Wilt u ons werk financieel ondersteunen? Doe een kleine donatie en klik hier

De laatste updates in uw mail!

U hoeft niets te missen. ledere zaterdag krijgt u de hoogtepunten van Maurice van afgelopen week in uw mail. Met opmerkelijke artikelen, meer achtergrond en toelichtingen

Home » COVID-19 » Hoe groot is de kans op infectie in een vervoermiddel en meer bevindingen

Hoe groot is de kans op infectie in een vervoermiddel en meer bevindingen

Een groot contactonderzoek in twee Indiase staten levert een schat aan nieuwe informatie op. Onderzoekers uit de VS en India hebben daar heel veel getest en intensief contactonderzoek uitgevoerd onder 85.000 geïnfecteerden die contact hadden met 575.000 mensen. De resultaten bevestigen onder meer patronen die eerder al in andere studies zijn vastgesteld. In dit artikel de belangrijkste bevindingen. 

– Ook in deze studie komt naar voren dat een groot deel van de geïnfecteerden niemand anders besmet en een klein deel van de geïnfecteerde mensen verantwoordelijk is voor een groot deel van de nieuwe infecties. De cijfers: 71 procent van de geïnfecteerden besmet niemand. 8 procent van de geïnfecteerden is verantwoordelijk voor 60 procent van de nieuwe besmettingen. De hoofdonderzoeker van de Amerikaanse Princeton University concludeert dat ook dit weer bewijst dat superspreading events een cruciale rol spelen bij de verspreiding van COVID-19.

– Een infectieus persoon besmet (ongeacht de leeftijd) 9 procent van zijn of haar huisgenoten.

– In de analyse wordt onderscheid gemaakt tussen contacten met een hoog en een laag risico. Hoog risico: mensen die intensief en persoonlijke contact hadden met de geïnfecteerde, zonder voorzorgsmaatregelen te nemen. 10,7 procent van hen raakte besmet. Laag risico: mensen die wel in dezelfde kamer of ruimte waren, maar geen fysiek contact hadden en altijd een afstand van meer dan één meter hielden. In deze groep raakte 4,7 procent besmet.

– Bijna 80 procent van de mensen die langer dan zes uur in een vervoermiddel zat met iemand die op dat moment besmettelijk was, raakte ook geïnfecteerd.

– Het rapport beschrijft ook de samenhang tussen infecteren/geïnfecteerd worden en leeftijd/geslacht. In het onderzoek werden relatief weinig kinderen gevonden die geïnfecteerd waren. Men weet echter niet waar dat aan ligt. Komt het bij kinderen gewoon weinig voor of hebben kinderen er zo weinig last van dat ze ook niet als mogelijk geïnfecteerd worden aangemerkt? Als kinderen wel zijn geïnfecteerd, dan kunnen ze ook anderen infecteren. (Waarschijnlijk is de kans dat ze anderen infecteren als ze geen symptomen hebben heel klein.)

– In de leeftijdsklasse tussen 20 en 44 jaar raakten relatief de meeste mensen geïnfecteerd. Zij hebben ook de meeste contacten, ook in andere leeftijdsgroepen.

– Men heeft ook veel informatie over mensen die zijn overleden. Alleen is de bevolking in India gemiddeld veel jonger dan in de VS of in Nederland. Slechts 2 procent was ouder dan 75 jaar, terwijl dat in Nederland 8 procent is. Maar als we kijken naar het aantal sterfgevallen onder de 75 jaar, dan zien we dezelfde patronen als in de VS. Tot 50 jaar zijn de sterftekansen heel erg klein. Daarna loopt het vrij snel op. Mannen van dezelfde leeftijd hebben een ruim 1,5 keer zo grote kans te overlijden als ze besmet zijn geworden dan vrouwen. Ook in India hadden veel mensen die zijn overleden andere kwalen.

– De verhouding tussen het aantal geïnfecteerden en het aantal sterfgevallen is belangrijk om te weten. Probleem hierbij is dat men nooit precies weet hoeveel geïnfecteerden er zijn. Men weet alleen het aantal dat positief is getest. Van die positief getesten overleed 2 procent. Wereldwijd is onderzoek gedaan om te schatten wat de verhouding is tussen het aantal positief getesten en het aantal inwoners dat geïnfecteerd was. Uit sommige onderzoeken blijkt dat 75 keer zoveel te zijn, in andere 25 keer.  Vermoedelijk is dat cijfer nu in Nederland veel lager. Stel dat in de twee onderzochte staten 15 procent van de inwoners op enig moment geïnfecteerd was, dan zou het sterftepercentage niet 2 procent zijn, maar rond de 0,1% liggen. Maar dat weten we dus niet, want het kan ook een hoger of lager percentage zijn geweest. Dit cijfer is in ieder geval lager dan in Nederland, omdat we beduidend meer inwoners hebben die ouder zijn dan 75 jaar. (In Nederland is de gemiddelde leeftijd van mensen die overlijden aan COVID-19 ruim 80 jaar.)

De conclusies zijn dus:
– Superspreading events zijn de aanjager van de COVID-19-besmettingen.
– 11 procent van hen die intensief contact heeft met een geïnfecteerde, raakt zelf ook geïnfecteerd.
– Langer dan 6 uur in hetzelfde vervoermiddel zorgt voor een heel hoge kans om besmet te raken. (Daar valt het vliegtuig niet onder). 
– Weinig jonge kinderen lijken geïnfecteerd te raken. Maar als ze dat wel zijn, dan kunnen ze ook anderen besmetten.
– Ouderen hebben een veel grotere kans om te overlijden als ze geïnfecteerd zijn. Bij mannen is die kans groter dan bij vrouwen.
– Een groot deel van de overleden personen had onderliggend lijden.
– Het percentage dat aan de ziekte overlijdt is veel lager dan aanvankelijk werd aangenomen. Met een duidelijk jongere bevolking liggen die cijfers waarschijnlijk dichtbij de 0,1 procent.

Hier vindt u de samenvatting en dit is de studie.

Mocht u ons werk ook met een kleine donatie financieel willen ondersteunen klik dan hier 

 

Deel dit artikel: Twitter Facebook Linkedin WhatsApp
REACTIES
Reageer hier, maar met respect.

We verwelkomen respectvolle en relevante opmerkingen. Off-topic commentaren worden verwijderd. Als je illegale dingen doet, zullen we het verbieden.

BEKIJK OOK