Wilt u ons werk financieel ondersteunen? Doe een kleine donatie en klik hier

De laatste updates in uw mail!

U hoeft niets te missen. ledere zaterdag krijgt u de hoogtepunten van Maurice van afgelopen week in uw mail. Met opmerkelijke artikelen, meer achtergrond en toelichtingen

Home » 2. Trending » Virus-overdracht, ernst ziekte en preventie: conclusies en adviezen

Virus-overdracht, ernst ziekte en preventie: conclusies en adviezen

Vanaf eind maart schrijf ik artikelen op deze site over COVID-19. Middels het analyseren van data, het lezen van de nieuwste internationale wetenschappelijke studies en logisch redeneren, heb ik een serie conclusies getrokken. Die update ik op basis van de nieuwste studies. Belangrijk is om te beseffen dat er veel studies uitkomen met tegengestelde conclusies. Daarnaast stel ik vast dat de media regelmatig een specifieke situatie belichten en dat daaruit stevige conclusies worden getrokken. Als ik het dan aandachtig onderzoek, dan blijkt die situatie zeer eenzijdig geïnterpreteerd.

Hieronder beschrijf ik de conclusies die ik op dit moment (31 augustus 2020) kan trekken. Mijn onderbouwingen ervan vindt u in eerdere blogs. Ik zal dit overzicht updaten als daar aanleiding toe is.

  1. Verspreidingswijzen
  2. Ernst van de ziekte
  3. Voorzorgsmaatregelen

1. Verspreidingswijzen

Er zijn in principe drie manieren, waarop iemand geïnfecteerd kan worden met COVID-19.

  • Overdracht via oppervlaktes. Besmetting kan ontstaan omdat er virus uit druppels van iemand die besmettelijk is op een oppervlakte terechtkomt. Als iemand anders dat aanraakt en in de ogen wrijft dan kan het virus binnendringen.
  • Overdracht via grotere druppels. Die komen vrij bij hoesten, niezen, praten of zingen uit neus of mond van iemand die besmettelijk is en komen in neus of mond van een ander terecht. Waarna het virus zich bij die andere persoon kan gaan vermenigvuldigen.
  • Overdracht via aerosolen. Die komen vrij bij hoesten, niezen, praten of zingen uit neus of mond van iemand die besmettelijk is en kunnen een tijd in de lucht zweven. Ze worden ingeademd door een andere persoon en als een bepaalde hoeveelheid wordt overschreden (verschilt per persoon) dan wordt men geïnfecteerd.

Uit de vele blogs, die ik over dit onderwerp heb geschreven, kunt u opmaken dat dit mijn conclusies zijn over de verspreidingswijzen:

  • De kans is heel erg klein dat u door overdracht via oppervlaktes wordt besmet.
  • Uit onderzoek uitgevoerd in de jaren 50 door de Amerikaanse wetenschapper William Wells, maar ook uit onderzoek van het RIVM uit 2011 blijkt dat als een virus direct wordt ingeademd, dat dan de kans veel groter is om geïnfecteerd te worden en symptomen te vertonen, dan wanneer er een grote druppel in mond of neus terechtkomt.
  • De (grote) discussie tussen wetenschappers is echter of de aerosolen, die in de lucht zweven, virus kunnen bevatten waarmee je besmet kan worden. En als dat zo is, welk deel van de geconstateerde infecties ontstaat dan door het krijgen van een grotere druppel in neus of mond en welk percentage van de infecties wordt veroorzaakt door het inademen van een bepaalde minimumhoeveelheid virus? Besef dat bij het mazelen-virus wetenschappers het onderling eens zijn dat het volledig door de lucht wordt overgebracht.
  • Ik deel de conclusies van wetenschappers die ten aanzien van COVID-19 het volgende stellen.
    • Dat de kans klein is dat een grotere druppel de mond van iemand verlaat en dat die dan bij de ander in mond of neus terechtkomt. En als die daar belandt het nog niet automatisch hoeft te betekenen dat dit tot een infectie leidt bij de ontvanger.
    • Het grootste deel van de besmettingen ontstaat door het inademen van de aerosolen van het virus.
    • Als iemand al besmet raakt door een tijd face-to-face op korte afstand met een ander te praten dan is de kans veel groter dat die persoon is besmet door het inademen van de aerosolen, die dan ook vrijkomen, dan door een grotere druppel.
    • Hoe meer virus men inademt, hoe zieker men ervan kan worden.
  • Langzamerhand zie ik op steeds meer plekken terug dat men denkt dat aerosolen voor meer dan 50 procent van de besmettingen verantwoordelijk zijn. Mijn inschatting is dat het in werkelijkheid meer dan 95 procent is (mede omdat bij face-to-face-contact de aerosolen een veel grotere rol spelen dan menigeen nu denkt). Een percentage dat ik tijdens contacten met belangrijke mensen achter de schermen in het buitenland inmiddels ook terughoor.
  • Na veel gelezen te hebben over mondbescherming, is mijn opvatting dat het alleen onder speciale omstandigheden een goede maatregel kan zijn (zorginstellingen uitgezonderd). Wanneer het risico op besmetting echt groot is. Het vermindert direct en indirect de uitstoot van aerosolen en het vermindert ook het inademen van aerosolen. Door goede maatregelen te nemen ten aanzien van ventilatie en luchtzuivering kan het dragen van mondkapjes worden voorkomen.
  • Grote uitbraken in zorginstellingen kunnen worden tegengegaan door een verstandig beleid met betrekking tot ventilatiesystemen waardoor wordt voorkomen dat bewoners en personeel lange tijd achter elkaar het virus inademen.

Naar Inhoudsopgave

2. Ernst van de ziekte

Uit de sterftecijfers van het CBS blijkt dat tussen half maart en half april ongeveer 9.000 mensen meer zijn overleden dan normaal in die periode. Daarna zien we per week ondersterfte. Dat is normaal na een periode van forse oversterfte. In de leeftijdsgroep onder de 45 jaar is er geen oversterfte geweest. Hoe hoger de leeftijd, hoe hoger de oversterfte. Circa 10 procent van de oversterfte betreft mensen onder de 65 – vooral tussen de 55 en 65 jaar. Meer dan 60 procent was ouder dan 80. Het overgrote deel van die personen had onderliggend lijden. Kortom: mensen jonger dan 65 jaar lopen een zeer klein risico om aan dit virus te overlijden.

Er is nog nooit goed vastgesteld hoeveel procent van de Nederlandse bevolking besmet is geraakt. Ik denk dat het gaat om twee en een half tot drie miljoen personen. Ongeveer 12.000 mensen zijn in het ziekenhuis opgenomen en 3.000 zijn op de IC beland. Van de drie miljoen mensen die besmet zijn geraakt, is dus circa 0,4 procent in het ziekenhuis terechtgekomen, lag 0,1 procent op de IC en is 0,25 procent overleden. Vaak is dat overlijden niet gekomen door COVID-19, maar met COVID-19.

Uit onderzoeken over de hele wereld blijkt dat van de mensen die besmet zijn geraakt, tussen de 30 en 60 procent geen of vrijwel geen symptomen had. De trend van de de afgelopen maanden is dat de ernst van de ziekte duidelijk afneemt. Minder mensen in ziekenhuizen en minder mensen overleden.

In juli en augustus overleden slechts twee personen per dag door of met COVID-19. Dat zijn dus twee op de 400 mensen die gemiddeld dagelijks in Nederland overlijden.

Dit plaatje uit het Nivel-rapport van eind augustus geeft ook goed weer wat de huidige is. COVID-19 is in Nederland vrijwel niet aanwezig.

In tegenstelling tot wat in maart nog werd gedacht, zijn er nu steeds meer aanwijzingen dat een fors deel van de bevolking niet geïnfecteerd zal raken. De T-cellen spelen dan een grote rol bij de bescherming tegen een mogelijke infectie. Waar die grens in een land ligt en wanneer die bereikt zal worden, is nog onbekend. Hierover zal de komende zes maanden wereldwijd meer duidelijkheid komen.

Naar Inhoudsopgave

3. Voorzorgsmaatregelen

Voordat ik die maatregelen beschrijf, wil ik eerst het volgende delen:

  • Je raakt alleen besmet als er iemand in de buurt is die besmettelijk is. Als de kans heel klein is dat er iemand aanwezig is die besmettelijk is, dan vraagt dat om andere maatregelen dan wanneer die kans veel groter is. Anders schiet je met een kanon op een mug. In juli en augustus was die kans voortdurend erg klein. Wat in het najaar gaat gebeuren is nog onzeker.
  • Als je bij een kwetsbare groep hoort dan moet je voorkomen dat je in het najaar in een echt risicovolle situatie belandt.
  • Bij de te nemen maatregelen moet zeker rekening worden gehouden met de gevolgen voor de economie, maatschappij en (ja ook:) volksgezondheid. De grote effecten van de maatregelen vanaf half maart worden steeds duidelijker. Bij elke maatregel moet dus het belang van het beteugelen van de verspreiding beter worden afgewogen tegen de nadelen voor de samenleving.

Al het bovenstaande bezien, kom ik tot de volgende conclusies:

Buiten

Omdat de risico’s op besmetting buiten heel klein zijn, vind ik dat er buiten geen enkele beperking zou moeten zijn. Men dient alleen voorzichtig te zijn bij het lange tijd face-to face met elkaar op korte afstand spreken. Ook als het donker is en windstil, is het risico wat groter. De voordelen voor de samenleving door buiten geen restricties meer te hebben wegen zeer op tegen de mogelijke (kleine) nadelen.

Thuis

Als u weinig vreemden op bezoek krijgt is het risico om thuis besmet te worden klein. Goede ventilatie, hogere luchtvochtigheid (tussen de 40 en 60 procent) kunnen een goede bescherming bieden voor als er mensen op bezoek komen. Ook niet lang face-to-face met elkaar spreken op te korte afstand (minder dan een meter).

Openbare binnenruimtes

Het overgrote deel van de besmettingen vindt plaats in openbare binnenruimtes. Als de ventilatie en de luchtvochtigheid niet goed zijn, kunnen aerosolen lang blijven zweven en de aanwezigen kunnen het dan (langdurig) inademen. Dit zijn de plekken waar de zogeheten superspreading events plaatsvinden. Ventilatiesystemen die te weinig frisse lucht naar binnen halen en geen voorzieningen om het virus uit de lucht te halen (filters of purifiers) kunnen er ook voor zorgen dat het virus zich verspreidt onder een groot aantal aanwezigen.

Onder die omstandigheden is het zeer aan te bevelen dat er wordt gezorgd voor open ramen/deuren (kruislings tegenover elkaar). Een ventilatiesysteem mag geen lucht recirculeren. Er moet sprake zijn van een grote ventilatievoud (het aantal maal per uur dat de complete hoeveelheid lucht in de ruimte door buitenlucht wordt vervangen). Negen keer per uur is het streefgetal. Via gekwalificeerde luchtzuiveraars en/of filters wordt het virus zoveel mogelijk uit de lucht gehaald. Door die combinatie is er sprake van een openbare binnenruimte die corona-proof is.

Als in een gebied teveel nieuwe besmettingen zijn, dan wordt afgeraden om langere tijd in ruimtes te verblijven met een ventilatiesysteem dat niet corona-proof is. Dragen van mondbescherming door alle aanwezigen zal het risico op besmettingen dan doen verminderen. Hier treft u er meer informatie over aan.

In een aantal landen wordt met tijd, geld en aandacht maximaal ingezet om zoveel mogelijk openbare binnenruimtes corona-proof te maken zodat uitbraken in het najaar en de winter worden voorkomen. (Dat heeft onder andere tot gevolg dat er grote tekorten gaan ontstaan aan bepaalde hulpmiddelen zoals CO₂-meters en luchtreinigers. Doordat Nederland ook op dat punt traag op gang komt, zullen wij op dit gebied nadelen ondervinden.)

Ik hoop dat u aan de hand van het bovenstaande beter kan bepalen welke risico’s u wel of niet loopt of wil lopen. Beter het beleid kan beoordelen van de overheden. Beter in de media het kaf van het koren kunt scheiden.

Ik wens u, onze bestuurders en onze media veel wijsheid.

Maurice de Hond

Naar Inhoudsopgave

Mocht u ons werk ook met een kleine donatie financieel willen ondersteunen klik dan hier 

Belangrijke blogs om over het bovenstaande te lezen zijn:

Deel dit artikel: Twitter Facebook Linkedin WhatsApp
REACTIES
Reageer hier, maar met respect.

We verwelkomen respectvolle en relevante opmerkingen. Off-topic commentaren worden verwijderd. Als je illegale dingen doet, zullen we het verbieden.

BEKIJK OOK