Wilt u ons werk financieel ondersteunen? Doe een kleine donatie en klik hier

De laatste updates in uw mail!

U hoeft niets te missen. ledere zaterdag krijgt u de hoogtepunten van Maurice van afgelopen week in uw mail. Met opmerkelijke artikelen, meer achtergrond en toelichtingen

Home » COVID-19 » Superspreading events: de aanjager van de COVID-19 pandemie

Superspreading events: de aanjager van de COVID-19 pandemie

De grote impact van superspreading events

In The New York Times stond op 2 juni een artikel met de naam “Just stop the superspreading events”, dat volledig aansluit op mijn bevindingen uit april t.a.v. het grote belang van superspreading events en dat COVID-19 zich buiten die events eigenlijk maar langzaam verspreidt.

Dit zijn de belangrijkste bevindingen van de epidemiologen Adam en Cowling t.a.v. de uitbraak van COVID-19 in Hong Kong. Zij onderzochten 1.038 besmettingen in Hong Kong tussen 23 januari en 28 april en deden daar in dit paper verslag van.

Hun conclusies over 349 besmettingen (de overige 689 waren besmet elders in China):

  • 20% van de besmette personen zorgden voor 80% van de nieuwe besmettingen. Ze vonden allemaal plaats bij “social gatherings”
  • 10% zorgde voor de overige 20%. Dat hield in, dat men dan 1 à 2 personen besmette, doorgaans binnen het huishouden.
  • 70% van de besmette personen besmette niemand anders. Dit vonden de auteurs een verbijsterende uitkomst.

Daarnaast vermeldden ze andere studies met min of meer vergelijkbare uitkomsten:

  • Het onderzoek in de provincie Shenzhen kwam tot de conclusie dat 80% van de besmettingen kwam door 8 à 9% van de gevallen.
  • In Israël bleek uit een studie dat 80% van de gevallen terug te leiden was tot minder dan 10% van alle besmette personen.
  • Bij SARS bleek in Singapore dat 6% van de gevallen verantwoordelijk wars voor 80% van de besmettingen. 73% van de personen besmette niemand.
  • In Hong Kong waren bij SARS 331 infecties te herleiden tot één persoon.
  • Bij MERS in 2012 bleek in Saudi Arabië 14% van de gevallen zorg te dragen voor 80% van de gevallen.

Zij concluderen niet alleen dat deze superspreading events een onderdeel zijn van de verspreiding van COVID-19, maar dat ze de aanjager van de pandemie zijn!

Dit is een selectie van blogs waar ik tot dezelfde conclusie kwam:

  • 9 april: Zo groot is de impact van superspreading events
  • 12 april: Wat we kunnen leren van de patronen van de Nederlandse verspreiding
  • 14 april: Zo gaat de verspreiding van het COVID-19 virus vooral
  • 19 april: Het superspreading event van Kessel op 5 maart
  • 24 april: De verspreiding van het virus is al vrijwel onder controle
  • 1 mei: Vleesverwerkende industrie: superspreading hot spots
  • 28 mei: COVID-19 verspreidt zich helemaal niet zo makkelijk

Mede via onderzoek in Nederlandse gemeenten waar wel en waar geen superspreading events hadden plaatsgevonden voor de lockdown op 15 maart, zijn dezelfde patronen te zien als de twee auteurs in de New York Times beschrijven. Gemeenten waar een superspreading event had plaatsgevonden kenden gemiddeld een factor 8 keer zoveel besmettingen en doden als de gemeenten waar dat toen niet was gebeurd.

De slotconclusie van de auteurs in de New York Times is, dat door de superspreading events te voorkomen de verspreiding van COVID-19 onder controle kan komen. En, zo sluiten zij af: dit kan met een benadering die veel minder impact heeft, sociaal en economisch, dan de lockdowns en de extreme vorm van social distancing die de wereld zijn opgelegd in de afgelopen maanden.

Hun slotzin is: Vergeet het handhaven of weer instellen bij nieuwe uitbraken van ingrijpende maatregelen om de verspreiding van het virus te beheersen. Focus je alleen op het stoppen van de superverspreiders.

Hoewel ze niet dezelfde naam gebruiken, geven ze dus aan dat het stoppen van de verspreiding van het virus niet via een 1,5 meter-samenleving zou moeten verlopen, maar met maatregelen om de superverspreiding te voorkomen.

Uit het interview met de Japanse professor Oshitami blijkt exact hetzelfde. Hij is lid van het Japanse Intervention Cluster Group. En dit is het belangrijkste gedeelte van dit interview.

De sleutel tot het doen verminderen van het aantal besmettingen ligt niet in het toepassen van de 1,5 meter samenleving, maar in het zorgen dat superspread events niet gebeuren!

Maar het betekent nog veel meer

Een onderwerp waar ze in hun artikel niet dieper op ingaan is hoe de besmetting nu eigenlijk plaatsvindt. Wel geven ze aan dat het in afgesloten ruimtes binnen plaatsvindt, met veel mensen daarin. Maar over de wijze van overdracht, via direct contact (zoals WHO/RIVM beweren) of via de lucht, laten zij zich niet uit. Deze onderzoeksresultaten geven, mede dankzij uitspraken van het OMT in Nederland en mensen als prof. Voss een heel duidelijk antwoord. In het advies van het OMT staat het volgende als argument dat COVID-19 niet via de lucht gaat. Het reproductiegetal van COVID-19 ligt rond de 2,5. En dan stelt het OMT:

Virusziekten zoals mazelen, die aerogeen via fijne, kleine druppels verspreid worden, hebben karakteristiek een veel hoger reproductiegetal, tussen de 12 en 20.

Met andere woorden: pas als er veel mensen tegelijk worden besmet, dan is dat een bewijs van kleine druppeltjes die in de lucht zweven en veel mensen infecteren.

Laten we eens wat sommetjes maken met de resultaten van het artikel in The New York Times:

  • De R0 van COVID-19 is 2,5. Dat betekent dus dat 1000 personen 2500 andere mensen besmetten.
  • Als 10% van de personen 80% van de mensen besmetten betekent het dat (10% van 1000=) 100 personen (80% van 2500=) 2000 mensen besmetten. Dan is de R0 van deze groep 2000/100 = 20
  • Als de overige 90% de resterende 20% besmet, dan betreft het dat 900 mensen nog 500 besmetten. Dan is de R0 van deze groep 500/900= 0,6.

Met deze grafiek zie je dit patroon:

 

Die hoge R0 van de eerste groep (1 iemand besmet gemiddeld 20 anderen) lijkt sterk op die van mazelen. Dus dan is de enige logische conclusie die je dan kunt trekken als OMT en Prof. Voss, dat bij superspreading events de verspreiding via de lucht gaat, en niet via direct contact.

Je hebt veel fantastie nodig en een gebrek aan logisch kunnen nadenken als je de besmetting van 52 mensen door 1 ander koorlid bij Seattle wilt verklaren door overdracht via direct contact. Als je bij mazelen wel accepteert dat bij een R0 van tussen 12 en 18, dat het virus zich door de lucht verspreidt, dan kun je geen andere conclustie trekken dan dat COVID-19 dat ook doet bij die superspreading events.

Ook het Robert Koch instituut geeft nu aan dat er wel besmetting via de lucht plaats vindt (hoofstuk 1, deel over aerosoles, laatste paragraaf):

Zelfs als een definitieve beoordeling op dit moment moeilijk is, geven de onderzoeken tot nu toe over het algemeen aan dat SARS-CoV-2-virussen ook via aërosols in de sociale omgeving kunnen worden overgedragen ”

Bij superspreading events, waar velen tegelijk worden besmet, kan het bijna niet anders zijn gebeurd als via de lucht.

 

Dus op die manier kunnen we al zeggen dat 80% van alle besmettingen van COVID-19 via de lucht plaatsvinden.

Ook bij influenza blijken er studies te zijn uit het verleden, die gaan over de verspreiding van het virus via de lucht. Zoals deze studie uit 2013 met de titel “Aerosol transmission is an important mode of influenza-A spread”.

De vraag die nog wel overbijft is hoe die besmetting dan bij die overige 20% plaatsvindt. Zijn dat dan vooral besmettingen binnen het huishouden die wel via direct contact verlopen?

Maar als de besmetting bij superspreading events via de lucht geschiedt, waarom zou dat dan ook niet vooral of zelfs alleen binnen het huishouden zo zijn?

Het antwoord daarop blijkt gegeven te worden via de belangrijke uitkomsten van de studie van prof. Streeck in Heinsberg. Als men tijdens een superspreading event is besmet, is men ernstiger ziek en heeft men minder vaak geen symptomen dan thuis.

Het langdurig blootgesteld zijn aan het virus in de lucht is de crux waar alles om draait. Van de longen van een besmet persoon komt het virus terecht in de longen van nog niet besmette mensen. Die ademen dan niet alleen een minimale hoeveelheid in die nodig is om besmet te worden, maar veel aanwezigen ademen veel virus in (hoge viral load) en worden daar behoorlijk ziek van.

Thuis zijn de omstandigheden voor het virus blijkbaar minder gunstig om op die manier toe te slaan. Er kan meer ventilatie zijn. De patiënt praat minder en zingt zeker niet. De nog niet besmette personen blijven niet lang genoeg in een ruimte met het zwevende virus om er ziek van te worden. Daarom is het waarschijnlijk zo dat de onderzoekers in Hong Kong vaststellen dat 70% van de besmette personen niemand anders thuis hebben besmet.

Als de besmetting via de lucht verloop verklaart dat ook waarom men niet besmet wordt bij goede ventilatie. En waarom er amper besmettingen zijn in de buitenlucht. Dan blijft het virus niet lang genoeg zweven in de buurt van een persoon om voldoende virus in te ademen en er ziek van te worden. Daarom ook dat hogere luchtvochtigheid werkt, omdat die verhindert dat het virus langdurig blijft zweven. Daarom ook dat mondbescherming in binnenruimtes werkt, omdat de uitstoot van virusdeeltjes die lang in de lucht blijven zweven, daardoor aanzienlijk wordt verminderd.

Dat houdt ook in dat besmetting via direct contact vrijwel geen rol speelt bij de verspreiding van COVID-19. De maatregelen bij de lockdowns in heel veel landen in de wereld die echt gewerkt hebben zijn het verbod op bijeenkomsten met grotere groepen mensen. En niet het feit dat we social distancing (de 1,5 meter afstand houden in Nederland) hebben ingevoerd. Ook dat zijn de conclusies van de onderzoekers uit Hong Kong.

Zolang de WHO en het RIVM dit niet onderkennen houden we niet alleen de wurgslang van de 1,5 meter-samenleving om de hals van de economie en sociale structuur, maar houden we ook een fundamenteel onveilige situatie in stand. Hierdoor doen we vanuit de protocollen van het RIVM precies datgene, wat (vrijwel) geen effect heeft op het verhinderen van de verspreiding en gaan we langzamerhand weer datgene doen wat het gevaar op superspreading events doet vergroten. (bijeenkomsten met mensen toestaan, zonder dat we wijzen op de noodzaak van goede ventilatie).

Het lijkt op de situatie dat je op een onbewaakte overweg afrijdt met een enkel spoor. Dankzij het spoorboekje van het RIVM weet je dat je alleen maar naar links hoeft te kijken om niet door een trein aangereden te worden. Dat doe je dan ook heel goed. Je stopt voor de overweg. Kijkt goed naar links, tot heel ver of er een trein aankomt. Die zie je niet aankomen, dus rijd je de overweg over.

Maar je wordt gepakt door de trein die van rechts komt. Die stond niet in het spoorboekje van het RIVM, want die betrof de dienstregeling uit 2019.

Deel dit artikel: Twitter Facebook Linkedin WhatsApp
REACTIES
Reageer hier, maar met respect.

We verwelkomen respectvolle en relevante opmerkingen. Off-topic commentaren worden verwijderd. Als je illegale dingen doet, zullen we het verbieden.

BEKIJK OOK