Het artikel beschrijft de val van kabinet Schoof als onderdeel van een structureel probleem: het Nederlandse politieke systeem sluit niet meer aan bij de 21e eeuw. Polarisatie, versnippering en gebrek aan leiderschap maken stabiele coalities vrijwel onmogelijk. Verkiezingen lossen dit niet op; alleen grondige stelselherziening kan verandering brengen. Maar de kans dat die er goedschiks komt is vrijwel nihil
Lees volledig artikel: Ook na 29 oktober zal het niet beter gaan
De tweede val van Kabinet Schoof
Het was een vertoning in Den Haag, waarbij een aantal bewindslieden van een demissionair kabinet, die de taak hebben het land te besturen, totdat er een nieuwe regering komt, collectief aftraden. Zowel die gebeurtenis als de kwaliteit van het debat erover is geen incident, maar vormt een onderdeel van een proces dat in Nederland al een lange tijd aan de gang is. Maar omdat de oorzaak ervan niet wordt geadresseerd alleen nog maar tot vergelijkbare of nog gênantere situaties zal leiden.
Want iedereen die denkt dat dit proces dankzij de uitslag van de verkiezingen op 29 oktober a.s. ingrijpend zal veranderen, houdt zichzelf (en anderen) voor de gek.
De kern van de problematiek is, en die zien we in veel andere Westerse landen, dat het politieke systeem dat stamt uit de 19e eeuw, niet past bij de samenleving van de 21e eeuw. Maar als je de verkiezingsprogramma’s van de partijen bekijkt, addresseren maar enkele partijen dit onderwerp. En zijn ze ook nog zeer belemmerd bij een oplossing, omdat de grondwet in de weg zit.
Zo anders is het nu
Bij de laatste verkiezingen van de vorige eeuw haalden PvdA + CDA + VVD samen 112 zetels. Partijen rechts van de VVD en links van de PvdA haalden minder dan 15 zetels. Bij de laatste Tweede Kamerverkiezingen haalden deze drie partijen (als je van de combi GroenLinks/PvdA de helft neemt) nog maar 41 zetels. Partijen rechts van de VVD en links van de PvdA haalden rond de 50 zetels.
Kiezers waren veel trouwer bij hun stemgedrag en de leiders van de politieke partijen hadden meer krediet bij hun kiezers dan nu het geval. Dus niet alleen was het veel makkelijker om coalities te vormen, de keuzes van de leiders ervan werd door de meeste kiezers van die partijen geaccepteerd.
Dat is nu heel anders geworden. Dat hangt af van een combinatie van factoren, die samenhangen met het feit dat de vorige eeuw nu al meer dan 25 jaar achter ons ligt. De rol van de technologie bij de communicatie en de vorming van – sociale – netwerken is veel groter geworden. Het belang van de traditionele media onder grote lagen van de bevolking is sterk verminderd. Ook zijn er ingrijpende wijzigingen ontstaan t.a.v. het opleidingsniveau en de samenstelling van de bevolking.
Maar dat lijkt amper doorgedrongen te zijn in politiek Den Haag en de parlementaire pers (en de commentatoren). Zij bekijken en beschouwen de politiek om vrijwel dezelfde manier als lang geleden. Waardoor de essentie van de problemen niet wordt geadresseerd en we op een weg voortgaan, die alleen maar verder zorgt dat we steeds sneller de helling af rennen.
Ik weet dan niet of ik moet lachen of huilen als ik met regelmaat uit die contreien hoor dat het toch echt aan de kiezers ligt, die niet de juiste keuze maakt.
Pas als je naar beneden kijkt
In de zomer van 2022, toen het nieuwe kabinet een half jaar zat, schreef ik een artikel met de titel “Kijk nog even maar niet naar benenden”. Ik parafraseerde tekenfilms waar een achtervolging werd ingezet en de vluchter doorrende boven een afgrond. Pas op het moment dat hij naar beneden keek, viel hij in die afgrond. Ik gebruikte dit plaatje:
Minder dan een jaar later viel het kabinet en de rest is geschiedenis.
Besef daarbij dat het kabinet dat viel, ongeveer 10 maanden had geduurd om te formeren. En dat vervolgens het kabinet dat daarop volgde minder dan een jaar missionair was.
En denk niet dat de verkiezingen van 29 oktober a.s. deze situatie fundamenteel zal verbeteren. Omdat ongeacht wat precies de uitslag zal worden, de fundamentele problematiek die er met het systeem is, niet wordt aangepakt en alleen nog maar grotere impact zal hebben.
Er is namelijk een steeds grotere polarisatie in de samenleving, die ook terug te vinden is in het parlement, waarbij de vleugels groter zijn dan ooit. En we ook geen politieke leiders meer hebben in verschillende partijen die zoveel autoriteit hebben dat met elkaar kunnen gaan samenwerken zonder hun kiezers massaal te verliezen.
Dream on
Het is vrijwel zeker dat een volgende regering, met inachtneming van de huidige (en toekomstige) blokkades, minstens vier en waarschijnlijk minstens 5 partijen nodig heeft om een regering te vormen. En zelfs als dat lukt, zal er een grote vleugel zijn aan linker- en/of rechterkant, die zich niet vertegenwoordigd voelt.
Door het uitsluiten van de PVV door CDA en VVD is een regering waar de PVV in komt vrijwel onmogelijk geworden. In feite zijn er dan maar twee soorten regering mogelijk een coalitie met GroenLinks/PvdA erin (die noem ik even “Linkse coalitie” en een coalitie zonder GroenLinks/PvdA erin, die ik even “Rechtse coalitie” noem).
Op beide mogelijke coalities ga ik – getalsmatig – dieper op in.
Linkse coalitie
Partijen met een linkse/progressieve signatuur halen momenteel rond de 50 zetels. GroenLinks/PvdA + D66 scoren rond de 40 zetels.
Alleen als het CDA meer dan 35 zetels haalt, kan het CDA plus deze twee partijen met elkaar een regering vormen. Maar als het CDA inderdaad 35 zetels haalt, wordt het moeilijker voor die andere twee partijen om echt 40 zetels te halen. Dus de kans is heel groot dat om meer dan 75 zetels te halen er nog 5 tot 10 zetels nodig zijn. Dat zou de SP alleen kunnen zijn al dan niet met ChristenUnie erbij.
De vraag is dan hoe stabiel deze regering zal zijn, in hoeverre de CDA-kiezers dit echt willen en wat het effect is op al die kiezers rechts van het CDA. (Vermoedelijk 60 zetels of meer).
Rechtse coalitie
Een combinatie van VVD, CDA, JA21 en BBB heeft alleen een kans om in de buurt van de 75 zetels te komen als de VVD ruim boven de 30 zetels komt. Als er niets ingrijpends verandert (zoals bij voorbeeld het uitsluiten van GroenLinks/PvdA door de VVD) dan is die kans nihil.
Bij de laatste peiling van Peil.nl haalden de vier partijen minder dan 55 zetels. Het ironische daarbij is dat naarmate de PVV een hogere uitslag haalt, deze vier partijen samen minder zetels halen. Ook een combinatie met een vijfde partij lijkt nog niet voldoende te zijn. Slechts als de VVD een sterke rebound maakt, is deze rechtse coalitie toch haalbaar.
Ook als dit kabinet er komt zijn er veel kiezers – links van het CDA – die zich niet vertegenwoordigd voelen.
Welke van de twee coalities er ook komt (en na hoe lang onderhandelen?) we komen in vergelijkbare situaties als in de laatste 4 – en eigenlijk 8 – jaar. Binnen de coalitie wordt het moeilijk om één lijn te volgen, die breed worden gesteund. Maar nog meer zal gelden dat er, door de sterke polarisatie, grote groepen in de samenleving en het parlement, zich sterk tegen de regering en hun voornemens zullen keren. Ook zullen er tussentijdse verkiezingsuitslagen zijn (gemeente in maart 2026 en provincie in maart 2027), waarvan een grote kans is dat het een soort van afstraffing zal betekenen voor de zittende partijen.
En als je echt denkt dat het anders zal gaan (omdat de coalitie die er komt je aanstaat) dan is mijn reactie “dream on”. Dan kijk je blijkbaar niet goed naar de electorale en politieke ontwikkelingen in Nederland en de andere landen met Westelijke democratieën.
De onhaalbare grondwetwijzigingen
De eerste motie die de nieuwe Tweede Kamer zou dienen aan te nemen als ze na 29 oktober bij elkaar komen is om een commissie te benoemen met de opdracht om, voordat er een nieuw kabinet zit, al te komen met een voorstel voor de hervorming van ons politieke stelsel (inclusief de aanpassingen van de grondwet, die dan genomen moeten worden) met de opdracht aan de nieuwe regering, van welke samenstelling dan ook, om te zorgen dat dit voorstel wordt omgezet in wetsvoorstellen (inclusief de grondwet), die dan door de zittende Kamer wordt aangenomen. Direct na de verkiezing erna kan dan de nieuwe Kamer nog een keer stemmen en dan is de grondwet aangepast en kan het nieuw systeem worden ingevoerd.
Zorg ervoor dat het een commissie is, zonder stevige banden met de bestaande partijen en met een grondige kennis van de maatschappij van nu en visie over de toekomst. Maar de kans dat dit gebeurt en vervolgens door de Kamers komt is vrijwel nihil.
Want in de Tweede Kamer moet, na het houden van verkiezingen (dus 2029 of zoveel eerder als het volgende kabinet valt), ermee instemmen met een twee derde meerderheid. Ook in de Eerste Kamer moet dat gebeuren, maar dat mag met de dan zittende Kamer gebeuren. Hoe groot denkt u dat er een kans is dat dan meer dan 100 volksvertegenwoordigers instemmen met een nieuwe aanpak, die vrijwel zeker voor een deel van de bestaande partijen grote consequenties zal hebben?
Dus of er komt een voorstel uit, die door die grote meerderheid wordt weggestemd, of er komt een slap compromis voorstel uit, waardoor er weinig veranderd.
Maar ik vraag me sterk af of we zo lang de tijd hebben om zelfs een slap voorstel er door te krijgen en de kruik al te lang in het water heeft gelegen en gebarsten is. Niet alleen in Nederlands trouwens.
Maar wellicht zou het toch al een functie kunnen hebben dat er een commissie komt met een echt vernieuwend voorstel, zelfs als die daarna door de Kamers wordt afgewezen. Want langzamerhand is de basis van het systeem volledig weggeslagen en kijken we in een gat dat veel dieper is dan de huidige bouwput op het Binnenhof.