Wilt u ons werk financieel ondersteunen? Doe een kleine donatie en klik hier

De laatste updates in uw mail!

U hoeft niets te missen. leder weekend krijgt u de hoogtepunten van Maurice van afgelopen week in uw mail. Met opmerkelijke artikelen, meer achtergrond en toelichtingen.

Home » COVID-19 » Ozon, de spil van alles!?

Ozon, de spil van alles!?

Samenvatting van het artikel

Een very long read over een heel interessante hypothese over de verspreiding van Covid-19 (en andere virussen) door Bart Buffing.

Lees volledig artikel
Leestijd: 37 minuten

Een (very) long read over een heel interessante hypothese over de verspreiding van Covid-19 (en andere aerogene virussen) door Bart Buffing. Zie ook de korte inleiding/samenvatting van Maurice hier.

0.Inleiding

In mijn zoektocht naar seizoensinvloeden op ziektes zoals influenza en winterse verkoudheden, waar ik mij al jaren zo nu en dan hobbymatig mee bezig houd, kwam ik al veel factoren tegen. UV licht, Vitamine D, luchtvochtigheid, temperatuur, druppelbesmetting, contactbesmetting, gedrag, voeding, biologische klok. Het zijn mooie theorieën die binnen de grenzen van het uitgevoerde wetenschappelijke onderzoek goed lijken te kloppen met de werkelijkheid, maar als je daarbuiten kijkt geeft helaas geen van de gevonden factoren een 100% verklaring die altijd en overal opgaat. Wat trouwens door de wetenschappers meestal eerlijk opgebiecht wordt in de conclusies van de onderzoeken.

Intussen verstrijken de jaren en de wetenschap lijkt er totaal niet in geïnteresseerd te zijn om  betere theorieën te bedenken. Een wintergriepje hoort bij het leven, we zijn eraan gewend geraakt en weten niet beter. Er wordt meer onderzoek gedaan ten behoeve van medicijnen en vaccins dan naar het voorkomen van ziektes en infecties.

Universiteiten met onderzoeksbudgetten hebben geen geldboom en moeten dus prioriteiten stellen.

Er gebeurt dus weinig. Zeer weinig. Het leven gaat door en we zijn nog elke winter verkouden.

Maar voor de wetenschap betekent het dat er nog wel een interessante, ingewikkelde puzzel achtergelaten is, die nog steeds niet is opgelost. Ik lees er daarom graag over. Zoals in dit lange, maar fascinerende XXL-stuk van Bart Buffing.

1. Het begint bij de zon

Soms vergeten wij het, maar de straling van de zon die ons bereikt staat aan de basis van elk seizoensgebonden verschijnsel.

De voor het leven op aarde belangrijkste straling zijn zichtbaar licht, infrarood (warmtestraling), en ultraviolet (UV). Zichtbaar licht is verantwoordelijk voor de aanmaak van zuurstof door fotosynthese wat het leven op aarde mogelijk maakt. Infrarood zorgt voor een hogere temperatuur, en dus voor verdamping, luchtvochtigheid en luchtstroming.

UV straling zorgt o.a. voor aanmaak en verwijdering van stoffen in/uit de atmosfeer.

Omdat de aardbol tijdens zijn rondje om de zon niet altijd dezelfde hoek maakt t.o.v. het zonlicht, zie je een jaarlijkse cyclus in de intensiteit van alle soorten straling die het aardoppervlak bereikt. Op de evenaar is het hele jaar ongeveer hetzelfde, maar hoe verder daar vandaan, hoe groter het verschil wordt tussen de winterse en de zomerse instraling.

Interactie van de straling met atmosfeer, aardoppervlak, oceanen, vegetatie, ijsvlaktes en het leven op aarde maken er vervolgens een turbulent systeem van waarbij echt alles elkaar beïnvloedt. Dat resulteert in een cyclus die wij dan achteraf moeten proberen te begrijpen, met maar zeer matige resultaten.

Dat geldt ook voor seizoenspatronen bij infectieziektes.

Als je de chaos wilt begrijpen, is het daarom soms handiger om terug te gaan naar de basis. Iedereen die zich in patronen van ziektes verdiept kan zoninstraling terugzien in elke theorie, als je erop let tenminste. Bijna alle gevonden oorzaken (even afgezien van druppel en contactbesmettingen), of het nu vitamine D is of luchtvochtigheid, hebben een link met deze oorzaken. De biologische klok die bepaalt hoe onze afweer werkt wordt door zichtbaar licht gestuurd. Vitamine D wordt aangemaakt door UV licht. Luchtvochtigheid wordt bepaald door de temperatuur, die dan weer wordt beïnvloed door infraroodstraling.

Zelfs als je menselijk gedrag bestudeert is dat afhankelijk van de zon, want ook het vliegverkeer is seizoensafhankelijk omdat de mensen het liefst in de zomer op het strand liggen en niet in de winter. De vogeltrek en virussen die de vogels verspreiden is er ook zo een.

Naast het seizoenseffect (jaarlijkse cyclus) is er ook nog een dagelijkse cyclus die ook weer invloed heeft op het immuunsysteem (melatonine/serotonine), de temperatuur, de luchtvochtigheid enz.

En dan nog het effect van El Nino’s en de zonnecyclus niet te vergeten, die regelmatig (en zoals nu) zorgen voor extreme weersinvloeden zoals storm, overstromingen, droogte en bosbranden. En dit golfpatroon verloopt opvallend synchroon met het ontstaan en verdwijnen van nieuwe ziektes.

We zijn nooit uitgeleerd vrees ik.

UV licht is daarbij een buitenbeentje, maar misschien wel veel belangrijker dan we denken.

2.Naar een centrale hypothese

In de maanden dat covid19 uitbrak, toen het eerst nog een ver-van-mijn-bed ziekte leek maar plotseling zeer dichtbij kwam, kwam ik bij toeval het gas ozon tegen op zoek naar bestaande methoden om virus aerosolen te vernietigen (toen al, ik geloofde al nooit in druppels). Ik kende het gas als van de ozonlaag en van smog periodes maar ontdekte dat het ook op straatniveau aanwezig is, een virusdodende werking heeft in hogere concentraties, en de gemiddelde concentratie in de atmosfeer een aardig seizoenspatroon volgde wat mij deed denken aan de grafiek van influenza. Bij lage ozonwaarden in de winter was er meer influenza. Omdat ik nog nergens een wetenschappelijk onderzoek was tegengekomen waarin ozon als factor in de seizoenscyclus van een virus onderzocht was, raakte ik geïnteresseerd en ben erover gaan lezen.

Tijdens de corona epidemie kwam er een golf van gedetailleerde informatie los over besmettingen onder diverse omstandigheden, waarbij het mij opviel dat omstandigheden die tot veel besmettingen leidden, samen leken te gaan met lage ozonwaarden. En andersom. Iets wat nog steeds opvallend is en altijd lijkt op te gaan.

Het lijkt er dus op dat ozon en een aantal andere daarvan afgeleide reactieve stoffen, misschien een factor zijn in de besmettelijkheid van sommige virussen.

De schadelijke inwerking van ozon op een virus is reeds bekend, er bestaan bijvoorbeeld ontsmettingsapparaten met ozon als werkzame stof. Deze werken echter op een veel hogere concentratie dan wij van nature in onze leefomgeving aantreffen. Het zijn vrijwel altijd zeer ongezonde, zeer hoge concentraties die meer gericht zijn op vernietiging van alles, dan op de beheersing van een hoeveelheid virus. Ze worden ook gebruikt om de luchtjes uit de bekleding van een tweedehandsauto te verwijderen, of om rooklucht uit je huis te neutraliseren als er brand is geweest.

De hypothese die ik zo direct formuleer neemt het standpunt in dat ozon en een aantal daarvan afgeleide reactieve stoffen niet alleen in deze ongezonde, hoge concentraties virusschade veroorzaken, maar misschien ook in lagere concentraties. Maar dan alleen bij bepaalde virussen die relatief zeer gevoelig zijn voor het gas, zoals het Coronavirus.

Ozon in de atmosfeer werkt daarbij misschien zoals chloor in een zwembad. Te veel is ongezond, een klein beetje is goed, maar niets kan tot vervelende uitbraken leiden.

 

In onderstaande tekst probeer ik zo eenvoudig mogelijk voor iedereen uit te leggen hoe misschien virale overleving in binnen- en buitenlucht wordt beïnvloed door een aantal reactieve stoffen, die een belangrijke factor kunnen zijn in de seizoenscyclus van sommige virussen. Ook kan daarmee misschien verklaard worden onder welke omstandigheden veel virusbesmettingen plaatsvinden, en wanneer niet. Hier en daar versimpeld voor de leesbaarheid.

Ik ben geen wetenschapper, en ik heb het verder moeten laten bij lezen, informatie verzamelen en logisch nadenken. En na anderhalf jaar, tientallen (honderden?) besmettingscasussen en wetenschappelijke onderzoeken later, weet ik nog steeds niet of de hypothese klopt of de prullenbak in kan. Maar ik ben ook niets tegengekomen wat het idee keihard onderuit haalt. Ik leer intussen in mijn vrije tijd steeds meer bij over onderwerpen zoals covid19, virussen, besmettingen en atmosferische chemie. Of de rol van ozon daarin belangrijk is of niet, het blijft allemaal zeer boeiend hoe de aarde werkt.

Alles wat ik hier uitleg over de schade die diverse stoffen aanrichten, hoe ze met elkaar reageren, hoe ze ontstaan en verdwijnen zijn allemaal 100% bewezen, dat is bekende wetenschap. Het enig wat onbekend is, is of de schade aan het virus in die mate gebeurt dat het zou verklaren waarom ozon altijd laag lijkt te zijn bij een hoog besmettingsrisico, en andersom.

 

Dit is mijn centrale hypothese

Een hoger risico om met bepaalde virussen besmet te raken gaat samen met lagere concentraties reactieve deeltjes in de atmosfeer, wat o.a. de seizoenscyclus van virussen verklaart. Ozon is daar de spil in.

 

3. De atmosferische chemie

UV straling van de zon is kortgolvige, energetische straling en is in staat moleculen te beschadigen / veranderen. Dat zie je bijvoorbeeld aan je huid als je in de zon gelegen hebt. Of aan je tuinset die verbleekt. Het UV licht veroorzaakt UV schade.

Ook virussen beschadigen door de inwerking van deze straling. In de lucht zwevende virussen kunnen bijvoorbeeld binnen enkele minuten onschadelijk gemaakt worden bij een natuurlijke zomerse mix van UV-A en UV-B, wat getest is in laboratorium opstellingen.

In luchtkanalen en zwembaden kunnen in de zuiveringssystemen UV-C lampen ingezet worden die nog veel beter werken tegen virussen en een veel snellere uitschakeling veroorzaken, maar dit licht is ook veel schadelijker voor levende wezens zoals de mens.

Naast de directe inwerking van UV straling op stoffen is het ook een soort motor bij de aanmaak van zeer reactieve deeltjes in de atmosfeer. Deze deeltjes veroorzaken daar een grote verzameling uiterst gecompliceerde chemische reacties (vele honderden), en maken, wijzigen en verwijderen stoffen in de atmosfeer onder invloed van zeer veel factoren (licht, UV, temperatuur, vochtigheid, samenstelling van de gassen enz.)

De belangrijkste deeltjes die hierbij ontstaan zijn:

– Hydroxyl radicalen (OH)

– Nitraat radicalen (NO3)

– Ozon (O3)

In onderstaande tekst kijken we eerst kort naar de drie verschillende deeltjes, om daarna vooral op ozon in te zoomen.

 HET HYDROXYL RADICAAL (OH)

Het belangrijkste reactieve deeltje in de atmosfeer is het hydroxyl radicaal. Het wordt aangemaakt op diverse manieren, maar vooral via de reactie van ozon en water bij bestraling met UVB . Over ozon later meer.

O3 + H2O + hv → 2OH + O2 (λ < 320 nm UVB)

De aanmaak van hydroxyl radicalen onder invloed van UVB straling. Met hv wordt de energie van (zon)licht aangegeven die nodig is voor de reactie, in dit geval UVB straling met een golflengte kleiner dan 320nm.

Hydroxyl radicalen behoren tot de meest reactieve deeltjes die er zijn. Het reageert extreem snel zodat het slechts een fractie van een seconde bestaat voordat het iets tegenkomt waar het mee reageert en zichzelf daarbij vernietigt. Het is de schoonmaker van de atmosfeer, en verantwoordelijk voor opruimen van o.a. methaan en diverse schadelijke verbindingen.

Door de eigenschappen van deze deeltjes en de ontstaanswijze zul je deze alleen aantreffen in de buurt van waar ze aangemaakt zijn, en vlak na het moment dat ze gemaakt zijn. Het zal praktisch op de plaats waar het ontstaan is reageren met zijn omgeving. Na zonsondergang of op een zwaarbewolkte dag of in de schaduw vindt je ze niet, tenminste niet ten gevolge van het ontstaan door UV licht.

Je ziet een duidelijk dag/nacht effect in de concentratie, en er zijn meer deeltjes bij een hoge luchtvochtigheid, en wat minder bij droge lucht. Het meten is een uitdaging, daarom worden vaak de reacties met stoffen waarmee het reageert gemeten om te bepalen hoeveel hydroxyl radicalen er zijn.

Binnenshuis zijn deze deeltjes normaal gesproken afwezig, dat is te ver voor ze. Er zijn  uitzonderingen, daarover later meer.

Hydroxyl radicalen beschadigen en vernietigen ook virussen zoals het coronavirus. Het is redelijk aselectief, en valt aan op alle onderdelen van het virus. Zelfs met het RNA reageert het als er voldoende deeltjes zijn om dit bloot te leggen.

Het kan door zijn eigenschappen reageren met de envelop of met de proteïnes van een virus (hierover later meer), maar het kan ook bijvoorbeeld een waterstofatoom van een molecuul afknippen, waardoor deze beschadigt en zelf een radicaal vormt, die op zijn beurt weer ergens mee reageert.

Er zijn sinds kort ontsmettingsapparaten op de markt die gebruik maken van deze deeltjes, en die geweldige resultaten laten zien, ook bij de taaiste virussen. Ze zijn helaas in de corona uitbraak nog nauwelijks ingezet. Het probleem is de geringe ruimtewerking door de korte levensduur van de deeltjes.

Ik ben van mening dat buiten op een zonnige dag besmettingen met coronavirussen niet zo snel gebeuren, mede door de aanwezigheid van hydroxyl radicalen. Ze beschadigen het virus, en verkorten de tijd waarin een virus het vermogen heeft een cel te besmetten. Afgezien van andere bekende factoren zoals directe UV straling en een betere verwaaiing van de aerosolen in de buitenlucht, kan dit een factor zijn die meer aandacht zou verdienen.

Ik vermoed dat de schade aan een virus bij bestraling met UV licht voor een deel veroorzaakt wordt door hydroxyl radicalen, die tegelijkertijd aangemaakt worden waardoor onbekend is welke van de twee de schade veroorzaakt.

Het kan belangrijk zijn om dit goed te begrijpen, want de deeltjes komen ook op plaatsen die niet direct door zonlicht bestraald worden.

Zoals eerder gezegd zul je hydroxyl radicalen binnenshuis niet aantreffen, tenzij ze daar onder speciale omstandigheden ontstaan zijn. En de meeste besmettingen gebeuren binnen, en niet buiten. Er moet dus iets zijn wat de besmettingen in de zomermaanden laat afnemen, en binnen in huis kan komen.

We gaan verder kijken.

 

 NITRAAT RADICAAL (NO3)

Een ander deeltje wat ontstaat in de atmosfeer is het nitraatradicaal (stikstoftrioxide). Het wordt daar gevormd uit de reactie van ozon (O3) met stikstofdioxide (NO2).

NO2 + O3 → NO3 + O2

De aanmaak van het nitraat radicaal.

Het is zeer reactief zodat het reageert met diverse stoffen, maar bij voorkeur met dubbele koolstofbindingen in diverse moleculen, en kan dit bijvoorbeeld ook met de lipiden en proteïnen van een virus.

Zowel overdag als ’s nachts wordt het aangemaakt in de atmosfeer, maar reageert en verdwijnt weer zeer snel onder invloed van daglicht (het zichtbare lichtspectrum).

De concentratie is dus overdag nul of zeer laag. In het donker blijft het langer bestaan, dan is de concentratie veel hoger dan overdag.

Samen met de reactieve stof N2O5 (Distikstofpentaoxide) vormt het een evenwicht in de lucht, en reageert met zijn omgeving op diverse manieren, wat echter niet relevant is om hier verder te beschrijven.

Het belangrijkste om te onthouden: dit nitraat radicaal is er alleen in het donker, overdag reageert het gelijk weg.

Het wordt verderop nog besproken.

 OZON (O3)

Naast de zeer kort bestaande hydroxyl radicalen en de alleen in het donker bestaande nitraat radicalen, worden op een zonnige dag onder invloed van UV straling ook nog andere soorten deeltjes aangemaakt, die minder reactief zijn maar daardoor wel een langere levensduur hebben. De interessantste daarvan is het gas ozon.

Hoog in de lucht (stratosfeer) vinden we de meeste ozon, dat daar aangemaakt wordt onder invloed van UV straling. Het resultaat is de bekende ozonlaag, die ons beschermt tegen de inwerking van zeer schadelijke UV-C straling en een groot deel van de UV-B straling.

Deze kilometers dikke deken van ozon is niet van belang voor deze hypothese. Onthoud wel dat er veel UV-A en een klein beetje UV-B straling wordt doorgelaten wat belangrijk is voor de aanmaak van ozon in de onderste regionen van de troposfeer, op straatniveau.

Schematische voorstelling van de filtering van UV licht. UVC wordt volledig tegengehouden in de ozonlaag, UVB bijna volledig, en UVA komt er grotendeels doorheen. Deze laatste twee zorgen voor ozon aanmaak in de troposfeer. Om de schaal van de tekening aan te geven: de troposfeer en de ozonlaag zijn ruim tweehonderd keer dikker getekend, in werkelijkheid zouden deze onzichtbaar klein zijn t.o.v. de aardbol.

 Laag bij de grond heerst er een vele malen lagere ozonconcentratie dan in de stratosfeer. Op straatniveau overdag grofweg 30 tot 80 microgram per m3 lucht, en vaak afhankelijk van de omstandigheden nog veel lagere of hogere waarden.

Het ontstaat daar voornamelijk door de inwerking van UV straling op diverse stoffen, waaronder zgn. precursors zoals VOS (vluchtige organische stoffen) en NO2 deeltjes (stikstofdioxide uit verbrandingsprocessen). Ook zijn de vele reacties in de atmosfeer soms een bron van ozon.

NO2 + O2 + hv → NO + O3 (λ < 400 nm, UVA en UVB)

Het ontstaan van ozon, dit is een vereenvoudigde reactievergelijking waarbij een tussenstap is weggelaten.  Andere reacties waarbij OH met VOS of CH4 (methaan) reageert zijn te ingewikkeld voor deze tekst, maar onthoud dat het hydroxyl radicaal ermee reageert en er meestal ozon bij vrijkomt.

Verder bevat de lucht hoger in de troposfeer een ozonconcentratie die minder onderhevig is aan dagelijkse fluctuaties, en bij een goede circulatie kan dit ook belangrijk zijn voor de concentratie op straatniveau.

Kort samengevat wordt ozon aangemaakt bij hogere UV intensiteit. Dus overdag in de zomer is het top, in de winter een beetje zo-zo, en in de nacht nul komma nul. Het gas laat dus een dag/nacht patroon en een seizoenspatroon zien.

Denk daarbij niet aan perfecte harmonische kromme want er zijn nog vele andere factoren, vooral aan de kant van de ozonafbraak. Denk meer aan een grillig patroon dat in de winter meer en langere perioden laat zien met weinig ozon dan in de zomer. Maximale waarden zijn in de winter duidelijk lager dan in de zomer.

Het dagpatroon wordt bepaald door zonlicht, vervuiling, wind, luchtvochtigheid, temperatuur, inversie in de atmosfeer en nog vele andere factoren.

Dit is ook de reden waarom ozon zo ingewikkeld is.

 

Ozon is net als de voorgaande deeltjes zeer reactief, maar het reageert niet zo snel als bijvoorbeeld hydroxyl radicalen. Door de aanmaak overdag wordt er een soort reservoir van het gas opgebouwd, wat gedurende de nacht weg reageert. Dit in tegenstelling tot hydroxyl radicalen, die zeer snel reageren en nooit een concentratie kunnen opbouwen die langer bestaat.

Het aanmaken en weg reageren van ozon bepaalt het dagverloop van de concentratie.

Je zou de reactieve eigenschappen van ozon (sterk versimpeld) als volgt kunnen omschrijven.

De energetische UV straling van de zon wordt overdag opgeslagen als een hoeveelheid ozongas, en deze energie komt weer vrij zodra het gas ergens mee reageert. Ozon is een soort “accu” voor opslag van de energie uit UV straling. Overdag laadt deze op, en hij loopt leeg als het gas reageert.

Ozon heeft de eigenschap dat het zeer makkelijk reageert met dubbele koolstofbindingen (onverzadigde bindingen) die aanwezig zijn in een grote verzameling stoffen, die wij kennen als alkenen. De dubbele koolstofbinding in het molecuul kan door ozon doorgeknipt worden en omgezet in een andere verbinding. Het molecuul splitst of verandert, waarbij ozon verdwijnt (versimpelde uitleg).

Denk daarbij aan gassen zoals terpenen en isopreen wat bomen en planten aanmaken, en materialen zoals natuurrubber. Of de citroengeur van je schoonmaakmiddel. Ook mensen maken zulke moleculen, zoals squaleen een bestanddeel van huidvet van de mens.
Het gas reageert met alle stoffen die het maar tegenkomt, zolang het maar een plekje op het molecuul heeft waar ozon mee kan reageren.

Dat kunnen planten zijn, dieren, mensen, uitlaatgassen van auto’s, de huiskamer, het schilderwerk op je kozijnen, of met de banden van je auto, die uiteindelijk zullen indrogen en scheuren.

Het reageert bijvoorbeeld ook met het elastiek in je kleding, wat na een tijdje hard wordt door de inwerking van ozon, de rek is eruit. Dat doet ozon.

En, zoals u misschien al verwachtte, het reageert met virussen.

Onthoud: ozon is overal, en het reageert met heel veel stoffen. Bij de reactie verdwijnt ozon, en de stoffen waarmee het reageert veranderen.

 

4. Ozon en Cornavirussen

Net als de andere genoemde reactieve deeltjes reageert ook ozon goed met een coronavirus. Daarbij geldt dat hoe hoger de ozon concentratie, hoe sneller een virus onschadelijk gemaakt wordt.

Coronavirussen maken deel uit van een groep van ingekapselde virussen, deze virussen zijn voorzien van een membraan, een zgn. lipiden envelop die als een schilletje van enkele nanometers dun het virus omhult. Het beschermt de inhoud, en is belangrijk voor het besmetten van een cel.

Er zijn nog vele andere virussen die zo’n zelfde virus envelop hebben, denk aan Influenza, Ebola, Marburg, Mers, HIV enz. enz.

De lipiden envelop, die officieel een Lipid bilayer genoemd wordt, is o.a. opgebouwd uit moleculen met dubbele koolstofbindingen (onverzadigde), precies het type bindingen waar ozon graag mee reageert. Ook met de diverse proteïnen die o.a. de spikes vormen reageert ozon.

Als de envelop teveel beschadigd raakt zal het besmetten van een cel door het virus mislukken. Samensmelting met de envelop van een cel is namelijk een zeer belangrijke stap voor een virus om zich te kunnen vermenigvuldigen, hoe meer schade er is aan de envelop hoe kleiner de kans op succes.

Ook het handen wassen met zeep berust op het principe dat je de lipiden envelop van het virus beschadigt, deze lost op waarna het virus onschadelijk is gemaakt.

Andere soorten virussen zonder zo’n envelop zijn veel minder gevoelig voor ozon (ze zijn taaier), en ook meestal veel moeilijker onschadelijk te maken.

Opvallend is dat de meeste virussen die bij voorkeur in de donkere maanden via aerosolen besmettingen veroorzaken voorzien zijn van een virusenvelop, en virussen die het hele jaar voorkomen meestal niet.

Een voorbeeld van een coronavirus met de belangrijkste onderdelen.

Het Spike proteïne (paars) is zeer ingewikkeld, en de bouwstenen (proteïnes) waarmee het is opgebouwd bepalen of een vaccin werkzaam is. Deze spikes zijn zeer belangrijk voor het besmetten van een cel door een coronavirus. Hiermee hecht een Sars-Cov-2 virus zich aan een ACE2 receptor van cellen. Ozon en de andere reactieve deeltjes die daaruit ontstaan kunnen onderdelen van deze spikes beschadigen, en als dat voldoende gebeurt werkt de celbesmetting niet meer goed. Het rode schilletje is de virusenvelop, die o.a. het belangrijke virus RNA bevat. Het is een zgn. Lipid Bilayer en vormt een dichte schil om de inhoud heen.

De buitenzijde van de envelop en de binnenzijde zijn hygroscopisch (door polaire eigenschappen). Een menselijke cel heeft dezelfde eigenschappen, waardoor de virusenveloppe en het celmembraan kunnen versmelten. Beschadiging door ozon kan dit verstoren, omdat de eigenschappen van de envelop veranderen. Ook kan de doorlaatbaarheid voor water en/of ionen veranderen, waardoor de interne balans van het virusdeeltje verandert.

De kleuren zijn een fantasie van de tekenaar, het virus van ca. 100nm is kleiner dan de golflengte van licht en kan dus niet “gezien” worden. afbeelding: commons.wikimedia.org

Een voorbeeld van een lipid bilayer. De witte bolletjes zijn polair en trekken water aan, en de gele staarten zijn apolair (lipiden) en stoten water af. De apolaire laag zorgt ervoor dat de inhoud geïsoleerd wordt van de buitenwereld. De “liposome” heeft ongeveer de vorm die je ziet bij virussen en menselijke cellen, maar dan zonder verdere toeters en bellen zoals proteïnes. Afbeelding: commons.wikimedia.org

Ook menselijke cellen worden door ozon beschadigd, want onze cellen zijn omgeven met ongeveer zo’n zelfde schil als het virus heeft. Ozon is dus slecht voor zowel menselijke cellen als voor virusdeeltjes.

Aan normale, lagere ozonconcentraties zijn hogere organismen goed aangepast. Wij mensen hebben daar in de evolutie diverse oplossingen voor meegekregen, denk aan antioxidanten, vitamines, celreparatie, celvernieuwing, slijmvlies enz. Het vet wat onze huid aanmaakt bijvoorbeeld (en op ons haar zit) beschermt met bestanddelen zoals squaleen tegen ozonschade. Het ozon reageert ermee en vernietigt zichzelf. Zelfs ons traanvocht bevat lipiden. Planten hebben ook anti-ozon maatregelen in hun huidmondjes, met gassen zoals isopreen wordt voorkomen dat ozon schade veroorzaakt. En een vettig laagje op hun bladeren.

Trucjes van de natuur: als je goed oplet zie je ze overal.

Ozon hoort bij het leven op aarde. Niet te veel, maar wat deze hypothese veronderstelt, ook niet te weinig.

 

Wat onze aanpassing aan ozon onderscheidt van die van een coronavirus, is dat het virus geen enkele verdediging heeft tegen beschadiging. Geen reparatie mechanisme en geen celvernieuwing. Het enkele nanometers dunne lipidenlaagje en de diverse proteïnes moeten intact blijven tot het virus een geschikte cel gevonden heeft waarmee het zich kan vermenigvuldigen.

Een hoeveelheid ozon moleculen, en andere reactieve deeltjes die vanuit ozon ontstaan, werken in op de lipiden envelop waarbij de eigenschappen van de beschermende schil om het virus veranderen. Ook reageert het met de proteïnes, bijvoorbeeld de spikes. De ozonconcentratie is daarbij belangrijk, en de tijdsduur van de blootstelling van het virus aan ozon. Ook temperatuur en luchtvochtigheid zijn hierbij belangrijk, hoe hoger deze zijn hoe beter de reactie met ozon verloopt. Deze factoren bepalen in welke mate en hoe snel het virus beschadigd wordt.

Omdat er normaal vrij lage ozon concentraties aanwezig zijn in de lucht, is het aannemelijk dat vooral bij de kleinste ingedroogde aerosolen die tot wel uren kunnen rondzweven, het gas ozon en andere reactieve deeltjes onbekende factoren zouden kunnen zijn in de overlevingsduur van het virus. Bij druppelbesmetting ligt dat niet voor de hand, druppels vallen snel omlaag, en hebben een grotere diameter waardoor ozon lastig bij het virus in het aerosol komt. Ozon in natuurlijke lagere concentraties heeft ook tijd nodig om een virus aan te tasten. Bij een virusbevattend druppeltje wat uitgestoten wordt en een seconde later in iemands oog landt is het onwaarschijnlijk dat ozon daar invloed op zou hebben.
Om dezelfde reden zal ozon ook op zeer besmettelijke varianten minder invloed hebben.

De hypothese is dat een coronavirus (maar ook bijv. een influenzavirus), gevoelig dat het is voor ozon, zich daarom vooral op plaatsen en op tijdstippen manifesteert die prettig zijn voor het virus. Lage ozonwaarden betekent minder kans op schade. De wintermaanden hebben dan de voorkeur, en de zomermaanden zijn dan niet handig. Of het moet ergens in een bedompt, donker café zijn met rookmachines en CO2 gehaltes die getuigen van een aanstaande superspreading event. Of in een stal met nertsen, met stank en gassen in de lucht en vettige alkenen in hun vachten, die de ozonconcentratie omlaag halen.

Maar ook daarbij geldt weer: ventileren doet misschien wonderen, als er ozon is buiten.

En waar ozon staat in dit verhaal moet je ook denken aan de reactieve stoffen die door ozon aangemaakt worden, de hydroxyl en nitraat radicalen en alle andere reactieve deeltjes die er maar aangemaakt worden in de diverse reacties (bijvoorbeeld peroxiden, zoals waterstofperoxide).

 

5. Ozon in de buitenlucht

Na de beknopte uitleg in voorlaatste paragraaf gaan we hier iets dieper in op ozon in de buitenlucht.

De aanmaak van ozon wordt veroorzaakt door de hoeveelheid UV licht wat ons bereikt, en is dus primair afhankelijk van de stand van de zon. Dus meer in de middag, en minder in de ochtend en namiddag. En meer in de zomer dan in de winter.

  • Jaarlijkse cyclus van ozon

In de zomer duurt op onze breedtegraad de dag een stuk langer dan de nacht. Voor de  aanmaak van ozon is er dan dus meer tijd beschikbaar dan voor de afbraak. In de winter werkt dat andersom. Je ziet dus hogere ozon waarden in de zomer dan in de winter.

Er zijn echter nog veel andere invloeden, je hebt te maken met luchtstromingen, en menging in de atmosfeer. Zo kan een lage ozonconcentratie op straatniveau hoger worden door menging met ozonrijke lucht van grotere hoogte, waar minder materiaal aanwezig is waar ozon mee reageert, en de concentratie dus hoger kan zijn.

De windrichting is ook van belang, wind vanaf zee is schoner dan wind die duizenden kilometers over bewoond stedelijk gebied is gewaaid, deze lucht bevat meer precursors en kan tot meer ozon leiden, of juist tot meer afbraak door vervuiling. Verder kan er in de winter sprake zijn van langdurige inversie met bijbehorende luchtvervuiling, wat later nog wordt besproken. Ook wordt er in de winter meer gestookt, wat een belangrijke NOx bron is, waardoor ozon in de nacht en binnenshuis sneller laag wordt. Denk hierbij ook aan biomassa verbranding, wat niet de schoonste manier van verwarmen is.
Alle onderliggende factoren resulteren in een ozongrafiek die in de winter behoorlijk grillig verloopt, met langere periodes met weinig ozon. In de zomer zie je een grafiek met hogere waarden, waar vooral de op-en-neer gaande lijn van de dagelijkse cyclus opvalt.

 Typische ozon grafiek uit de donkere maanden. Je ziet in de late herfst en wintermaanden langdurige perioden met zeer weinig ozon. Vermoedelijk wordt dit veroorzaakt door een slechte verticale circulatie door inversie. En natuurlijk de verminderde aanmaak in de winter. Afbeelding: luchtmeetnet.nl

Typische ozon grafiek in een mooie voorjaarsweek. Het golfpatroon zie je vanaf het voorjaar tot in het najaar. De daling na zonsondergang betekent dat ozon weg reageert. Het kan komen door kortdurende, nachtelijke inversie. In kouder, winterse perioden met lage luchtvochtigheid zie je dit patroon niet. Vanuit de ozon hypothese gezien mag het dal van de golf niet te laag worden. Dit golfpatroon lijkt gunstig voor minder besmettingen, en ging vooraf aan het uitdoven van de derde coronagolf. Afbeelding: luchtmeetnet.nl

 

  • Dagelijkse cyclus van ozon

De laagste ozon waarden vindt je normaal gesproken vroeg in de ochtend, vlak voor zonsopkomst. De “ozonaccu” van de vorige dag is in de nacht leeggelopen. Ozonmoleculen die de ochtend niet gehaald hebben, zijn gereageerd met diverse stoffen die ze zijn tegengekomen. Met stikstofmonoxide (NO) in de atmosfeer, bomen en planten, mensen, straatvuil. Of met de rookgassen van autoverkeer of uw palletkachel of openhaard.

Een deel van het ozon is misschien bij u binnen in huis weg gereageerd. Of binnen in het buurtcafé, waar goed geventileerd is, en waar het reageerde met een coronavirus.

Als in de ochtend de zon hoger staat zal er ozon aangemaakt worden. De “ozonaccu” laadt op, waardoor de concentratie oploopt tot ergens eind van de middag een maximum bereikt wordt. De afbraak gaat overdag ook gewoon door, maar pas als de zon lager staat ergens eind van de middag gaat de afbraak sneller dan de aanmaak en zie je de concentratie weer dalen. De gevulde “ozonaccu” loopt weer leeg, een proces wat duurt tot het op is, of tot de volgende ochtend als de zon weer opkomt.

Als het bewolkt is, zal er minder ozon aangemaakt worden dan op een zonnige dag, terwijl de afbraak doorgaat. Wolken werken als een UV filter. Je ziet dan dus een lagere concentratie. Wat je je wel moet realiseren is dat boven de wolken gewoon ozon aangemaakt wordt, en als het waait mengt deze lucht met de lucht op straatniveau en kan er dus bij bewolkt weer en een stevige wind toch veel ozon aanwezig zijn.

In vuile omstandigheden, drukke steden met veel verkeer, zijn er veel precursors in de lucht die ervoor zorgen dat ozon daarbij hoge concentraties kan vormen. Een groep gassen die overdag voor de stijging zorgt (NOx) laat deze concentratie na zonsondergang ook weer zeer snel dalen (NO). In vuile omgevingen zie je daarom lagere nachtelijke waarden. Goede voorbeelden daarvan zijn bosbranden, die vooral in de nacht en binnenshuis voor een vrijwel ozon-loze atmosfeer zorgen. In dat geval wint de vervuiling het van ozon.

Juist die lage waarden zijn zeer belangrijk voor deze hypothese, dat wordt verderop nog besproken. Bij bosbranden zie je meer besmettingen.

In schonere gebieden zie je overdag vaak een wat lagere ozon concentratie, die ’s nachts niet zo snel daalt. Onze noordelijke provincies zijn daar een voorbeeld van.

In Friesland, Groningen en Drenthe hebben we een heel ander verloop gezien van covid19 dan in Noord-Brabant, Limburg en Rotterdam. In gebieden met minder schone lucht zie je na zonsondergang dat de ozon concentratie verder omlaag gaat, en sneller. Daar zijn ook de meeste besmettingen. In Noord-Brabant (waar covid19 in Nederland ooit begon) zie je bijvoorbeeld in de avond veel vaker lage ozon waarden dan in de noordelijke provincies.

Het belang van precursors zie je duidelijk bij regenval. Waarbij pre-cursor stoffen uit de atmosfeer worden gespoeld waardoor in de uren (soms dagen) daarna de concentratie lager blijft dan voor de buien. Je ziet ook soms een stijging van de besmettingen na zware regenval, een effect  wat eerder op maurice.nl beschreven is.

Een zeer kort durend gevolg van regen is de stijging van ozon tijdens de bui, doordat de regen ozonrijke lucht van boven mee omlaag spoelt, de verticale circulatie is beter tijdens de bui.

Bij zeer zonnig, zeer warm weer, als er veel precursors aanwezig zijn, kan de concentratie ozon al snel een ongezond hoge waarde bereiken, wat ozon smog genoemd wordt. Dat komt door verkeer en industrie die de precursors van ozon in de atmosfeer brengen. Ozon is reactief, en irriteert en beschadigt cellen in de luchtwegen. Voor de volksgezondheid is het daarom belangrijk ozon onder een bepaalde concentratie te houden.

Ozon kent buiten een zeer grillig concentratieverloop. Het wordt beïnvloed door snelwegen, biomassacentrales/afvalverbrandingsovens, brandjes, zonlicht, seizoen, temperatuur, luchtvochtigheid, wind, bewolking, je barbecue of je openhaard, windrichting enz. enz. Dicht bij drukke snelwegen zal je door stikstofmonoxide (NO) uitstoot van verkeer minder ozon aantreffen, NO verwijdert ozon uit de lucht. Even verderop of aan de zijde van de snelweg waar de wind vandaan komt kan de waarde weer hoger zijn.

Het is ook sterk regionaal. Gebieden met bio-industrie laten weer een ander dag-nacht patroon zien dan boven een schoongewaaide Noordzee. Steden zijn weer anders dan dorpen. Bossen zijn weer anders dan weilanden.

Ook meteorologische factoren zijn sterk bepalend voor ozon, een hogedrukgebied heeft een ander effect dan een lagedrukgebied. Bij vochtig weer anders dan droog weer. Hoge temperaturen meer ozon. enz. enz.

Bij speciale omstandigheden, wat meteorologen inversie noemen, is er sprake van weinig circulatie in de atmosfeer. Er vormt zich een laag koude lucht laag bij de grond, en hoe hoger je komt hoe warmer het wordt. Omdat koude lucht zwaarder is dan warme, werkt de temperatuurverdeling als een soort deksel over een gebied. Binnen de inversie kunnen precursors van verkeer en verbrandingsprocessen zich ophopen, en bij zonnig weer overdag zorgen voor veel ozon en in de nacht en binnenshuis voor nul waarden. Gebieden die hier bekend om staan zijn de Central Valley in Californië en de Povlakte in Italië (denk aan Bergamo). Het zijn lager gelegen gebieden die zich vullen met koude lucht, waarbinnen in de avond (en binnenshuis) alle ozon weg reageert door ophoping van NOx precursor gassen (luchtvervuiling).

Het is volgens mij dan ook geen toeval dat die gebieden de volle laag hebben gekregen tijdens de covid19 epidemie.

Inversie in lager gelegen gebied.

Inversie in Bergamo, Italië . Bergamo is een stad op de Italiaanse Povlakte. Het is een laag gebied wat omringd is door bergen. Dit gebied vormt een soort kom, die zich vult met koude lucht waardoor er inversie optreedt. Dit is op de foto te zien als mistige lucht op lage hoogte. Het heldere hogere deel bevindt zich in een andere inversielaag, waar geen condensatie optreedt. Door een gebrek aan verticale circulatie zijn er binnen de lagere inversielagen veel stoffen aanwezig waarmee ozon weg reageert bij het ontbreken van UV straling. De ozon concentratie daalt bij afwezigheid van zonlicht door zonsondergang of bewolking, maar dus ook overdag binnenshuis. Foto: hozinja, CC BY 2.0 <https://creativecommons.org/licenses/by/2.0>, via Wikimedia Commons

Inversie in Central Valley, Californië, VS. Een lagergelegen gebied van 700km lang vormt een kom waarin inversie kan optreden, met daarin een slechte luchtkwaliteit. Op de foto te zien aan mist. De steden aan de kust kunnen te maken hebben met inversie omstandigheden door temperatuurverschillen tussen oceaan en land. Californië heeft een slechte luchtkwaliteit en kende veel Covid19 besmettingen.  foto: commons.wikimedia.org

 

Een belangrijke voorwaarde voor het optreden van inversie is een lage luchtvochtigheid. En we weten allemaal dat dat voor meer besmettingen kan zorgen. Wolken reflecteren de uitgaande infrarood straling, de warmte uitstraling. Hoe meer water de lucht bevat, hoe groter de reflectie, hoe kleiner de kans op inversie.

Verder zijn er nog inversie situaties mogelijk bij rivieren, meren en aan de kust. Het enige wat ervoor nodig is, is een groot temperatuurverschil tussen de lucht en het water. Of een lager liggend rivier- of bergdal. Een rivier zoals de Maas kan een soort inversie-tunnel vormen met daarbinnen zeer lage ozon waarden. Een plaats langs het IJsselmeer zou lokaal last kunnen hebben van inversie waarbij er ook weer lage ozonwaarden ontstaan.

In grote steden zou je te maken kunnen hebben met een Heat-island effect, de lucht boven een stad warmt op en vormt een soort afsluitende koepel, waarbinnen overdag de vervuiling toeneemt en ’s avonds en binnenshuis de ozon waarden sterk afnemen. Denk hierbij aan hete omstandigheden zoals in Texas.

Over de details van dit soort verschijnselen kun je een boek schrijven, maar ik vermoed  dat het – ongemerkt – zeer vaak terugkomt in besmettingscasussen.

Er zijn duidelijke verbanden aangetoond tussen pm2.5 (fijnstof) en besmettingen.

Tijdens een inversie hoopt fijnstof van 2.5 micrometer (pm 2.5) zich op onder de warmere luchtlagen, wat samengaat met een daling van ozon ’s avonds (en dus binnenshuis).

Ozon ziet er voor een leek misschien uit als chaos, maar als je de achterliggende factoren kent is het in grote lijnen best te begrijpen.

Wat vooral erg belangrijk is om te onthouden: de hoogte van een ozonconcentratie kan ook door zeer plaatselijke factoren bepaald worden.

 

6. Ozon in huis

Ozon kan van buiten via voldoende ventilatie naar binnen in huis gebracht worden.
En dat is interessant. Er zijn wetenschappelijke onderzoeken waaruit blijkt dat influenza uitdooft als de hoeveelheid UV straling buiten toeneemt. Inmiddels weten we dat bijna alle besmettingen binnenshuis gebeuren, maar binnen schijnt de zon niet. Dus er moet iets zijn wat de invloed van UV van buiten naar binnen brengt.

Dat zou je kunnen verklaren door de aanmaak van vitamine D, de traditionele verklaring, die helaas niet overal op gaat. Mensen zijn afhankelijk van UV straling op hun huid waarbij er vitamine D aangemaakt wordt. Dus je maakt meer in de zomer dan in de winter, vandaar dat je een seizoensvirus vooral in de winter ziet, volgens de theorie dan.

Dat klinkt allemaal heel aannemelijk, tot je naar dieren kijkt. Coronavirussen komen zeer veel voor bij dieren, en sommige kennen – net als bij mensen – een seizoenscyclus. Dat is een probleem, want dieren maken zelf vitamine D aan of krijgen het met de voeding binnen, zonder dat daar UV straling voor nodig is. Het is dus lastig om een seizoenscyclus door UV straling te verklaren via de aanmaak van vitamine D .

Via ozon ontstaat er in een gebouw bij een hogere UV straling buiten, bij voldoende ventilatie, ook een hogere ozonconcentratie binnen. Vooral in de zomer. Omdat ozon, en de andere reactieve deeltjes die afhankelijk zijn van ozon, misschien een factor zijn in de overleving van een virus-aerosol, zou je daarmee de seizoensinvloed van UV straling op besmettingen kunnen verklaren, ook als die binnenshuis gebeuren.

  • De binnenconcentratie

Buiten heerst er overdag een evenwicht tussen aanmaak en afbraak van ozon wat resulteert in een bepaalde concentratie die steeds wijzigt onder invloed van diverse factoren. Er komt bewolking opzetten, de temperatuur of luchtvochtigheid wijzigt, het begin te waaien, de avondspits begint. Buiten is het allemaal erg lastig.

Binnenshuis is er echter onder normale omstandigheden geen aanmaak maar alleen afbraak. De factoren die de ozon concentratie in binnenruimten bepalen is de hoeveelheid ozon in de buitenlucht, de mate van ventilatie, en de hoeveelheid materiaal wat binnen aanwezig is en waar ozon mee reageert. Er geldt dus wel ongeveer: hoe meer ventilatie, hoe meer ozon. Maar de concentratie kan binnen nooit hoger worden dan die buiten aanwezig is. Enige uitzondering is bij gebruik van apparatuur zoals laserprinters, kopieermachines, ionisatieapparatuur enz. die een beetje ozon aanmaken.

Als er lucht van buiten naar binnen komt, komen er naast ozon ook andere gassen en rook / fijnstof mee vanuit de buitenlucht, dus de hele mix uit de buitenatmosfeer. Ook daar kan ozon mee reageren. Een van die stoffen is NO2 (stikstofdioxide). Deze stof is in de atmosfeer aanwezig en samen met NO en Ozon vormen de concentraties een fotochemische evenwicht, wat ik hier niet uitgebreid ga behandelen.

NO2 + O2 + hv → NO + O3 (λ < 398 nm UVA en B)

Aanmaak van ozon bij aanwezigheid van zonlicht

 

O3 + NO → NO2 + O2

Afbraak van ozon bij vermindering van zonlicht.

 

Maar het komt er kort op neer dat bij de vorming van ozon overdag NO2 bestraald wordt met UV, waarbij ozon en NO ontstaan. Als de hoeveelheid straling afneemt, bijvoorbeeld in de avond, of er schuift een wolk voor de zon, gaat de reactie de andere kant op, O3 en NO reageren met elkaar en NO2 wordt terug gevormd. En dat gaat heel erg rap, denk aan een paar seconden of enkele minuten totdat er een nieuw evenwicht is.

Op een zonnige dag vind je in de buitenlucht veel ozon, veel NO, en weinig NO2.

Als deze lucht het huis binnen ventileert, zal dit fotochemisch evenwicht zich opnieuw instellen.

Binnen schijnt de zon niet, en de fotochemische reactie zal dus de andere kant op gaan waardoor de ozon concentratie terugloopt en NO in NO2 wordt omgezet. Vooral het NO2 wat hierbij ontstaat is interessant.

Dit gas reageert met ozon in nitraat radicalen, de zeer reactieve deeltjes die niet tegen daglicht kunnen. In je huis schijnt de zon niet, en als het donker genoeg is blijft deze stof vooral na zonsondergang in de binnenlucht aanwezig, en net als ozon gaan deze deeltjes diverse reacties aan met alles wat ze binnen tegenkomen. Samen met ozon gaan ze op zoek naar o.a. onverzadigde koolstof bindingen, en reageren daarbij dus ook met virussen.

En als je voldoende ventileert gaan dit soort omzettingen de hele dag en nacht door.

NO2 + O3 → NO3 + O2

Omdat de basis van het ontstaan van nitraat radicalen afhangt van de ozonconcentratie die van buiten naar binnen ventileert, ga ik hier niet verder op in. Ik heb het idee dat ozon hierbij de belangrijkste schakel is (de “accu” van de UV staling), maar het is goed om te onthouden dat er divrse deeltjes zijn die virussen binnenshuis kunnen beschadigen, die er alleen zijn als er voldoende geventileerd wordt, en zolang er buiten voldoende ozon is. Het nitraat radicaal is er een van, maar wel een interessante om hier als voorbeeld te geven omdat het reageert met daglicht

Wat opmerkelijk is van het nitraat radicaal, is dat het ontleedt bij de golflengtes van zichtbaar licht.

NO3 + hv → NO + O2 (λ tussen 400nm en 640nm)

Op dit moment worden over de hele wereld de geel/oranje straatlantaarns vervangen voor led lampen die mooi helder wit licht uitstralen. Bij gebruik van wit licht, waarin ook kortere golflengtes aanwezig zijn, verandert de nachtelijke afbraak van nitraat radicalen in de buitenatmosfeer. Zo zie je maar weer hoe alles met elkaar verweven is, zelfs met de kleur van het licht van de straatlantaarns moet je rekening houden.

 

7. Ozon in wetenschappelijk onderzoek

Inmiddels zal het iedereen duidelijk zijn dat ozon een zeer lastig gas is, wat op vele manieren wordt beïnvloed. Voorspellen van de concentratie op een bepaalde plaats op een bepaald moment is zeer lastig. Je bent daarbij afhankelijk van metingen.

Elk land heeft meestal wel een meetnetwerk, in Nederland kun je dat bekijken op luchtmeetnet.nl, in België irceline.be en in de VS op airnow.gov. Via deze laatste kunt je ook een meetpunt op Curaçao bekijken. Maar de meetpunten staan allemaal buiten. Bij wetenschappelijk onderzoek wordt er vaak data gebruikt van dit soort meetpunten (buiten metingen dus).

Als je bedenkt wat er alleen al kan wijzingen aan de luchtsamenstelling als het van buiten naar binnen ventileert en een tijdje aanwezig is in een binnenruimte, zul je begrijpen dat je hier goed over na moet denken bij het lezen van bestaande wetenschappelijke onderzoeken. Een hoge concentratie in de buitenlucht zegt niets over de concentratie binnenshuis, tenzij de ramen en deuren 24 uur per dag open staan. Andersom wel, een lage concentratie in de buitenlucht betekent vrijwel altijd weinig of geen ozon binnen.

Er kan dus al snel foutief geconcludeerd worden dat veel ozon (buiten) samengaat met veel besmettingen (binnen).

Ook zegt een gemiddelde dagconcentratie niets. Het gaat echt om de waarden van uur tot uur. Als die ergens nul zijn betekent het dat er op dat moment misschien langdurige virusoverleving mogelijk is, terwijl het ozon daggemiddelde zeer hoog is.

Voorbeeld: daggemiddelde 100 ug/m3. Dat blijkt in werkelijkheid overdag 180ug/m3 (smog), maar in de avond stort dat buiten in tot 10 ug/m3, en rond middernacht zelfs 0, wat duurt tot de volgende ochtend.

Dan gebeuren de besmettingen niet buiten overdag maar ’s avonds in het café, met binnen veel mensen die met ozon reageren zodat de 0 waarde veel vroeger bereikt wordt dan bij het meetpunt buiten.

Deze denkfouten worden vrijwel altijd gemaakt. Als er meer infecties gezien worden bij hogere gemiddelde concentraties moet de ozonwaarde in de buitenlucht eerst vertaald worden naar de binnen concentratie, want daar vinden de besmettingen plaats, en niet buiten.
De wetenschap is helaas zeer sterk gefocust op de schadelijkheid van ozon, het heeft een stempel gekregen. Het is ongezond. Elk onderzoek wat iets doet met ozon begint een soort relaas over de schadelijkheid van ozon. Over longschade, maximale waarden, aantal doden per jaar, de verloren levensjaren. Dat er eigenlijk geen veilige dosis bestaat. Elk positief idee wat er eventueel in je zou kunnen opkomen over het gas wordt hiermee bij voorbaat irrelevant, de reiniger van de atmosfeer is helaas verketterd en uitgesloten van verdere deelname aan de wetenschap. Net als CO2 eigenlijk, het voedsel van de planten en bomen wat al het leven op aarde mogelijk maakt schijnt op dit moment onze grootste vijand te zijn. Jammer. Stellige wetenschappelijke consensus, het in hokjes indelen, is het einde van de vooruitgang. Er zou altijd twijfel moeten blijven bestaan. Zolang we nog niet alles weten van zo’n gas, zou je geen standpunt moeten innemen over of het gas gewenst is of niet. En al helemaal als het er altijd al is geweest, bijna zolang de aarde bestaat.

Bij een grafiek die zich zo grillig gedraagt als ozon kun je elke relatie laten ontstaan die je wilt. Als je wilt dat veel ozon slecht is, pak je het gemiddelde van de ozon metingen van de hoogste 8 uurwaarden per dag. Deze waarde wordt veel gebruikt. Maar je kunt net zo goed het gemiddelde van de 4 laagste metingen nemen, met een totaal andere uitkomst. De keuze voor de hoogste waarde geeft de wetenschappelijke vooringenomenheid aan van de schadelijkheid van ozon. Maar als je het effect van ozon op virusbesmettingen onderzoekt, moet je echt de wetenschappelijke dogma’s even overboord zetten en van uur tot uur scannen op periodes met de laagste waarden.

En wees eerlijk, als zo’n gas zo schadelijk is voor de mens, waar elke wetenschapper het mee eens is, dan moet het dat toch ook zijn voor een virus?

Ozon buitenconcentratie in de buurt van Enschede tijdens de discotheek besmettingen. Let op de hoge concentratie overdag, en de lage in de nacht. Als je de invloed van ozon op besmettingen bekijkt kun je de maximale waarden gebruiken, of de minimale. Vermoedelijk krijg je conclusies met totaal verschillende uitkomsten. In de binnenruimte werd het nachtelijk minimum tijdens het superspread event vermoedelijk al veel eerder op de avond bereikt. Aan het snelle, verre doordalen zie je dat de atmosfeer op dat moment vrijwel alle ozon heeft laten weg reageren, misschien door nachtelijke inversie, of zeer vuile lucht. Maar vanuit de ozon hypothese gezien waren de omstandigheden op dat moment misschien gunstig voor langdurige virus overleving.

Bij verder onderzoek naar de invloed van ozon op infecties zou je óf meetapparatuur moeten opstellen in binnenruimtes om hier alles over te leren, óf je zou alleen moeten kijken naar lage ozon waardes buiten, want dan weet je dat er op dat moment binnen misschien superspreading events kunnen plaatsvinden. Zulke omstandigheden zag ik tijdens bosbranden in de VS (Californië, Oregon, Texas), en recent in steden zoals New Delhi, waar ze de mensen op straat cremeerden en er duizenden bosbranden woedden vanwege grote droogte. Ozon was daar nul na zonsondergang.

India viel de wereld op door zijn grote aantallen besmettingen, maar het land viel mij op door zijn zeer lage ozonwaardes vanaf de late middag tot de vroege ochtend. En dan waarschijnlijk binnenshuis de hele dag.

En terwijl de besmettingen in de VS toenamen vorige zomer, en iedereen gefixeerd was op de covid19 grafieken speurde ik op airnow.gov naar bosbranden en lage ozon grafieken. En deed daarbij nog aardige voorspellingen, niet gebaseerd op keiharde wetenschappelijke data analyse, maar via een soort “ozon fingerspitzengefühl”.

(Tip: Hou Californië en Oregon ook de komende weken maar goed in de gaten, ondanks dat er daar nu veel mensen gevaccineerd zijn durf ik deze uitspraak best te doen. De stijging is al begonnen, en ik zag deze al weken geleden aankomen.)

Ozon concentratie tijdens bosbranden in Oregon, VS. Grafiek: airnow.gov. Je ziet hoe de ozon waarde door luchtvervuiling (roet, NOx) snel keldert en bijna nul is vlak na zonsondergang. Binnenshuis zal ook overdag dit afbraak proces de hele dag aanwezig zijn. Zo’n verloop lijkt samen te gaan met een toename in de besmettingen.

Ozon concentratie in de VS tijdens een besmettingsgolf in El Paso, VS. Afbeelding: airnow.gov

 

8. Interactie van Ozon met Vos van biologische oorsprong

Dit is een wetenschap op zich, heb ik niet goed kunnen bestuderen maar lijkt veelbelovend: VOS van biologische oorsprong (vluchtige organische stoffen).

Planten en bomen, ook je kamerplanten, zijn een bron van alkenen zoals isopreen / terpenen. Terpenen is de geur van gras wat je ruikt, de harsgeur van naaldbomen enz. Het is overal in de zomer. Op gegeven moment ruik je het haast niet meer omdat het overal en altijd aanwezig is van het voorjaar tot het najaar. Deze gassen komen ook in huis, als je voldoende ventileert. En ergens in april, mei, als de bomen blaadjes krijgen, is het moment dat de atmosfeer op het noordelijk halfrond overdag gevuld wordt met deze gassen, om in het najaar weer te verdwijnen. Isopreen komt vooral van loofbomen, terpenen vooral van naaldbomen. Valt ongeveer samen met de start van het pollenseizoen, waarvan we weten dat dat het einde betekent van influenza. Isopreen / terpenen zijn gassen die in de zomermaanden onzichtbaar in enorme hoeveelheden in de atmosfeer terecht komen, en ze kennen een zeer sterke seizoenscyclus.

Hydroxyl radicalen, Ozon en nitraat radicalen reageren zeer goed met deze gassen, en produceren daarbij diverse deeltjes waaronder hydroxyl radicalen, een van de meest reactieve deeltjes die er zijn (Inderdaad: hydroxyl radicalen maken zichzelf daarbij weer aan!). Dit zijn zeer goede virus beschadigers, veel beter dan ozon. Bij de reactie van ozon met isopreen kan ook het nitraat radicaal aangemaakt worden. En dat gebeurt ook binnen in je huis, bij voldoende ventilatie en zolang de bomen bladeren hebben. De meest reactieve deeltjes, de hydroxyl radicalen, komen op deze manier je huis binnen terwijl de zon daar niet schijnt. Ozon en VOS van biologische oorsprong kunnen daarbij een nachtelijke bron van hydroxyl radicalen vormen.

Misschien dat ozon in combinatie met deze gassen wel een effect heeft op de virusoverleving. En het begint allemaal ongeveer op het moment dat het influenzaseizoen uitdooft.

Het belang van meer groen in de grote steden. Wie weet.

In de tropen is er het hele jaar veel isopreen, behalve als het bewolkt wordt tijdens de moesson, het influenza seizoen.

 

En dan even filosofisch:

De kerstboom. Waar komt dit Germaanse gebruik eigenlijk vandaan? Waren ze zo slim, die Germanen? Om ongeveer op het moment dat het griepseizoen begint, ongeveer de kortste dag van het jaar, bij de minste UV straling, een terpenen uitstotend stuk boom in hun plaggenhut te brengen? Dachten de Germanen dat de geur van dennennaalden en hars geluk bracht in maanden van ziektes? Wij op het noordelijk halfrond, in de landen waar het donker is in de winter, doen het nog steeds. De geur is een mix van terpenen, die werken daarbij misschien als onzichtbare virusvernietigers. Zolang er ozon is. Ik weet het niet, niemand weet het. Maar er waren ook mensen in die tijd die meenden dat wilgenbast koortsverlagend werkte. Nu kopen wij dit als aspirine bij de drogist.

Gevoed door nieuwe informatie denk ik na over dit soort dingen. Opvallend, meer niet. Wie het weet mag het zeggen.

 

Ook zijn er nog speciale omstandigheden waarbij binnenshuis hydroxyl radicalen onstaan of kunstmatig opgewekt kunnen worden (bijv. fotoreactie van salpeterigzuur in daglicht), maar het gaat te ver om dat hier te beschrijven. Deze relatief onbekende reacties zouden in de toekomst ingezet kunnen worden om in noodgevallen ernstige pandemieën te bestrijden, en dan niet op een tijdrovende (dure) biotechnologische manier, maar op een chemische, uiterst economische manier. Door de deeltjes die buiten in de zon alom aanwezig zijn, ook in huis aan te maken. Door een paar druppels van de juiste vloeistof te laten verdampen, misschien met een sterke lamp erbij of wat ozon binnen te laten. Wie weet. (En niet meteen beginnen over de schadelijke bijproducten, daar moet over nagedacht worden)

De commercieel verkrijgbare, super werkzame hydroxyl generatoren werken op een paar miljard hydroxyl radicalen per seconde, maar dat aantal stelt helemaal niets voor in verhouding met een druppeltje van het een of ander wat je laat reageren, dan krijg je echt indrukwekkende cijfers, en een perfecte ruimtewerking. En als die paar miljard deeltjes al werken…

 

9. Luchtvochtigheid en Ozon

In de huidige stand van de wetenschap is luchtvochtigheid een belangrijke factor in de besmettelijkheid van veel virussen. Bij influenza en corona virussen resulteert een lage luchtvochtigheid in langere virusoverleving, en meer besmettingen. Het idee is dat de verdamping van het vocht in een aerosol iets doet met de stabiliteit van het virus. Een zeer duidelijke oorzaak is daarbij nog nooit aangewezen.

Er zijn zelfs wetenschappers die alleen het gewicht van een druppeltje als factor zien. Meer verdamping betekent dat het aerosol lichter wordt en langer in de lucht blijft zweven, en minder verdamping betekent dat het aerosol als een baksteen op de grond valt. Kapot, onschadelijk. Iedereen die wel eens een schuurmachine heeft gebruikt weet dat de meeste stof bovenop de kast ligt als je klaar bent, maar goed. Dat is de kloof tussen theorie en praktijk.

Het is echter vreemd als je nadenkt over de invloed van de luchtvochtigheid op een aerosol wat voor een groot deel uit water bestaat. Is het misschien zo dat de besmettelijkste aerosolen degene zijn die kurkdroog zijn en uren blijven zweven?

In ieder geval is de mate waarin ozon reageert met zijn omgeving ook afhankelijk van de luchtvochtigheid. Een lage luchtvochtigheid betekent een langere levensduur van ozon, omdat het slechter reageert met zijn omgeving. Als het slechter reageert, dan betekent dat een betere virusoverleving. En bij een hogere luchtvochtigheid is dat andersom.

Deze effecten zie je terug in gekoelde slachthuizen, en andere airco omgevingen. Slachthuizen zijn omgevingen waar veel gassen en materialen aanwezig zijn waar ozon mee reageert. Ook wordt er gekoeld, en dat betekent veel recirculatie en weinig verversing. Een slachthuis is een slecht geventileerde, waarschijnlijk ozonloze omgeving met een zeer lage specifieke luchtvochtigheid. En als er nog wel ozon is dan reageert dat zeer slecht. En we hebben allemaal gezien hoeveel daar mis ging.

Als je de eigenschappen van ozon en de werkzaamheid die afhankelijk is van temperatuur en luchtvochtigheid met elkaar combineert, betekent het dat een relatief hoge ozon concentratie in het vroege voorjaar (of in de winter) niet automatisch betekent dat ozon gelijk zijn werk goed kan doen, maar dat het pas optimaal wordt als de luchtvochtigheid toeneemt.

En dan nog een aantal onopgeloste problemen.

Bij proefopstelling waarbij de besmettelijkheid van virus aerosolen wordt onderzocht, wordt meestal gebruik gemaakt van een trommel, waar de aerosolen in verneveld worden. De trommel met de lucht erin draait langzaam, zodat de aerosolen voor eeuwig blijven vallen. Binnen de trommel wordt de RH (luchtvochtigheid) op een constante waarde gehouden.

Het vreemde van deze tests is dat je soms ziet dat de besmettelijkheid van het virus nauwelijks afneemt, en de RH nauwelijks invloed heeft.

Vanuit de ozon hypothese is dat misschien goed te verklaren. De lucht die de trommel binnenkomt wordt meestal door een actieve kool filter gevoerd. Deze haalt alle ozon uit de lucht. Of het is een afgesloten ruimte, waar de ozonconcentratie langzaam afneemt. Er ontstaat een ozonloze omgeving waarin het virus optimaal overleeft.

In ons werelddeel lijkt luchtvochtigheid op dit moment een zeer belangrijke factor te zijn in de virusoverleving en/of overdracht. Dat gaat bij ons mooi op, hier zijn wij gered van influenza als de specifieke luchtvochtigheid hoger wordt. De zon schijnt, de temperatuur stijgt. De specifieke luchtvochtigheid neemt toe, want een kilogram lucht kan meer vocht bevatten als de temperatuur hoger is.

Maar bijvoorbeeld in India valt het influenza seizoen samen met de moesson, bij een relatieve luchtvochtigheid van vrijwel 100% en een specifieke tot 20 g/kg en hoger. De lucht is vrijwel verzadigd. Vocht is op dat moment goed, temperatuur is hoog, en dan begint meestal toch het influenzaseizoen. Hoe is dat mogelijk?

Moesson, de zon schijnt niet, bewolkt, regen, weinig UV, weinig ozon. En misschien daarom veel influenza. Kan zeer interessant zijn dat eens goed uit te zoeken.

Ook is er nog een onopgelost probleem bij een onderzoek naar influenzabesmetting onder muizen, waarbij deze in speciale ruimtes gehouden werden met een constante luchtvochtigheid, temperatuur en een kunstmatige constante dag- nacht verlichting. Ook hier werden meer besmettingen gevonden in de wintermaanden dan in de zomermaanden.
Dit zou met ozon in de ventilatielucht en de seizoensafhankelijke concentratie misschien wel te verklaren zijn.

10. Ozon Casussen – het reageert met van alles

Ozon komt normaal in binnenruimten voor in 0 tot 30ug/m3, ongeveer een derde van de buitenconcentratie bij een redelijke ventilatie. Je hebt maar zeer weinig materiaal nodig om het te laten weg reageren. Je ziet dan ook dat de concentratie door verschillende dingen wordt beïnvloed. Ozon reageert bijvoorbeeld met vetten die mensen op huid en haar meedragen. Met geurstoffen uit parfum, met vuil op kleding. Waar meer mensen zijn reageert meer ozon weg. Dus waar het druk is, en onvoldoende geventileerd wordt, is minder ozon. Volgeladen café’s, bussen en treinen in de spits enz.

De uitstoot van een gasfornuis (alleen de vlam al NOx), de onverzadigde vetdeeltjes van een frituurpan. De rookgassen van een barbecue. Waar de lucht vuiler is, is minder ozon. Ingewijden kennen een aantal superspreading events tijdens barbecues en kampvuren. En denk eens aan de grote problemen in de VS tijdens de bosbranden vorig jaar. Natuurlijk zijn dit situaties met zeer veel aerosolen waar virusdeeltjes aan kunnen hechten. Maar ook hier gaan lage ozonconcentraties weer samen met veel besmettingen.

Vuile lucht betekent weinig ozon in binnenruimtes.

Verwaarloosd vuil filtermateriaal in een ventilatiesysteem laat ozon reageren.

Een vuil filter betekent weinig ozon.

Een interessant punt wat ik ruim een jaar geleden onderzocht om aan te tonen of ozon invloed heeft op virusbesmettingen, is het verschil in de ozonconcentratie op grotere hoogte t.o.v. zeeniveau. Op grotere hoogte bevat de lucht een ozonconcentratie die minder onderhevig is aan dagelijkse fluctuaties. De maximale waarden kunnen lager zijn dan op zeeniveau (meer precursors), maar de minima zullen minder sterk dalen.  En het blijkt inderdaad: hoe hoger je verblijft, hoe minder kans op covid19. Inmiddels is daar behoorlijk veel bewijs voor, dit is o.a. in de VS aangetoond. Overigens zonder ozon daarbij aan te wijzen als factor.

Ook in vliegtuigen op kruishoogte tijdens lange vluchten (intercontinentaal, grotere hoogte), is de ozonconcentratie zeer hoog, en er raken veel minder mensen besmet dan je zou verwachten. De lucht is kurkdroog, en passagiers als haringen in een ton. Het kan ventilatie zijn (die meestal zeer goed is), maar ook ozon. Er zijn vliegtuigen die ozon katalysators hebben in de cabine, die soms bijna alle ozon uit de lucht verwijderen. In deze toestellen verwacht je meer besmettingen dan in andere (De olympische coronavlucht was er zo een).

Maar misschien kunnen de mondkapjes wel af als de minimale ozonwaarde / vluchthoogte bereikt is.

Ook zijn tijdens nachtdienst mensen bevattelijker voor luchtwegklachten dan overdag. Het werken tijdens perioden van lage ozonwaarden is misschien niet zo gezond als werken overdag. Het kan verklaard worden door de menselijke biologische klok in het immuunsysteem, maar het gaat ook weer samen met weinig ozon. Vanuit de ozon hypothese is de vroege ochtend vlak voor zonsopkomst de periode waar ozon vaak overal laag is, en het zou dus een slecht moment zijn om met virussen in contact te komen.

 

11. En tot slot-+…

Nu ik uitgelegd heb hoe het misschien zou kunnen werken wordt het tijd om stil te staan bij de herkomst van virussen. Je komt dan vaak uit bij grotten of regenwouden, bij vleermuizen. Nachtdieren die eigenlijk hun hele leven verblijven in ozonarme omgevingen. Sommige soorten leven onder het bladerdek van een regenwoud waar erg weinig ozon is, dat komt door de zeer grote hoeveelheid isopreen wat de bomen overdag uitstoten om zich te beschermen tegen ozonschade. Isopreen overheerst, het ozon en de andere hiervan afgeleide reactieve stoffen reageren ermee weg.

En andere vleermuizen leven overdag in een grot, waar weinig ozon is, en geen hydroxyl radicalen of UV straling. Ze worden pas weer actief in de nacht, de periode met de minste ozon, om in ochtend voor de zon opgaat weer snel terug te vliegen naar hun ozon-loze grot.

Ozon-loze omgevingen, het lijken de kraamkamers voor nieuwe virussen met lipiden envelop. Perfecte omstandigheden voor dit type virus om rustig door de lucht te zweven en te muteren op zoek naar een andere vleermuis, maximale overleving, ongehinderd door ozon. En vooral van vleermuizen is bekend dat het reservoirs kunnen zijn van coronavirussen, zonder dat ze er veel last van hebben. Een aanwijzing dat zij aan dit type virus gewend zijn geraakt in de evolutie.

Denk hierbij ook eens terug aan de grote Spaanse Griep pandemie in 1918, een influenza virus. Deze ontstond niet in Spanje, het was oorlog en men nam een politiek besluit de oorsprong van het virus te verdoezelen, het neutrale Spanje werd aangewezen om het moreel onder de frontsoldaten hoog te houden. Want in werkelijkheid ontstond het waarschijnlijk vele maanden daarvoor in Frankrijk, aan het front. In de loopgraven.

In een hospitaal voor gewonde soldaten dook al eind 1916 een mysterieus nieuw virus op. Toen al erg dodelijk, maar het bleef bij een lokale uitbraak. In 1917 nog zo’n uitbraak, in een legerbasis in England.

Pas in maart 1918 werd er officieel een naam aan gegeven, de Spaanse Griep, toen het in Kansas opdook, ook weer op een legerbasis. De een na de ander overleed.

Misschien muteerde het virus in een vermoedelijk ozon-loze omgeving met rook en luchtvervuiling en het mutagene mosterdgas, om zich daarna als een haast perfect virus over de wereld te verspreiden. Het virus bleek vooral dodelijk voor jong volwassenen, want het had zich misschien aangepast aan het immuunsysteem van de jonge soldaten aan het front. Onder zeer lage ozon concentraties door de vuile lucht kon het muteren tot het succesvol genoeg was voor de rest van de wereld. Soldaten brachten het virus mee naar huis. De pandemie was geboren, misschien ooit ontstaan in een ozon-loze omgeving.

Het klimaat was zeer koud en regenachtig van 1914 tot 1919, waarvan soms gezegd wordt dat het kwam door veel fijnstof in de lucht door beschietingen. Veel condensatiekernen, wolkvorming en neerslag. We weten nu wat dat doet met ozon.

Samenvattend, een opmerkelijke serie van factoren die we herkennen bij virale besmettingen van coronavirussen en influenza lijken haast 1 op 1 gelijk aan die van de ozonconcentratie.

 

Misschien allemaal toeval… ik weet het niet. Nog steeds niet. Na anderhalf jaar onderzoek in de avonduren is helaas nog niets zeker. Het is stom toeval, of zeer interessant. Of beide, geen idee.

Voor mij in ieder geval interessant genoeg om destijds een brief te schrijven aan Maurice, en mij verder te verdiepen in dit onderwerp, met hulp van een groepje anderen.

 

Dit gebeurt dus allemaal onzichtbaar in je woonkamer, of in het afgeladen café. Terwijl je ventileert, afstand houdt en je handen wast voeren onzichtbare deeltjes een misschien nog onbekende opruimactie uit, en helpen ons misschien in de zomermaanden van de winterse medische beslommeringen af.

We kennen de deeltjes van buiten, als opruimers in de atmosfeer, maar ik denk dat ze dat ook binnen in huis doen. En waarom zouden ze dat eigenlijk niet doen? Is er eigenlijk wel discussie mogelijk? Ik ben ervan overtuigd dat ozon en de andere deeltjes virussen beschadigen. Het enige wat er niet vaststaat is in welke mate deze beschadiging bijdraagt aan het gedrag van het virus, en hoeveel ozon en radicalen ervoor nodig zijn. Daar zijn echte wetenschappers voor nodig. En cavia’s in hokjes met en zonder ozon, en de rest van de natuurlijke mix van gassen uit de atmosfeer, inclusief alle andere van ozon afgeleide radicalen. Want de wisselwerking met andere stoffen in de omgeving kan zeer belangrijk zijn voor de uitkomst.

En eens kijken welke cavia’s er verkouden worden!

 

Mocht het toch allemaal niet met de aantasting van het virus door ozon of de overige stoffen te verklaren zijn, dan zou dat misschien wel kunnen met de aantasting van menselijke cellen door ozon.

Ik kwam diverse onderzoeken tegen waarin gevonden werd dat ozon delen van het immuunsysteem activeert, die ook geactiveerd worden bij een coronavirusbesmetting. Ik vermoed – zonder dat ik daar veel kennis over heb – dat ozon het immuunsysteem aanwakkert, wat normaal pas gebeurt als een pathogeen een lichaam binnendringt. Het lichaam is daarmee het virus misschien een stap voor als het tijdens de besmetting al met ozon in aanraking is. Zo’n zelfde proces zorgt ervoor dat als wij eenmaal met een bepaald virus besmet zijn, een ander virus soms niet tegelijkertijd aanwezig kan zijn. De immuunreactie, ontstaan door het eerste virus, voorkomt dat het tweede een succesvolle besmetting kan veroorzaken.
De wetenschappelijk onderzoeken die dit aantoonden werkten met een hoge ozon concentratie, niet gezond dus. Het zou interessant zijn om dit te herhalen met een veel lagere natuurlijke concentratie. Ik ben geen immunoloog, maar wat mij opviel is de aanmaak van dezelfde cytokines zoals interleukine (IL-17A) en interferon (IFNγ) bij zowel besmettingen met een coronavirus als bij blootstelling aan ozon. De reactie maakt deel uit van het aangeboren immuunsysteem. En vooral van kinderen is het bekend dat ze een veel sterkere IL-17A en IFNγ respons hebben dan volwassenen, wat misschien de reden is waarom kinderen bijna nooit ziek worden aan covid19. Een sterke immuunrespons in een vroeg stadium van de besmetting is heel gunstig, wat later in het ziekteproces weer niet. Maar dit onderzoek laat ik graag over aan deskundigen.

 

Ik hoop dat echte wetenschappers geïnteresseerd raken om eens goed naar ozon te kijken.

Het voert te ver in dit stuk om de vele wetenschappelijke onderzoeken te vermelden die ik gelezen heb. Het is voor deskundigen misschien te simpel uitgelegd, maar ik hoop wel begrijpelijk genoeg, zodat iedereen kan meedenken op weg naar een oplossing van misschien wel de oudste puzzel uit de medische geschiedenis.

Als er interesse is in vervolgonderzoek neem dan contact op met maurice.nl (contact@maurice.nl), er zijn veel wetenschappelijke artikelen beschikbaar over diverse onderwerpen.

Bart Buffing

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Deel dit artikel: Twitter Facebook Linkedin WhatsApp
REACTIES
Reageer hier, maar met respect.

We verwelkomen respectvolle en relevante opmerkingen. Off-topic commentaren worden verwijderd. Als je illegale dingen doet, zullen we het verbieden.

  • MEER OVER
BEKIJK OOK