Wilt u ons werk financieel ondersteunen? Doe een kleine donatie en klik hier

De laatste updates in uw mail!

U hoeft niets te missen. leder weekend krijgt u de hoogtepunten van Maurice van afgelopen week in uw mail. Met opmerkelijke artikelen, meer achtergrond en toelichtingen.

Home » COVID-19 » Wordt dit de Corona-gamechanger van de verkiezingen?

Wordt dit de Corona-gamechanger van de verkiezingen?

Samenvatting van het artikel

Het aantal positief getesten stijgt, maar lijkt vooral te komen door een hogere testbereidheid. De ziekenhuisopnames nemen verder af. Doordat het RIVM de reproductiefactor bepaalt op basis van de toename van het aantal positief getesten zal die waarde op 2 en 9 maart duidelijk boven de 1 liggen. En op die manier kan dat cijfer wel eens de gamechanger kunnen worden van deze verkiezingen.

Lees volledig artikel
Leestijd: 13 minuten

Samenvatting

Sinds 16 februari zien we een forse stijging van het aantal uitgevoerde testen en positieve uitslagen bij de GGD. Tegelijkertijd zien we een daling van het percentage positieve testen (nu 8,7%, de laagste stand sind september) en een daling van de ziekenhuisopnames. Dit wijst (nog) niet op de grote derde golf, die over ons heen gaat spoelen.

Maar doordat het RIVM de berekening van de reproductiefactor bepaalt op basis van de ontwikkeling van de positieve uitslagen, weten we nu al dat zowel op 2 als op 9 maart de reproductiefactoren die dan gemeld worden, duidelijk boven de 1 zullen liggen. Precies op het moment dat het kabinet met haar laatste persconferentie komt voor de Tweede Kamerverkiezingen.

Als het RIVM, net zoals tijdens de eerste golf, de reproductiefactor op basis van ziekenhuisopnames zou berekenen, dan weten we nu al dat die zowel op 2 als op 9 maart onder de 1 zal liggen in plaats van erboven.

Het gevoel dat we op 2 maart, 9 maart (en ook 16 maart) krijgen over de ontwikkelingen rondom Corona, zal vooral bepaald worden door de interpretatie van de cijfers. De impact van de (te) hoge reproductiefactor van het RIVM op basis van het aantal positief getesten i.p.v. ziekenhuisopnames zou wel eens de basis kunnen worden van een game-changer bij de aanstaande Tweede Kamerverkiezingen. Zowel met betrekking tot de dan (veel) lagere opkomst als de partij die men gaat stemmen.

——————————————————————————–

De problemen met de vaststelling van de reproductiefactor

Bij de wekelijkse rapportage van het RIVM over hoe het gaat rondom de verspreiding van Covid-19, speelt de reproductiefactor vaak een belangrijke rol. Ministers nemen dat getal al heel snel in de mond en bij de Kamerdebatten en in de media komt het ook veel langs. Maar met dat cijfer zijn twee grote problemen, die mogelijkerwijs een grote invloed zullen gaan hebben op het verloop van de Tweede Kamerverkiezingen in maart.

  • Het cijfer betreft de situatie van bijna 3 weken geleden. Dus op 23 februari werd de reproductiefactor (van 0,99) gemeld voor 18 dagen eerder: 5 februari. Daar zijn technische redenen voor, maar het probleem is wel, dat het niets hoeft te zeggen over de actuele situatie van 23 februari. Rondom de volgende persconferentie van het kabinet op 8 maart zal de reproductiefactor gemeld worden van 19 februari. En op 16 maart krijgen we de reproductiefactor te horen van 26 februari. Nog even ten overvloede: de reproductiefactor geeft aan hoeveel anderen een coronapatiënt gemiddeld besmet. In het laatste geval op die 26e februari (morgen). Meer dan 1 betekent dat er een stijging is van de verspreiding van het virus en lager dan 1 betekent dat het een daling betreft van de verspreiding van het virus. Als die reproductiefactor van morgen op 16 maart bekend wordt gemaakt, heeft het geen enkele relevantie voor de 16e en daarna.
  • Het berekenen van het reproductiecijfer is slechts een benadering van de werkelijkheid. Want je hebt immers niet de gegevens over alle Nederlanders. Niet iedereen laat zich immers testen (niet in het minst omdat er mensen wel besmet zijn, maar geen klachten hebben). En er worden mensen positief getest, die niet meer besmettelijk zijn, maar die dat wel voorheen waren (en nog virusdeeltjes in neus of keel hebben). Langs welke weg die werkelijkheid wordt benaderd, is bepalend voor de uitkomst. En dat wordt door een combinatie van redenen het cruciale punt in de twee weken voor de verkiezingen. Met ongetwijfeld forse gevolgen. Het zou wel eens de gamechanger kunnen worden van deze verkiezingen.

De verschillende berekeningswijzen

Stel het hypothetisch geval dat je écht per dag weet hoeveel mensen die dag besmet worden. Dan is de berekeningswijze van de reproductiewaarde, dat je het aantal mensen dat vandaag besmet is geraakt, deelt door het aantal dat bijna 4 dagen geleden besmet is geraakt. (In werkelijkheid is dat 3,8 dagen). Dat zou dan een simpele deling zijn met een uitkomst van lager dan 1 als het afgenomen is en hoger dan 1 als het toegenomen is.

Maar we weten niet hoeveel mensen per dag echt besmet zijn, dus gebruik je een benadering ervan. En iedere benaderingswijze heeft zijn eigen nadelen.

  1. Tot de zomer werd in Nederland de reproductiefactor bepaald op basis van de ziekenhuisopnames. Met als nadeel dat het gemiddeld circa 11 dagen duurt na een besmetting totdat men in het ziekenhuis terecht kan komen. Plus dat het opnamebeleid van het ziekenhuis waarschijnlijk strenger is in een periode, waarin de ziekenhuizen vol liggen, hetgeen dan een verlagend effect heeft op de reproductiefactor en andersom. Op 12 juni stopte het RIVM met deze manier van rekenen, omdat het aantal ziekenhuisopnames de nul was genaderd en de uitkomsten teveel gingen fluctueren.
  2. Vanaf 12 juni werd in Nederland de reproductiefactor bepaald door het aantal positief getesten. Vanuit de informatie, die bij het RIVM daarover binnenkomt wordt een schatting gemaakt van de eerste ziektedag van die positief getesten en vervolgens wordt de reproductiefactor berekend.  Bij die berekening worden dan meerdere dagen bij elkaar genomen om daarmee het patroon niet te grillig te maken. Het voordeel is dat deze cijfers actueler zijn (gemiddeld worden er zes dagen getest na het besmet worden). Het nadeel is dat bij verandering van de toelatingscriteria voor het testen en bij een verandering van testbereidheid, het aantal positief getesten kan stijgen of dalen, zonder dat er iets echt is veranderd onder de totale bevolking. Plus dat ook externe factoren een invloed kunnen hebben. Tijdens de Kerstdagen en Oud en Nieuw zijn er fors minder mensen gekomen om zich te laten testen. Tijdens het winterse weer is dat ook gebeurd en niet alleen omdat de teststraten een dag of ochtend gesloten waren.

Toen de ziekenhuisopnames in het najaar weer stegen is -tot mijn verbazing- niet besloten weer terug te gaan naar de ziekenhuisopnames als basis voor de reproductiefactor. Juist omdat de testmogelijkheden sterk werden verruimd, zou dat gaan betekenen dat de reproductiefactor fors zou worden overdreven. Ik heb daar verschillende blogs over geschreven. Die treft u hier aan:  A , B , C , D, E.

Besef daarbij dat toen op 1 december ook mensen zonder klachten zich mochten laten testen, binnen twee weken het aantal mensen dat zich liet testen bij de GGD per dag met 73%(!) was gestegen. Het aantal positief getesten was met 94% gestegen. De grote vraag was/is: stel dat er geen verruiming was geweest van het aantal mensen dat zich liet testen, was dan dit aantal positief getesten ook met 94% gestegen of met (veel) minder?

Het antwoord van het RIVM hierop was toen: “we hebben 94% meer positief getesten en op basis daarvan berekenen we de reproductiefactor”. En op die manier kwam het RIVM op een reproductiefactor van 1,24 voor de datum van 27 november bij de Catshuisbespreking van 13 december. De regering was daar zo van geschrokken, dat men hals over kop ook de basisscholen sloot 3 dagen voordat de Kerstvakantie begon.

Maar als het RIVM nog steeds via de ziekenhuisopnames van Stichting NICE deze berekening gemaakt zou hebben, zoals voor juni 2020 het geval was geweest, dan was de reproductiefactor rond de 1,08 geweest. Misschien zou de regering op basis daarvan besloten hebben om in ieder geval de basisscholen de laatste drie gezellige dagen voor Kerst wel af te laten maken?

Sinds het eind van de korte maar hevige winterperiode en de start van de lente (met o.a. een abrupte toename van hooikoortsklachten) zitten we wederom in een fase waarin de reproductiefactor berekend op basis van het aantal positieve testen sterk gaat verschillen van dat berekend op basis van de ziekenhuisopnames. Met grote gevolgen voor de cijfers, die de komende drie weken op dinsdag worden bekendgemaakt (en op het zondagse Catshuisberaad een rol gaat spelen). Die gevolgen kunnen dusdanig zijn dat zij de verkiezingsuitslag fors kunnen beïnvloeden.

Het grillige verloop van de testbereidheid

Vanuit grafiek 1 uit het laatste weekrapport van het RIVM is goed op te maken welk effect het aantal uitgevoerde testen heeft op de berekening van de reproductiefactor. De blauwe staven zijn het aantal gemelde positieve testen per dag (gemiddeld zijn dat testen die 2 à 3 dagen ervoor zijn uitgevoerd). De groene lijn is het aantal positief getesten op basis van hun eerste ziektedag. Die groene lijn is de basis van de berekening van de reproductiefactor (de paarse lijn), zoals u die eronder ziet.

Grafiek 1.

U ziet bij de blauwe staven steeds een dalletje. Ook de groene lijn is een afwisseling van “heuvels en dalen”. Die wordt veroorzaakt doordat in het weekend beduidend minder mensen zich laten testen dan doordeweeks. Hoewel bij de berekening van de reproductiefactor meerdere dagen bij elkaar worden genomen, kunt u zien dat doorgaans precies op de plek van de grijze verticale streep de reproductiefactor wat lager is dan in de rest van de week. Dat heeft niets te maken met de ontwikkeling van de echte reproductiefactor in het land, maar alles met het afwijkend testpatroon in het weekend.

Grafiek 2

Bij deze uitsnede van grafiek 2 kunt u zien hoe tijdens de Kerstdagen en vanaf tussen donderdag 31 december en maandag 4 januari er ook fors minder mensen positief zijn getest.  Tussen Kerst en 30 december werden er bij de GGD circa 60.000 mensen per dag getest. Tussen 31 december en 4 januari waren dat er 40.000.

Grafiek 3

Bij deze uitsnede van grafiek 3 valt ook op dat tussen 25 en 29 januari het aantal positief getesten per dag afnam. Dat hing samen met het bekend worden van het datalek van de GGD. Ik heb daarover een blog geschreven.  Onze schatting is dat daardoor 20.000 mensen minder zijn gekomen om zich te laten testen en er 2300 positieve testen minder waren dan er anders geweest zouden zijn. Als dat niet zo geweest zou zijn, dan was de reproductiefactor eind januari niet gestegen zijn.

Maar dan was de reproductiefactor van 22 januari ook niet zo laag geweest (0,91). Het is wel heel bijzonder om vast te stellen dat Prof. Van Dissel bij het Catshuisoverleg en de Technische Briefing deze lagere reproductiefactor (ten gevolge van die lagere aantallen getesten en positieve testen) durfde toe te schrijven aan de op 23 januari ingestelde avondklok!  (En als u me niet gelooft kijk dan naar sheet nummer 13 van de Catshuispresentatie van 21 februari).

Grafiek 4

Toen werd het winter en dat had forse gevolgen. Dat is in deze uitsnede van grafiek 4 te zien. Op 7 februari was de teststraat gesloten (rode staafje) en daardoor zijn de staafje rond die dag een stuk lager, maar dat heeft het RIVM wel bij haar berekeningen in de groene lijn verdisconteerd. Ook het weekend van 15 februari laat een ander patroon dan normaal zien voor wat de blauwe staafjes betreft. Dat heeft ook aan de weersomstandigheden gelegen. Dat weekend was het laatste weekend dat men nog op natuurijs kon schaatsten en de maandagochtend waren de teststraten gesloten wegens code Rood door ijzel (het oranje staafje).

Hoewel het verloop van de reproductiefactor in deze periode op basis van de ziekenhuisopnames niet symmetrisch liep met de door het RIVM berekende op basis van de uitgevoerde testen, bleven ze allebei onder de 1.

En toen werd het ineens lente

Sinds 16 februari, de temperaturen waren abruptvan onder nul naar 15 graden gestegen, zien we bij het testen een patroon dat we nog niet eerder hebben gezien sinds de reproductiefactor via het aantal positief getesten wordt bepaald. Een forse toename van de uitgevoerde testen, maar een daling van het aandeel positief getesten. Waren er tussen dinsdag 9 en donderdag 11 februari nog gemiddeld per dag 31.000 mensen naar de GGD gekomen om zich te laten testen (en ruim 11% positief), een week later waren dat 44.000 en circa 9,5% positief. Bij een toename van 45% van het aantal getesten nam het aantal positief getesten met bijna 20% toe.

Maar wat betekent dit nu voor de hele bevolking?

  • Zijn er 20% meer mensen besmet geraakt (denk aan de Britse variant)?
  • Nemen de besmettingscijfers onder de bevolking juist af, want het percentage positieven daalt?
  • Of zien we eigenlijk alleen een ander patroon van testbereidheid (en testcriteria, zoals leerlingen van basisschoolleeftijd die nu wel worden getest)?

Het antwoord op deze vraag is van groot belang. En de wijze waarop er met de berekening van de reproductiefactor gewerkt gaat worden zal in de komende drie weken, in aanloop naar de verkiezingen, een grote impact hebben op de discussies rondom de maatregelen.  En op het gevoel over de besloten versoepelingen en mogelijke nieuwe versoepelingen.

Voor het RIVM was en is het duidelijk. Die bepaalt de reproductiefacor volledig op het aantal positief getesten of er nu meer of minder mensen komen om te testen. En sprak dinsdag dan ook uit “dat de derde golf was begonnen” (want er was een stijging geweest van het aantal positief getesten).

Maar als je naar de ziekenhuisopnames kijkt (en LCPS van Kuipers geeft de meest actuele), dan zie voor wat het voortschrijdend gemiddeld betreft vanaf begin februari over 7 dagen amper verschuivingen. Dat cijfer schommelde rond de 175 per dag, maar is de laatste dagen aan het dalen!

Nu wordt er aangenomen dat er gemiddeld 5 dagen zitten tussen het GGD testmoment en een ziekenhuisopname. Dit zou betekenen dat als er werkelijk sprake is van een forse stijging van besmettingen in de bevolking, zoals het RIVM concludeert uit de stijgingen van 16 februari en later, de ziekenhuisopnames rond 21 februari ook fors zouden moeten stijgen. Maar we zien de laatste vier dagen bij LCPS in de kliniek juist een daling van 9% van de ziekenhuisopnames ten opzichte van de week ervoor!!

Nu kunnen de komende dagen de cijfers nog wel wat wijzigen, maar ik waag sterk te betwijfelen dat het aantal ziekenhuisopnames gemiddeld ten opzichte van de vorige week gaat stijgen. Laat staan dat er een toename zal zijn van de 20% die we wel zagen vanaf 16 februari bij het aantal positief getesten.

Nu zijn er vele verklaringen denkbaar. Toch meer besmettingen, maar minder ziekenhuisopnames per besmetting. Meer verkoudheid door het schaatsen? Toename van de hooikoorts nu de lente is gestart met als gevolg meer mensen die zich laten testen, maar niet Covid-19 hebben?

Maar juist omdat de bezetting van de zorg een cruciale indicator is voor het beleid lijkt me dat een reproductiefactor die de zorgvraag als uitgangspunt heeft, de belangrijkste indicator hoort te zijn.  (Zoals het RIVM voor 12 juni 2020 zelf deed). En niet de ontwikkeling van het aantal positief getesten als de testbereidheid en externe omstandigheden (zoals het weer) daar toch duidelijk invloed op hebben.
Want wat er de komende drie weken op ons af komt voor wat betreft die reproductiefactor, zou wel eens een forse invloed kunnen hebben op zowel de besluitvorming van de regering, de discussie tussen de partijen (en bij de debatten) en hoe de bevolking denkt dat het op dat moment gaat.

Want eigenlijk weten we al ongeveer wat de reproductiecijfers zullen zijn die de komende 2 weken bekend worden gemaakt.

De gamechanger dient zich aan

Doordat we inmiddels al de cijfers hebben tot en met vandaag van cijfers waarmee de reproductiefactor wordt berekend is al in te schatten wat er op 1 en 8 maart gemeld zal worden door het RIVM mbt de reproductiefactor.

Henk-Jan Westeneng is werkelijk een meester in het berekenen van de reproductiefactor op basis van diverse informatie bronnen. En heeft het t.a.v. zijn voorspelling over de cijfers waarmee het RIVM komt, steeds heel goed. Op twitter plaats hij prachtige grafieken om dat wekelijks te laten zien. Grafiek 5 is zijn meest recente. Twee lijnen zijn belangrijk om te volgen. De gele lijn is de reproductiefactor zoals het RIVM die wekelijks bekend maakt. Die lijn kronkelt rond de paarse lijn van de bekendgemaakt positieve testen per dag. De groene lijn is de reproductiefactor op basis van de ziekenhuisopnames.

Grafiek 5

De cijfers die dinsdag bekend geworden zijn, liepen tot 5 februari. Maar voor 12 en 19 februari is al te zien wat ongeveer de cijfers zullen worden. Namelijk dat de gele lijn duidelijk boven de 1,0 uitstijgt en de groene lijn eronder blijft. (Het gevolg van de duidelijke toename van het aantal positieve testen, en de daling van de ziekenhuisopnames).

Fast Forward: 2 maart

De aangekondige lichte versoepelingen van de maatregelen gaan op 2 maart in. We weten nu nog niet precies hoe de getallen zich de komende 5 dagen gaan ontwikkelen tot 2 maart. Maar laten we aannemen dat de huidige trend  ongeveer doorzet. Het aantal positieve testen zou bij voorbeeld  t.o.v. de week ervoor 5% gestegen kunnen zijn, de ziekenhuisopnames iets gedaald. De reproductiefactor die het RIVM dan bekend zal maken (van  12 februari, dus 18 dagen eerder, maar dat wordt bijna altijd vergeten) zal in de buurt van 1,10 komen te liggen. Een forse stijging ten opzichte van het vorige cijfer. Maar dat is volledig te danken aan die forse stijging van het aantal positief getesten.

Juist omdat we dan nog maar 2 weken voor de verkiezingen zitten en de debatten al begonnen zijn, hoef je weinig fantasie te hebben om te bedenken dat de reacties zullen uiteenlopen van “de reproductiefactor neemt sterk toe, het is onverantwoord dat we nu versoepelen, draai alles terug” tot “de ziekenhuisopnames nemen niet toe, die positieve testen zeggen weinig, er kan meer versoepeld worden”.

Daarbij moet dan ook nog bedacht worden dat het RIVM en de regering de hoge derde golf dan al meer dan een maand geleden hebben aangekondigd, en het RIVM dinsdag al aangegeven heeft dat die begonnen is. Wat denkt u welke opstelling het RIVM de 2e maart zal kiezen met een reproductiefactor van rond de 1,10? Dat de derde golf toch niet komt/gekomen is?

Fast Forward: 9 maart

Op 7 maart vindt er weer een belangrijke Catshuisoverleg plaats. Het zal o.a. gaan over de avondklok, maar ook weten alle aanwezigen dat dit de laatste persconferentie is voor de verkiezingsdag. We kunnen nu niet voorspellen wat er met het aantal positief getesten per dag zal gebeuren en met de ziekenhuisopnames. Heeft het mooie weer met een hoge luchtvochtigheid rond het weekend van 20 februari voor een vertraging van de verspreiding van het virus gezorgd? Zorgt de Britse variant nu echt voor verhogingen? Wat we dan wel weten is dat de versoepelingen van 2 maart nog niet echt in de cijfers terug te vinden zullen zijn. Als dat al überhaupt kan (want het effect van maatregelen kan vanuit de praktijk niet bepaald worden, slechts via het model).

Bekijken we echter de ontwikkelingen van de reproductiefactor, dan hebben we al wat indicaties. Want die reproductiefactor van het RIVM is gebaseerd op de positieve testen die deze week binnengekomen zijn en nog komen. Nog niet alle data zijn binnen, maar uit grafiek 5 kan opgemaakt worden dat de kans groter is dat op 9 maart een reproductiefactor gemeld wordt die boven de 1,00 is dan eronder.

Wat de overige cijfers betreft voor 9 maart, kunnen we nu natuurlijk nog niets voorspellen, maar we weten dat bij de wekelijkse bekendmaking door het RIVM van de weekcijfers, de interpretatie van het RIVM altijd is dat het glas half leeg is in plaats van half vol. En met die reproductiefactor van boven de 1,0 heb je weinig fantasie nodig om je voor te stellen hoe de regering, de media en de afzonderlijke partijen met die cijfers aan de haal gaan, waarbij ze hun eigen doelen zoveel mogelijk mee denken te kunnen halen.

Plus dat ik zo graag zou willen dat het Catshuisoverleg van 7 maart live wordt uitgezonden. Dat zal historisch worden.

Fast Forward: Tot aan de verkiezingen van 15-17 maart

De cijfers die tussen 9 en 17 maart worden bekendgemaakt (wat die ook zijn) zullen ook bij de campagnes een grote rol gaan spelen. Zeker als het aantal positief getesten niet daalt of gaat stijgen. En helemaal als het aantal ziekenhuisopnames zou gaan stijgen. (En besef dat de cijfers per dag ook een soort weekritme kennen. Op maandag/dinsdag worden er meer patiënten in het ziekenhuis opgenomen dan in het weekend).

De mogelijke gamechanger

Op twee manieren gaat dit bovenstaande de verkiezingen -sterk?- beïnvloeden.

  1. Het Coronabeleid van de regering in deze laatste periode naar de verkiezingen toe en de opstelling van afzonderlijke partijen zal daarbij een belangrijke rol (blijven) spelen bij de uiteindelijke keuze. Mij zou niet verbazen als dat ook op 17 maart bij veel kiezers op de een of andere manier een dominante rol zal spelen bij hun keuze. Dat kan tot een aantal -op dit moment- onvoorspelbare bewegingen leiden van de kiezers.
  2. Als er tussen 15 en 17 maart nog bij velen het gevoel is, dat ze een duidelijk risico lopen om besmet te worden (wellicht geaccentueerd door de ontwikkeling van de cijfers/de reproductiefactor), dan dat grote invloeden hebben op de opkomst. Niet alleen dat die dan van 81,5% kan dalen naar onder de 70%. Maar ook zou die daling bij voorbeeld onder de groep tussen 50 en 70 jaar hoger kunnen zijn dan onder de 35 jaar. En dat gaat weer gevolgen hebben voor de uitslag. Hoe meer die opkomst daalt, hoe groter die invloed zal zijn. Ook daarvan zijn de consequenties vooraf niet in te schatten, maar dat de nieuwe partijen samen minstens net zoveel stemmen gaan halen als DENK en FD in 2017 (4%) lijkt me vrijwel zeker. En omdat DENK en FD samen vrijwel zeker meer stemmen zullen krijgen dan in 2017 het geval was, lijkt het me vrijwel zeker dat DENK, FD plus de nieuwe partijen samen op een score zullen komen tussen 10 en 15%. Dat zijn dan stemmen op partijen die in 2012 nog niet aan de Tweede Kamerverkiezingen meededen.

En het interessante hiervan is: als het RIVM in september wel weer teruggegaan was naar de berekening van de reproductiefactor via de ziekenhuisopnames (wat een betere keuze was dan vast houden aan de positieve getesten), dan zou dat een veel eenduidiger beeld geven van de ontwikkelingen in Nederland, die immers vooral vanuit de druk op de zorg wordt aangestuurd.

Je mag hopen dat politieke partijen en media realiseren hoezeer die keuze van de wijze van berekenen van de reproductiefactor bepalend is voor de impact op de bevolking in de aanloop naar de verkiezingen. Maar vanuit het RIVM zal, gezien de ervaringen van het laatste jaar, die relativering niet komen.

Blijf ons steunen met een (kleine) donatie om dit soort analyses te kunnen blijven uitvoeren. Klik hier!

Deel dit artikel: Twitter Facebook Linkedin WhatsApp
REACTIES
Reageer hier, maar met respect.

We verwelkomen respectvolle en relevante opmerkingen. Off-topic commentaren worden verwijderd. Als je illegale dingen doet, zullen we het verbieden.

  • MEER OVER
BEKIJK OOK