij een R-waarde van 2,5 zou dan gemiddeld de eerste tien procent 20 andere personen besmetten (want anders klopt het sommetje niet). Ook is er vastgesteld dat een groot deel van de besmettingen plaatsvindt tijdens superspreading events. Dit artikel in de New York Times met de titel “Just stop the superspread event” beschrijft dat goed. Ook in Japan is het hele beleid erop gericht om superspreading events te voorkomen. 

 

Uit de Canadese studie van deze week komt naar voren dat de gemiddelde geïnfecteerde vrijwel geen virus in druppels kleiner dan 5µm uitstoot en wel wat meer grotere druppels. Maar mensen die veel virus uitscheiden stoten veel en veel meer kleine én grotere druppels uit.

De voornaamste conclusie is dat de personen, die het belangrijkst zijn voor de verspreiding van het virus (die dus veel virus uitscheiden) dat ook in grote mate doen via druppels die lang in de lucht kunnen blijven. Juist als er veel mensen min of meer tegelijk werden besmet (tijdens een superspreading event) is het veel logischer dat het virus zich toen via de lucht verspreidde dan via zeer besmettelijke mensen die heel dichtbij een groot aantal anderen waren.

Maar op het moment dat je de kunstmatige grens op 5µm zet en alles daarboven als grote druppel beschouwt, dan kun je dus wegkomen met de conclusie dat aerosolen een kleine bijdrage leveren aan de verspreiding van het virus. Maar als je die grens van 5µm loslaat dan kan je ook op basis van deze studie concluderen dat verspreiding door de lucht (veruit) de belangrijkste manier is waarop velen tegelijk worden besmet. Door aerogene verspreiding van het virus en niet via het “opvangen” van een grotere druppel in je neus of mond.  En of die druppel nu wat kleiner was dan 5µm  of grote dan die 5µm  maakt niet uit. Het virus komt dan via de lucht in je longen terecht!

In dit NRC-artikel worden de resultaten van de Canadese studie in hoofdlijnen goed beschreven. Ook Erwin Duizer, viroloog bij het RIVM, komt aan het woord. Hij zegt het volgende:
„De transmissieroute via zwevende aerosoldruppels doet mee, naast de andere twee routes, via directe druppelbesmetting en oppervlakken. Dat laat de Canadese studie zien, en daar zijn wij in de rekenclub binnen het RIVM al een poosje van overtuigd”, zegt Duizer. „Een superspreadingevent krijg je niet voor elkaar met druppels binnen 1,5 meter.”  (Dit is een opvallende uitspraak voor iemand van het RIVM, want dat heb ik Prof. van Dissel nog nooit horen zeggen).

Maar dan komt het. Dit staat namelijk ook in dat artikel: Volgens medeauteur Koopmans passen de conclusies van de studie bij de lijn die momenteel wordt gevolgd, schrijft ze per email. „De meeste verspreiding gebeurt door symptomatische personen en door druppelbesmetting, maar er zijn uitzonderingen mogelijk.”

De meeste verspreiding zou via druppelbesmetting verlopen. Maar hoe is dat te rijmen met het feit dat een groot deel van de besmettingen plaatsvindt in clusters bij superspreading events?  En hoe is dat te rijmen met het feit dat die personen die veel virussen verspreiden dat, zoals het onderzoek stelt, zeker ook via druppels onder de 10 a 20 µm plaats vindt?  Ze lijkt te willen zeggen dat vrijwel alle besmettingen via grotere druppels in neus en mond plaatsvinden. Of maakt Koopmans misbruik van het feit dat hele kleine druppels (kleiner dan 5µm) ook druppels zijn en dat per definitie dus alle besmettingen via druppels geschieden, hoe groot of klein ze ook zijn?

En dan komt haar prijswinnende zin. “De combinatie van maatregelen zoals die nu er zijn, houden rekening met het gegeven dat aerosoltransmissie onder specifieke omstandigheden een rol kan spelen.”
De vraag die je dan als journalist zou moeten stellen is: hoe dan? Jullie stellen dat het niet via ventilatiesystemen gebeurt en ook niet door lucht? Hoe houden jullie daar dan wel rekening mee?

Ook in het artikel van Maarten Keulemans in de Volkskrant over dit onderzoek zie je de ultieme wens om het effect van besmetting via de lucht te downplayen. Als adept van Marion Koopmans pikt hij er het cijfer uit van de hele kleine kans op een virus in de druppels onder 5µm bij besmette personen. Hoewel hij wel vermeldt dat die lage kans niet het geval is bij degenen die veel virus uitscheiden, onderkent hij niet dat dus zij juist degenen zijn die veel anderen besmetten. En Keulemans vergeet dan gemakshalve wat in die Canadese studie ook staat, dat ook druppels van groter dan 5µm zich door de lucht verspreiden. (En de natuurkundige professor Jimenez geeft aan dat dit ook het geval is met druppels die nog 10 keer zo groot zijn (en heel veel meer virusdeeltjes kunnen bevatten).


Ad B. De frettenfarce

Nu ik het bovenstaande uitgelegd heb, hoef ik eigenlijk weinig aandacht te schenken aan het onderzoek dat door Erasmus MC is uitgevoerd is met de fretten. Zowel de studie zelf als de wijze waarop de onderzoekers hun resultaten hebben geframed liggen in lijn met de aanpak van Koopmans bij de eerste studie.

In april had men al een studie gedaan waarbij bleek dat fretten die in aparte kooitjes zaten met tien centimeter tussenruimte elkaar hadden besmet. Men gaf toen aan dat het wellicht door de lucht was gegaan, maar omdat de afstand maar 10 centimeter was, dat het ook met grote druppels gebeurd kon zijn.  
Daarom zou een nieuwe studie uitgevoerd worden met een opstelling waarbij de besmetting alleen maar door de lucht zou kunnen gebeuren: het ultieme bewijs dan van aerosolen. 

Die studie heeft blijkbaar een half jaar geduurd, maar is nu gepubliceerd. Vrijwel tegelijk met het Canadese onderzoek. Dit is een plaatje van de opstelling. En wat blijkt. De fretten zijn inderdaad besmet geraakt. Dus je zou denken: het bewijs is geleverd dat het dus (ook) door de lucht gaat.

Maar wat er dan gebeurt (en kritiekloos is doorgegeven door journalisten als Maarten Keulemans en die van Nu.nl). In het onderzoek staat dat de besmetting ook kan zijn gebeurd met druppels die wat groter waren dan 5 µm. Dus het zou dus dan niet via aerosolen gebeuren. 
Maar dat is dan toch alleen maar een definitiekwestie van de benaming van de druppels! De essentie van de resultaten van dit onderzoek is dat de overdracht van COVID-19 via de lucht is gegaan bij deze fretten!! 

Maar de onderzoekers van deze studie (incl. Koopmans) toveren nog een laatste kaart uit hun hoed. Ik schrijf die letterlijk over uit hun rapport (179-182):

“The fact that SARS-CoV was transmitted efficiently via the air between ferrets thus does not align well with the lack of evidence for efficient SARS-CoV virus transmission via the air between humans under natural conditions.”

Dus eigenlijk zeggen ze: omdat we het bij de mensen niet hard hebben kunnen aantonen zeggen deze bevindingen bij fretten weinig.  Want misschien gebeurt het alleen bij fretten…… 

Dit is voor wetenschappers een laakbare uitspraak.  Want het doel was om vast te stellen of Covid-19 zich door de lucht kan verplaatsen. Iets wat vervolgens superspreadevents veel makkelijker kan verklaren dan het besmette via grotere druppels binnen 1,5 meter. Iets wat viroloog Duizer letterlijk heeft gezegd in het NRC artikel, zoals hierboven aangegeven: “Een superspreadingevent krijg je niet voor elkaar met druppels binnen 1,5 meter”

Maar besef dat de belangrijkste auteur van deze fretten studie Sander Herfst door journalisten als Keulemans steeds wordt opgevoerd om te stellen dat er geen bewijzen zijn dat er infectieus virus in kleine druppeltjes zitten, die dan over wat grotere afstanden door de lucht gaan.

Besef dat dit onderzoek met de fretten onomstotelijk laat zien dat het virus zich dus wel door de lucht kan verplaatsen. Iets wat trouwens het Canadese onderzoek (met Marion Koopmans) ook stelt.
Als je vervolgens de artikelen in NRC, Volkskrant en NU.nl leest over de twee studies dan zie je dat ze het frame van Marion Koopmans trouw volgen t.a.v. de conclusies die ze trekt.

En dus niet de belangrijkste conclusie trekken die de beide onderzoeken zouden moeten opleveren: ja, het virus verspreidt zich zeker ook door de lucht, superspreading events ontstaan daardoor (en die zijn de aanjagers van de pandemie) en we moeten maximaal maatregelen nemen om die lijn van verspreiding tegen te gaan.

Nee hoor, men laat de reactie van Koopmans onbetwist staan: “De combinatie van maatregelen zoals die er nu zijn, houden rekening met het gegeven dat aerosoltransmissie onder specifieke omstandigheden een rol kan spelen.”

Was het maar waar….

Mocht u ons werk ook met een kleine donatie financieel willen ondersteunen klik dan hier

Deel dit artikel: Twitter Facebook Linkedin WhatsApp
REACTIES
Reageer hier, maar met respect.

We verwelkomen respectvolle en relevante opmerkingen. Off-topic commentaren worden verwijderd. Als je illegale dingen doet, zullen we het verbieden.

  • MEER OVER
BEKIJK OOK
 

Bekijk het MDH Corona Journaal

Het laatste nieuws omtrent corona!

Bekijk het MDH Corona Journaal

Bekijk het laatste nieuws
omtrent corona!