Wilt u ons werk financieel ondersteunen? Doe een kleine donatie en klik hier

De laatste updates in uw mail!

U hoeft niets te missen. ledere zaterdag krijgt u de hoogtepunten van Maurice van afgelopen week in uw mail. Met opmerkelijke artikelen, meer achtergrond en toelichtingen

Home » COVID-19 » Zo word je besmet door aerosols en dit kan je er tegen doen

Zo word je besmet door aerosols en dit kan je er tegen doen

Mede door de publiciteit rondom de brief van 239 wetenschappers aan de WHO onderkennen gelukkig steeds meer mensen aerosols als een belangrijke manier waarop men wordt besmet. Op 2 april heb ik hierover geschreven en op 18 april heb ik daar bij Op1 over gesproken. Superspreading events zijn de aanjager van de pandemie en ik heb hier laten zien dat het overgrote deel van de besmettingen daarmee samenhangt.

De belangrijke rol van aerosols

Onderzoeken en logica wijzen uit dat bij superspreading events het gewoon niet anders kan dan dat de besmettingen via de lucht de oorzaak zijn geweest. In deze database staan o.a. 500 van die events wereldwijd, waarbij telkens meer dan 100 mensen zijn besmet.  Het is volkomen onlogisch om te denken dat die mensen via direct contact met een besmet persoon zijn geïnfecteerd.

Het onderzoek van prof. Streeck in Heinsberg geeft daar ook sterke aanwijzingen voor.

Dat 10% van de besmette mensen voor 80% van de besmettingen zorgen, 20% voor 20% en 70% voor 0%, zoals Adam en Cowling hebben vastgesteld leidt tot een aantal belangrijke conclusies:

  • Buiten superspreading events is het risico om besmet te worden niet zo erg groot. Bij contactonderzoeken wereldwijd blijken huisgenoten van besmette personen zo tussen de 10% en 35% besmettingen op te leveren. Dus de overgrote meerderheid van de huisgenoten wordt niet besmet door een patiënt thuis.
  • Bij superspreading events kunnen velen tegelijk worden besmet en dan laat het onderzoek in Heinsberg zien dat je dan veel zieker wordt dan als je thuis wordt besmet. (Daar hadden ze 1,6 keer zoveel symptomen en thuis had 36% van de besmette personen geen enkel symptoom en bij carnaval 16%.)

In feite zijn er drie mogelijke besmettingswegen en de bovenstaande cijfers, maar ook veel meer studies die er inmiddels over COVID-19 bestaan, alsmede dierproeven die er uitgevoerd zijn met influenza, wijzen het volgende uit:

  • De kans dat je besmet wordt via het aanraken van oppervlaktes waar een patiënt virus op achtergelaten heeft is (heel) klein. In ieder geval veel kleiner dan menigeen in Nederland denkt. (Ook de Amerikaanse RIVM heeft die dreiging afgeschaald).
  • De kans dat je besmet wordt omdat een besmet persoon je binnen de 1,5 meter in je gezicht hoest, niest of anderszins, is veel kleiner dan menigeen denkt.

Allereerst moeten die druppel(s) dan ook echt op een plek komen waar het virus überhaupt bij de ander kan toeslaan (en dat is dan met name de neus van de ander). En die kans is echt niet zo groot zoals deze studie laat zien.

Vervolgens moet dat virus zich dan ook in het lichaam kunnen vermenigvuldigen. En er wordt in de literatuur gesteld dat het echt niet zo is dat men, als het virus in de neus terechtgekomen is, dan vervolgens ook zeker ziek wordt. Enerzijds kan het zijn dat het lichaam het virus verwijdert in de richting van de slokdarm. Anderzijds kan het zijn dat als er te weinig virusdeeltjes in die druppel zaten, het lichaam de aanval van het virus kan afslaan. Wells liet dat al in 1955 zien.

Interessant is dat op de website van het RIVM over influenza wel aangegeven staat dat de aerogene verspreiding tot een veel grotere besmettingskans zal leiden dan via de neus.

Dat dit bovenstaande zo is wordt ondersteund door de waarnemingen dat blijkbaar 70% van de mensen niemand anders besmet. Dus zelfs als je dagen samen bent met een patiënt in je huishouden, wordt het overgrote deel van die huisgenoten nog niet besmet.

  • De dominante manier om besmet te raken gaat via de lucht en er zijn steeds meer studies die dat zeggen, zoals deze. Zelf denk ik te kunnen aantonen dat dit in 95% of meer van de gevallen is, maar dat maakt voor het vervolg niet zoveel uit. Ook als je denkt dat het maar voor de helft is, zoals prof. Christian Drosten, de adviseur van Merkel, dan is de rest van het onderstaande even belangrijk.

(WHO/RIVM houden het erop dat aerogene besmetting maar heel weinig voorkomt, maar dat past gewoon niet bij het verschijnsel dat tijdens superspreading events zoveel mensen tegelijk worden besmet.  En besef dat een ‘superspreading event’ al als zodanig wordt aangemerkt als er in een locatie op ongeveer hetzelfde moment meer dan 7 mensen besmet zijn geraakt).

En als u desondanks denkt dat de aerosols onbelangrijk zijn, dan mag u hier stoppen met lezen.

Besmet worden door aerosols

Al in 1955 toonde Wells aan dat het inademen van aerosols door proefdieren, tot zijn eigen verbazing, tot veel ingrijpender schade aan longen leidde dan als het via grotere druppels verliep. Zijn verklaring is een heel logische.  Als de ziekte vooral in de lagere luchtwegen huishoudt (de longen), hetgeen het geval is bij COVID-19, en het virus dat het lichaam binnenkomt, nestelt zich direct in de longen, dan is dat voor het virus de beste plek om toe te slaan. (Een virus als HIV slaat weer op een heel andere plek toe en wordt dan ook op een heel andere manier overgedragen).

Je merkt vaak dat mensen denken dat als je maar met één virusdeeltje in contact komt, dat je dan automatisch besmet wordt en behoorlijk ziek zal worden. Dat is -gelukkig- niet waar. Het menselijk lichaam is erop gebouwd om allerlei “aanvallen” van virussen en bacteriën af te slaan en doet dat doorgaans heel goed. Maar soms is die aanval zo groot voor het lichaam, dat dit afslaan niet lukt. Dat heeft dan zowel te maken met de omvang van die aanval als de conditie van het lichaam van een persoon om die aanval af te slaan. En ook dat scheelt per ziekte.

Bij COVID-19 weten we inmiddels dat een groot aantal mensen antistoffen heeft opgebouwd, zonder dat ze symptomen van de ziekte hebben opgemerkt. Over wat dit cijfer precies is wordt nog gediscussieerd, maar lijkt ergens tussen de 30 en 50% te liggen. (Inmiddels heeft de WHO aangegeven dat mensen zonder symptomen blijkbaar ook niet in staat zijn om anderen te besmetten).

Hoe de ratio precies is tussen besmet worden en eraan overlijden is ook nog niet precies bekend. Maar na cijfers van 3% van het RIVM, zie je nu cijfers die (ruim) onder de 0,5% liggen. En dan zijn het nog vooral mensen boven de 70 en meestal ook nog met onderliggend lijden. Van de mensen in Nederland die aan deze ziekte zijn overleden is minder dan 10% jonger dan 70 jaar (en daarvan had het overgrote deel onderliggend lijden).

Dat is heel belangrijk om je te realiseren, zodat je ook beter begrijpt welke risico’s je wel of niet loopt.

Het cruciale begrip bij de besmetting via aerosols is de “viral dose”: het aantal besmettelijke virusdeeltjes dat nodig is om een ander persoon te besmetten. Dat aantal is niet bekend, maar laten we daar ten behoeve van de onderstaande uitleg een getal aan koppelen: 1.000 besmettelijke virusdeeltjes zijn nodig om persoon A dusdanig te besmetten in zijn longen, zodat hij symptomen krijgt van die ziekte. (Bij persoon B kan dat dus een hoger of lager getal zijn).

Twee componenten zijn dan belangrijk om dat getal van 1.000 te bereiken. Hoeveel besmettelijke virusdeeltjes er in de lucht zijn van de ruimte waar je aanwezig bent en hoeveel tijd je in die ruimte doorbrengt. Dit staat in het interessante artikel van prof. Bromage.

Dus als je 10 besmettelijke deeltjes per minuut inademt, dan moet je 100 minuten inademen om die grens van 1.000 virusdeeltjes te bereiken. Adem je er 20 in per minuut, dan haal je die grens na 50 minuten.

Nu is er goed nieuws: als je naar superspreading events kijkt, dan zijn er sterke aanwijzingen dat je best een tijd aanwezig moet zijn en het virus moet inademen, alvorens je daar ziek door kan worden. Zelfs op plekken waar je van zou kunnen denken dat er nogal wat virus in de lucht geweest moet zijn, dan nog lijkt het erop dat het wel meer dan een half uur gekost lijkt te hebben om voldoende virus in te ademen om ziek te worden.  (Maar zoals gezegd, dat scheelt ook weer per persoon, omdat ouderen die grenswaarde eerder zullen bereikt hebben dan jongeren). En op plekken waar er weinig virus in de lucht is geweest zou het wel eens (veel) meer dan 1 uur hebben gekost om er ziek van te worden.

Met dat als input kunnen we zowel een beleid ontwerpen om te zorgen dat deze vorm van besmet worden zo min mogelijk voorkomt, als een aanpak beschrijven die u zou moeten volgen om te zorgen dat u niet op deze manier besmet wordt.

Voorkomen van dit soort besmettingen

Het gaat dus om binnenruimtes waar veel mensen tegelijk aanwezig zijn, die elkaar normaliter niet of niet vaak ontmoeten. Dit geldt niet voor jezelf thuis, als daar geen vreemde mensen komen. In dat laatste geval zijn er wel voorzorgsmaatregelen te nemen, die ik verderop in dit blog vermeld.

  • Zorgen dat de lucht in een ruimte zoveel mogelijk wordt ververst. Dan worden de virusdeeltjes verdreven. Dat kan door goede ventilatie (ramen/deuren tegen elkaar open en/of een HVAC-systeem die veel verse lucht naar binnen haalt).
  • Aan een HVAC-systeem iets toevoegen waardoor het virus uit de lucht wordt gehaald: filters of andere hulpmiddelen. (Daarom stel ik een Deltaplan Ventilatie voor, om zowel te zorgen voor voldoende verse lucht als ervoor te zorgen dat het virus uit de lucht wordt gehaald).
  • Als het bovenstaande niet (goed) kan, dan ervoor zorgen dat de aanwezigen in een besloten ruimte geen of weinig aerosols de lucht in brengen. Dat betekent restricties toepassen ten aanzien van het zingen/schreeuwen/luid praten en/of mondbescherming dragen.
  • Uit onderzoek blijkt ook dat als in die ruimte de relatieve luchtvochtigheid ergens tussen de 40% en 60% is, het virus het kortst in de lucht blijft zweven. Dit is o.a. op deze site te zien waar doktoren oproepen om deze luchtvochtigheid aan te houden.

Belangrijk is hierbij wel in beschouwing te nemen dat het gevaar alleen maar kan ontstaan als er iemand aanwezig is die besmettelijk is. Dat is dus iemand die zelf besmet is, wellicht asymptomatisch, maar die zich blijkbaar goed genoeg voelt om niet thuis te blijven.

Op dit moment zijn er in Nederland -gelukkig- heel weinig van dat soort mensen, zodat op dit moment het risico om in een ruimte aanwezig te zijn waar je een tijd besmettelijk virus kunt inademen, heel klein is.

(Besef dat in de slachterijen de grote uitbraken met name zijn ontstaan, omdat men werkt op plekken waar de temperatuur laag wordt gehouden -onder de 10 graden- en weinig ventilatie is. Die combinatie is voor de aerosols de ideale conditie om lang in de lucht te blijven hangen.  De uitbraken in warme landen nu waar veel airco’s worden gebruikt, zoals de zuidelijke staten van de VS, diverse landen in het Midden-Oosten, hangen daar ook sterk mee samen).

In het najaar wordt het gevaar in Nederland veel groter dat zich situaties zullen voordoen dat er wel virus in de lucht hangt en ingeademd wordt. Dat hangt samen met het kouder worden en de lagere luchtvochtigheid (in grammen water per kilo lucht). En dat de menselijke activiteiten meer naar binnen gaan. Dat is dus de situatie geweest bij de grote uitbraken in Nederland die zich hebben voorgedaan in de 4 weken na 25 februari. Besef dat op basis van het aantal ziekenhuisopnames eind maart, het aantal nieuwe besmettingen per dag rond 10 maart, naar schatting tussen de 25.000 en 50.000 moet hebben gelegen.

En daar waar in zorginstellingen een groot deel van de bewoners besmet is geraakt, is de kans het grootst dat dit gebeurd is doordat het virus via het ventilatiesysteem over de bewoners is verdeeld, dan dat dit is gekomen doordat besmettelijke personen zonder mondbescherming in contact zijn gekomen met de bewoners.

Het voorgestelde Deltaplan Ventilatie dient ertoe om te zorgen dat de omstandigheden die kunnen leiden tot superspreading events in de komende winter uit Nederland verdwijnen.

 

Voorkomen dat u zelf besmet wordt

Tot en met eind september is het risico dat u in Nederland in een ruimte bent met iemand die anderen kan besmetten heel klein. Maar daarna gaat die kans duidelijk toenemen.

Als het Deltaplan Ventilatie zou worden uitgevoerd, dan zouden we weten welke besloten ruimtes wel ‘coronaproof’ zijn. In die ruimtes loopt u dus geen gevaar om via aerosols besmet te worden. Daar kunnen dus alle activiteiten normaal doorgang vinden.

Als een ruimte niet coronaproof is, dan zijn er dus een aantal belangrijke punten waar dan wel rekening mee gehouden moet worden:

  • Ramen of deuren kruislings open houden, waardoor er frisse lucht van buiten komt en de lucht met de aerosols van binnen naar buiten wordt gedreven.
  • Als dat niet mogelijk is, dan het volgende doen:
    • Zorgen dat alle aanwezigen mondbescherming dragen (zoals in het openbaar vervoer)
    • Zorgen dat men niet zingt, schreeuwt of veel praat
    • Niet te lang in die ruimte verblijven en (zeker als je tot een kwetsbare groep behoort) zelf wel mondbescherming dragen.

Hoe meer ruimtes coronaproof zijn, hoe minder het normale leven wordt gehinderd en hoe kleiner het risico is op uitbraken met allerlei ongewenste gevolgen (zoals regionale lockdowns e.d.).

Juist daarom vind ik het zo belangrijk dat er als de wiedeweerga begonnen wordt met dat Deltaplan Ventilatie, waarbij alle binnenruimtes met HVAC-systemen een coronaproof stempel kunnen krijgen, die ook zichtbaar is voor de aanwezigen. Zodat zij op basis daarvan weten wat hun risico’s zijn en hoe zij zich daar kunnen gedragen.

De thuissituatie

Ook thuis kunnen aerosols een rol spelen bij de besmetting, maar dan is er natuurlijk wel een heel belangrijke voorwaarde: dat er iemand thuis is die anderen kan besmetten.

Dat zal inmiddels zo weinig het geval zijn, dat u zich, op het moment dat je alleen bent met je huisgenoten, geen zorgen hoeft te maken voor dit virus in de lucht.

Alleen als er anderen in jouw huis komen, en dan met name in het najaar of winter, is er (iets) meer risico. Je kunt dat risico verminderen door te zorgen voor frisse lucht, en/of de luchtvochtigheid te brengen naar een niveau tussen de 40% en 60%.

En als je je toch nog zorgen maakt, moet je de tijd dat men met elkaar doorbrengt niet te lang maken, of mondbescherming dragen. Of de activiteit buiten uitvoeren (in de tuin, op het balkon, in het park).

Het zorgen voor de verdrijving van de lucht binnen door verse lucht van buiten is daarbij de beste strategie.

Blijf proberen te beseffen hoe klein de risico’s zijn. Zeker in de komende maanden. Je verpest je eigen leven als je continu bang bent voor iets waarvoor de kans dat het gebeurt zo klein is. Want zelfs als je besmet wordt, is de kans dat je erg ziek wordt of er dood aan gaat ook weer klein. Ik heb in mijn kennissenkring oudere mensen die zo bang zijn om besmet te worden, dat ik denk dat die angst een groter risico vormt voor hun gezondheid, dan het echte risico om erg ziek te worden of dood te gaan aan COVID-19.

Door goed te weten hoe groot/klein je risico’s zijn en op welke plekken en wanneer je risico’s groter en kleiner zijn, kun je best leven in een wereld waar COVID-19 nog best wel een tijdje onder ons zal zijn. (Zeker als WHO/RIVM stug volhouden om niet de juiste maatregelen te nemen om besmettingen te voorkomen.)

Deel dit artikel: Twitter Facebook Linkedin WhatsApp
REACTIES
Reageer hier, maar met respect.

We verwelkomen respectvolle en relevante opmerkingen. Off-topic commentaren worden verwijderd. Als je illegale dingen doet, zullen we het verbieden.

BEKIJK OOK