Wilt u ons werk financieel ondersteunen? Doe een kleine donatie en klik hier

De laatste updates in uw mail!

U hoeft niets te missen. leder weekend krijgt u de hoogtepunten van Maurice van afgelopen week in uw mail. Met opmerkelijke artikelen, meer achtergrond en toelichtingen.

Home » COVID-19 » Staat BBB nu op 18 of 12 zetels?

Staat BBB nu op 18 of 12 zetels?

Staat BBB nu op 18 of 12 zetels? - 45493
Samenvatting van het artikel

Om het grote verschil in uitslag van de peilingen van Peil en Ipsos/EenVandaag mbt VVD en BBB te beoordelen is het goed om te kijken wat er vier jaar geleden gebeurde met de peilingen van VVD en FVD in relatie tot de uiteindelijke verkiezingsuitslag van PS2019.

Lees volledig artikel: Staat BBB nu op 18 of 12 zetels?

Leestijd: 7 minuten

Geen voorspelling voor toekomstige verkiezingsuitslag

Kort nadat vorige week mijn peiling (Peil.nl) een uitslag naar buiten kwam van 18 zetels voor BBB en 21 zetels voor de VVD kwam EenVandaag met de Ipsos-peiling, met o.a. 12 zetels voor BBB en 31 vooor de VVD.  Een heel groot verschil, waar – terecht – grote verbazing over is.

Ongeveer tegelijkertijd werd de aandacht gevestigd op een wetenschappelijke publicatie van Tom van der Meer e.a. waaruit o.a. blijkt dat tussentijdse peilingen geen voorspellende waarde hebben voor een verkiezingsuitslag. Maarten Keulemans in de Volkskrant schreef dinsdag een artikel over die publicatie met de kop “Tussentijdse peilingen zijn een beroerde voorspelling voor de uiteindelijke verkiezingsuitslag”. Belangrijk is daarbij om te beseffen dat de studie zich beperkt tot de Tweede Kamerverkiezingen tussen 1998 en 2021.

Knap was weer de wijze waarop Keulemans in zijn artikel wel mijn voorspelling van 18 zetels voor BBB meenam, maar zoals altijd mijn naam vermeed, noch dat hij een link plaatste naar mijn peiling en mijn analyse van afgelopen zondag. De link, die hij wel plaatste ging naar de website van BoerenBusiness, die het over die 18 zetels had. (De enige plek waar Keulemans vaak wel mijn naam noemt is op twitter en dat altijd in een negatieve setting.)

Zowel de studie van Tom van der Meer e.a. als het artikel van Keulemans is een open deur intrappen. Wie denkt of pretendeert dat een peiling één of twee jaar voor de Tweede Kamerverkiezingen een voorspeller is van die uitslag, snapt weinig wat de rol van peilingen is tussen verkiezingen. Maar ook niet de van dynamiek van de verkiezingen zelf, en vooral die voor de Tweede Kamer.

Peilingen geven aan hoe de kiezer reageert op actuele ontwikkelingen in politiek en samenleving, in relatie tot hun – potentiële – stemvoorkeuren en een scala van achtergrondkenmerken (waarbij opleiding en inkomen een belangrijke rol spelen). Hoe belangrijke onderwerpen in Nederland en de wereld in de toekomst gaan verlopen zijn zowel aan de burgers als de peiler onbekend. Terwijl die nog grote invloeden kunnen hebben op het verloop van de politieke voorkeur en het uiteindelijke stemgedrag bij verkiezingen. (In 2017 speelde het wegsturen van een Turkse minister kort voor de verkiezingen nog een grote rol bij de uiteindelijke uitslag). En ook onderlinge conflicten binnen een partij kunnen een forse rol spelen in de aantrekkingskracht van die partij (denk aan FVD in de tweede helft van 2019 en 50PLUS, die als het ware implodeerde).

In mijn analyses rondom de uitslag van de peilingen probeer ik daarom meer te doen dan alleen de uitslag van die week te geven. Ik probeer dan op zoek te gaan naar meer algemene trends onder het electoraat, die zowel de uitslag van de peilingen kunnen beïnvloeden als die van de verkiezingen.

Zo vestig ik sinds 2016 de aandacht op de steeds grotere tweedeling in de samenleving op basis van andere criteria dan de traditionele links-rechts schaal. In dit artikel is dat goed terug te lezen. En als Maarten Keulemans mijn analyse van afgelopen zondag WEL had gelezen dan had hij kunnen zien dat ik de uitslag van de peiling vooral gebruikte om de ontwikkeling te duiden, waarbij ik een vergelijking maakte van de electorale ontwikkelingen van de grotere groepen partijen, ruim 8 maanden voor de verkiezingen van de Provinciale Statenverkiezingen van 2019 en nu, ook ruim 8 maanden voor die verkiezingen.

Provinciale Statenverkiezingen zijn anders

Bij het artikel van Keulemans is echter voorbij gegaan aan een belangrijk punt: de volgende verkiezingen zijn geen verkiezingen voor de Tweede Kamer, maar voor de Provinciale Staten/Eerste Kamer. Dat is een belangrijk verschil.

Bij verkiezingen voor andere organen dan de Tweede Kamer spelen bij de campagne en het afwegingsproces van de kiezer andere factoren een belangrijke rol. Een simplificering van dat verschil is dat bij de Tweede Kamerverkiezingen de kiezer wel denkt aan het beleid dat men zou willen na de verkiezingen (en welke premier en regering men dan wil) terwijl bij de andere verkiezingen dat niet zo is. Men kent amper het eigen bestuur van de Provincie of Gemeente. Dan gaat het veel meer over de populariteit van een partij op dat moment. Het gaat er dan meer om hoe die partij in de maanden ervoor vooral landelijk heeft geopereerd (in de regering of oppositie). Plus dat men ook minder bereid is om te stemmen (met name de lager opgeleiden). De opkomst is dan zo’n derde lager.

En dat houdt weer in dat via een campagne en debatten in de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen meer veranderingen van voorkeuren ontstaan dan in de aanloop naar de andere verkiezingen. Zowel de verkiezingen in 2003 (met Bos die een grote inhaalslag uitvoerde op Balkenende) als die in 2012 (waarbij de SP – Roemer- snel daalde en de PvdA – Samsom – snel steeg) zijn daar goede voorbeelden van. Want dan gaat het ook meer om de vraag, wie men als premier zou willen. Je ziet dan ook de trend dat de peilingen en de verkiezingsuitslag weer wat meer in de richting gaan van de vorige verkiezingsuitslag dan in de tussenjaren bij de peilingen is gebeurd.

Maar bij Provinciale Statenverkiezingen en Gemeenteraadsverkiezingen is dat amper het geval. Het is voor de kiezer onduidelijk en onbelangrijk welk provinciaal of gemeentelijk bestuur gaat ontstaan na de verkiezingen, en men vindt het ook niet zo belangrijk, en daarom stemt men veel meer op basis van emotie dan op ratio. Zo heeft de VVD het sinds 2012 bij die provinciale of locale verkiezingen duidelijk slechter gedaan dan bij de Tweede Kamerverkiezingen. (Bij de Tweede Kamerverkiezingen tussen de 21 en 26%  en bij de Provinciale Statenverkiezingen tussen 14 tot 16%).

Dus de populariteit van een partij kan bij de Provinciale Statenverkiezingen een belangrijkere rol spelen dan bij Tweede Kamerverkiezingen. En om dat te laten zien heb ik afgelopen zondag een vergelijking gemaakt met de positie van de VVD en FVD op 1  juli 2018 – ruim 8 maanden voor de verkiezingen en de uitslag in maart 2019.

Op 1 juli 2018 stond FVD bij Peil.nl op 16 zetels (+14 t.o.v. TK2017) en de VVD op 28 (-5 t.o.v. TK2017). Rond de Provinciale Statenverkiezingen, ruim 8 maanden later, was die uitslag 25 voor FVD (een extra stijging van 9) en 23 VVD (een extra daling van 5).

Natuurlijk kan je op basis daarvan niet zeggen dat vanwege het feit dat BBB in de peiling nu slechts 3 zetels achter staat op de VVD, BBB dan wel in maart 2023 fors hoger zal eindigen dan de VVD. Maar in de analyse van zondag geef ik aan dat er nog wel een duidelijke groeipotentie zit bij BBB, terwijl de VVD in een moeilijke positie zit, omdat het beleid van die partij duidelijk beïnvloed wordt door de samenwerking met D66 in het kabinet. En daar zijn niet alle VVD-kiezers even gelukkig mee, om het eufemistisch uit te drukken.

Verschil met Ipsos

Staat BBB nu op 18 of 12 zetels? - 45494

Dus Ipsos/Een Vandaag is deze week gekomen met 31 zetels voor de VVD en 12 zetels voor BBB. Peil.nl is gekomen met 21 zetels voor de VVD en 18 zetels voor BBB. Dat zijn inderdaad enorme verschillen. Zeker omdat ook de peilingen ongeveer op hetzelfde moment zijn uitgevoerd.

Naast Ipsos zijn er nog twee andere peilingbureaus die regelmatig met cijfers naar buiten komen. I&O en Kantar. Deze drie bureaus werken mee aan Peilingwijzer. Peil.nl doet dat niet. 

Twee weken geleden, voor het rumoer van de stikstofplannen kwam I&O met een peiling naar buiten, waar BBB al op 12 zetels stond en de VVD op 24. Ook dat is een fors verschil met die van Ipsos, die twee weken later (na de ophef over de stikstofplannen) is uitgevoerd.

Peilingwijzer, kwam donderdag met haar nieuwste cijfers en de NOS besteedde daar aandacht aan. Die uitslagen waren een goede illustratie van mijn bezwaar tegen Peilingwijzer. De cijfers zijn een combinatie van de peilingen van drie bureaus. Slechts één betrof een recente peiling. De twee andere waren van voor het bekend maken van de stikstofplannen. De oudste (Kantar) was van eind mei. En de meest recente peiling (van Ipsos) is van het bureau dat BBB duidelijk lager peilt dan de andere twee bureaus.

De verschillende bureaus geven uitslagen die onderling fors verschillen. Alleen kort voor de Tweede Kamerverkiezingen trekken de peilingen duidelijk naar elkaar toe. Dat hangt samen met de aanpak van de bureaus en de wegingsprocedures. Juist tussen de Tweede Kamerverkiezingen zijn de verschillen bij de VVD en partijen als PVV/FVD/BBB/JA21 groot tussen Peil.nl en Ipsos. Maar vlak voor de Tweede Kamerverkiezingen zijn die verschillen een stuk minder en verschilt de kwaliteit van de voorspelling tussen de bureaus van de uitslag weinig. (En Ipsos doet doorgaans prima exit-polls).

Maar bij de Provinciale Statenverkiezingen is dat toch anders. En het is interessant om naar de uitslagen van Ipsos en Peil te gaan kijken in 2018 en 2019 in relatie tot die van de Provinciale Statenverkiezingen. Op de site van Peilingwijzer is dat goed te zien. Bij Ipsos stond in juli 2018 FVD op 9 zetels en de VVD op 33. Een verschil van 24 zetels, terwijl bij Peil.nl het verschil tussen die twee op dat moment maar 12 was.

Ruim 8 maanden later, kort voor de Provinciale Statenverkiezingen, kwam Ipsos met een peiling uit. VVD stond toen in de Eerste Kamerpeiling 5 zetels voor op FVD. Dat is in Tweede Kamerzetels 10. Terwijl in werkelijkheid FVD 1 Eerste Kamerzetel meer kreeg dan de VVD! In de slotvoorspelling van Peil.nl stonden VVD en FVD wel gelijk en werd ook aangegeven dat FVD net wat groter kon worden dan de VVD, hetgeen ook gebeurde.

Kortom: bij die verkiezingen in maart 2019 werd duidelijk dat op dat moment Ipsos de VVD overschatte en FVD fors onderschatte (dat laatste gebeurde bij de exit-poll). En dat de peiling van Peil.nl in maart 2019 die krachtsverhoudingen beter aangaf. En dat zal dan waarschijnlijk ook al het geval zijn geweest in de zomer van 2018. Als rekenkundig het verschil met de uitslag in maart 2019 van Ipsos met de peiling werd toegepast op de peiling van Ipsos in de zomer van 2018 dan was het verschil niet 24 zetels geweest, maar circa 14 zetels. En dat lag niet ver van de 12 van Peil.nl

Nu hoeft het niet automatisch zo te zijn dat die verschillen tussen VVD en BBB nu bij Ipsos en Peil.nl dezelfde problematiek kennen als tussen VVD en FVD 4 jaar geleden, maar het is wel interessant dat I&O twee weken geleden ook al een fors kleiner verschil liet zien tussen VVD en BBB dan Ipsos deze week. Dat belooft wat voor de peiling van I&O van juli.

Samenvattend

Het onderzoek van Tom van der Meer e.a. (en het artikel van Maarten Keulemans) over het feit dat op basis van verkiezingen vanaf 1998 tussentijdse peilingen weinig tot niets zeggen over de verkiezingsuitslagen is voor andere verkiezingen dan de Tweede Kamer minder van toepassing.

De peilingen van Peil van exact 4 jaar geleden waren wel een goede indicatie van de potentie van FVD. Die stond toen 14 zetels hoger dan bij de Tweede Kamerverkiezingen 15 maanden eerder. En steeg vervolgens nog eens 9 om bij de Provinciale Statenverkiezingen groter te worden dan de VVD. De peiling van Peil.nl vlak voor de Provinciale Statenverkiezing 2019 gaf wel juist aan dat de krachtsverhouding tussen FVD en VVD toen. Terwijl Ipsos toen nog steeds een groot gat tussen VVD en FVD zag.

In welke mate BBB in de buurt gaat komen van de uitslag van de VVD in maart 2023 kan nu nog niet aangegeven worden. Er kunnen nog zoveel dingen gebeuren in de wereld, in Nederland en binnen de partijen. Maar het is wel zo dat het arsenaal van kiezers, die partijen als BBB, PVV, FVD, JA21 en BVNL een kans geven groot is en in de tijd lijkt te groeien. De kans dat -net zoals in 2019- één van die partijen in maart 2023 – in de buurt komt van VVD en PvdA-GroenLinks combinatie is groot en BBB is op dit moment daarvan de beste kandidaat.

Voor de politieke en electorale ontwikkelingen in de komende 9 maanden is dat een relevanter gegeven dan de studie van Tom van der Meer en het artikel van Maarten Keulemans over datgene wat men in 24 jaar bij peilingen en Tweede Kamerverkiezingen heeft vastgesteld.

Steun onze site door af en toe een (kleine) donatie. Klik dan hier. Dank u wel. 

Deel dit artikel: Twitter Facebook Linkedin WhatsApp
REACTIES
Reageer hier, maar met respect.

We verwelkomen respectvolle en relevante opmerkingen. Off-topic commentaren worden verwijderd. Als je illegale dingen doet, zullen we het verbieden.

  • MEER OVER
BEKIJK OOK
 
Flatten the curve RIVM

Het RIVM-model ontmanteld

COVID-19 | 03 december 2022